'Haben Sie eine Stunde?'
- Leo Beenhakker

VV De Mindere Broeders

Er zijn in de wereld een hoop grote voetballers geweest. Juichend renden ze door stadions, toegezongen door doldriest publiek. Er zijn kampioenen geweest die beker na beker de lucht in hielden, op bomvolle pleinen vol uitzinnige menigten. En dan zijn er natuurlijk ook altijd nog hun broers.

Door , in categorie: De wisselbeker van Neggers en De Waard op . Tags: , ,

Er zijn in de wereld een hoop grote voetballers geweest. Juichend renden ze door stadions, toegezongen door doldriest publiek. Er zijn kampioenen geweest die beker na beker de lucht in hielden, op bomvolle pleinen vol uitzinnige menigten. En dan zijn er natuurlijk ook altijd nog hun broers. Rodney Sneijder. Chedric Seedorf. Haruna Babangida. Een keer per jaar komen ze samen, en spelen ze een tafelvoetbaltoernooi. Ik loop vandaag mee met Erik Makaay, een van de grote kanshebbers voor de VVMB-cup (Voetbal Vereniging de Mindere Broeders), waar elk jaar om gestreden wordt in café/zaal Lavrijssen in Valkenswaard. Erik en ik treffen elkaar bij Hotel De Valk, op een paar minuten lopen van het toernooicafé. Als ik binnenkom zit Erik al aan zijn koffie. Hij begroet me enthousiast.

‘Ha, Martijn, wat goed dat je kon komen! Mijn spiertjes zijn al lekker warm hoor! Ik heb vanochtend al een uurtje hardgelopen. Hier in deze regionen kun je prima wat kilometertjes pakken. Leenderheide, Malpie, dat werk.’

Oh? Gaat het vandaag zo serieus?’

‘Nouja,’ verzucht hij, terwijl hij gaat zitten, ‘meedoen aan zo’n toernooi is natuurlijk één ding, maar je bent natuurlijk wel de broer van een hele, hele grote meneer in de voetballerij, hè, dan ben je het ook aan je stand verplicht om te winnen.’

Oké, daar heb je een punt. Ik heb me laten vertellen dat jij één van de kanshebbers bent op de cup. Vertel?

‘Ik heb er vorig jaar net naast gegrepen. In de eerste rondes win je met twee vingers in de neus van een Kylian Hazard, een Jordan Lukaku en een Cees Paauwe – toch ook geen broers van kleine jongens – maar in de finale sta je dan ineens tegen Felix Kroos. Dan staat het zweet je toch wel even op de handen. Dan hoop je natuurlijk dat je wel je eigen spelletje kunt blijven tafelvoetballen, maar dan blijft het toch ook een Duitser hè. In de laatste minuut verlies je dan onnodig met 14-15.’

Zonde, toch wel.

‘Ja, klopt. Maar dit jaar heeft Kroos de kinderen, dus die is er niet bij. Ja, dan ben je natuurlijk wel gewoon de titelfavoriet.’

Een paar minuten later wandelen we naar café/zaal Lavrijssen, waar het al behoorlijk druk is. Erik begint meteen te wijzen en te benoemen. ‘Kijk,’ begint hij, met een serieus gezicht. ‘Goede opkomst. En dan heb je het al snel over een Mathias Pogba, een Archil Arveladze, Sneijdertje, Seedorf.’

Sneijder en Seedorf?

‘Heu, nu ja, Rodney en Chedric dan he. Maar let wel: hun broers zijn natuurlijk van extreem grote waarde geweest voor het Nederlands voetbal. Waar was Ajax in 95 zonder de broer van Chedric Seedorf? Had Nederland in 2010 de finale gehaald zonder Rodneys broer? Precies.’

De eerste wedstrijden verlopen soepel. Furdjell Narsingh bestelt een eerste kopstootje, terwijl hij bijkletst met Enoch Balotelli. Ze praten over hoe de carrières van hun broers langzaam uit het slop lijken te komen. De eerste topper staat gepland tussen Robin Pröpper en Paul Terry. In volledige stilte kijken de andere broers toe hoe Pröpper overtuigend wint. Er wordt gejuicht. Dan slaat er ineens hard een deur dicht.

‘Jaaheeuuhhhhiweeniemaanralsasfndiafdijedfgiwgvoebele.’

Even is het stil in café/zaal Lavrijssen. Ik kijk om en zie Ronald de Boer met een sporttasje in zijn handen, en een zwarte coltrui om zijn schouders geslagen, in de deuropening staan, naast een bord bij de ingang waar ‘Vrijdagavond: Tanken Deluxe’ op staat geschreven, en een scheel en lachend mannetje getekend, dat drie bier in zijn handen heeft.

De stilte ontwikkelt zich van stil naar ijzig stil. Dan staat Erik manhaftig op. Hij lijkt zich te willen verzetten, namens de andere broers. Hij schraapt zijn keel en draait zich om naar Ronald de Boer.

‘Ronald, we hebben het hier al eens over gehad. Jij telt niet. Jij bent te goed.’

‘Jaaheeuuhhhhiweeniemaanralsasfndiafdijedfgiwgvoebele,’ antwoordt Ronald, een beetje chagrijnig. Hij laat zijn sporttas op de grond ploffen, en pakt het truitje van zijn schouders af.

‘Ronald, doe dit nou niet. Niet weer.’

‘Jaaheeuuhhhhiweeniemaanralsasfndiafdijedfgiwgvoebele.’

Dan, ineens, klinkt er een laag gegrom vanachter de fruitautomaat. Een wat ouder, klein mannetje met een dikke buik en een gouden voortand staat op en draait zich om naar Ronald de Boer.

‘Hugo Maradonna, Hugo Maradona,’ fluistert Paddy John met een zenuwachtig stemmetje tegen Jonathan Benteke. ‘De broer van een wereldlegende,’ verduidelijkt hij daarna tegen mij.

Maradona haalt een keer diep adem door zijn neus. Het snuiven klinkt in een volledig stil geworden café/zaal Lavrijssen meer als het briesen van een stier, dan als het inademen van een klein mollig mannetje in een Napoli-shirt. Maradona rolt zijn mouwen op.

‘Martijn. Ik denk dat het tijd is dat je gaat,’ fluistert Makaay, zonder me aan te kijken.

Oké.

‘Ik mail je de uitslagen wel na.’






Edgars leesadvies