'Haben Sie eine Stunde?'
- Leo Beenhakker

Zwanenzang voor De Grote Vier

Op 10 oktober zal duidelijk worden dat het Nederlands mannenelftal niet naar het WK gaat. Dit betekent het definitieve afscheid van “de grote vier”. Lucas de Waard gunt ze tegen beter weten in een grandioze zwanenzang.

Het is voorbij. Ze weten het zelf ook. Je ziet het in de blikken; niet als ze weer totaal onnodig punten hebben laten liggen, maar juist als er net een overwinning uit het vuur gesleept is. Zodra Arjen Robben voor de camera verschijnt zie je het. Je moet je niet laten afleiden door het gedreun van het stadion op de achtergrond. Of door de stoom die van zijn kale hoofd omhoog kringelt. Nee, kijk naar zijn ogen. Dan zie je dat hij het weet. Glans kun je niet veinzen. Strijdlust ook niet. Godverdomme, wat zou hij graag nog één keer zo’n toernooi meemaken. Al worden ze in de groepsfase helemaal kleurenblind gespeeld door een stel Oekraïners, het maakt hem niks uit. Gewoon, nog één keer. Het gebulder van de massa’s. De volgelopen straten. De spanning die boven het gras zindert. Maar het is voorbij, en Arjen weet het. Hij kan het niet meer omkeren.

Wesley weet het ook. Ooit was hij een vuurvreter van twee turven hoog. Snel, behendig en iedereen te slim af. Maar zijn spel is een ander spel geworden. Iemand heeft de regels veranderd en nu wordt hij aan alle kanten voorbij gedenderd door kolossen met boomstammen van bovenbenen. Als ze hem omsingelen ziet hij nergens meer een oranje shirt. Gedwee levert hij de bal in. Vroeger was Wesley als enige op het veld tweebenig. Nu hebben de meesten er drie. Behalve zijn ploeggenoten. Die zijn, samen met hem, achtergebleven in het verleden.

Robin weet het evengoed. Hij had zich er al min of meer mee verzoend, maar toen werd hij toch ineens weer opgeroepen. En toen hij zijn tas uit de kofferbak trok en de trappen naar Huis ter Duin opliep hoorde hij het weer, achterin zijn hoofd, alsof het nooit helemaal verstomd was: dat uitzinnige gejuich. Was hij maar voor altijd in dat ene moment – in de lucht, precies tussen het linkerbeen van Daley Blind en de maaiende armen van Iker Cassillas in – blijven hangen. Hij probeerde er niet aan toe te geven. Het is voorbij, zei hij tegen zichzelf. En toch ging hij er per ongeluk, voor heel even, weer in geloven.

Net als die arme Rafael. Die gelooft er nog steeds in. Verpieterend op de vermolmde reservebank van een niet ter zake doende club in Denemarken. Rafael begrijpt nog altijd niet waar het mis is gegaan. Rafael denkt dat je met branie en af en toe een listig balletje nog steeds leuk meedoet. Robin wil niet zoals Rafael zijn. Hij prent het zichzelf in, op het moment dat hij terugvliegt naar Istanbul. Wees niet zoals Raf. Accepteer het. Het is voorbij.

En wij, zijn wij er klaar voor? Wij, de mensen die koortsig met vlaggetjes op tafel sloegen en gilden naar de tv, terwijl de grote vier Italië verpulverden, Frankrijk vernederden en twee keer aan de wereldtitel roken. Zijn we klaar voor een barre tocht door de woestijn? Want het is zover. Over vier dagen, op 10 oktober is het zover. Afscheid. Of Arjen, Wesley, Robin en Rafael nu willen of niet. Of wij nu willen of niet. Het is onherroepelijk, ontegenzeggelijk, voorbij.

Ik vrees dat het ruimschoots te laat is voor een grandioze zwanenzang. Hoe verdiend die ook zou zijn.