'Haben Sie eine Stunde?'
- Leo Beenhakker

Vorst in de grond van Ankara en een Europees kampioen brengt even een invaller

Vorige week wegens het herstel na vijf dagen carnaval geen Wartburgia-stukje, natuurlijk niet, afgelopen zaterdag stapte de leider van Wartburgia 2 weer de wei in, een schamel koud weitje op een vroege ochtend met bijzondere gasten en veel spanning.

Door , in categorie: Column op .

Allereerst de kou.

Om kwart voor tien verzamelen en de schrale grasvelden waar Ankaraspor zijn thuiswedstrijden afwerkt totaal bevroren onder een grijze hemel zien liggen met de melding dat er om elf uur herkeurd wordt, dat geeft zorgen, ook al leek die elf uur een verwijzing naar carnaval.

Dus:

Veertien jongens omkleden, warming up doen en afwachten of er daadwerkelijk gespeeld kan worden. Tegen half elf kwam de zon door en werd de bovenlaag van de klei iets zachter. Dat ging de goeie kant op.

Dan de accommodatie. Die is er eigenlijk niet. Bij Overamstel hebben de mannen van Ankaraspor een bestuurskamertje, en ze kunnen gebruik maken van de kantine waar, zo ontdekten we bij het bestellen van de koffie, zwart geld direct doorgesluisd wordt naar een rekening in Panama. Lekkere Surinaamse broodjes, dat wel.

Dan die kleedkamers.

Naast het kippenhok van Overamstel staat nog een verloren monument met een gang en vier kleedkamers. Een barak. Geen tegeltje zit vast aan de muur, de pleepot hangt er half bij, de kleedruimtes zijn drie bij vier voor veertien spelers, en de douche bleek achteraf erg mee te vallen. Dat is altijd lekker. In zo’n gammele stal zitten en toch lekker douchen.

Gevaarlijke tegenstander, dat Ankaraspor. Gevreesde naam in Amsterdam, maar de club heeft een metamorfose ondergaan, dat wil zeggen: de enige Turk op het veld was de vriendelijke scheidsrechter. Hun tweede team bestond uit sterke Hollandse jongens die het ons in de thuiswedstrijd, op een zompig grasveldje, ook moeilijk maakten.

Dan de bijzondere gasten.

Allereerst kwam er een grijzende man aanlopen met een bekend gezicht. Hij had een jongen bij zich, een invalspeler voor Ankaraspor, ving ik op in de kantine. Ik deed of ik naar het shorttrack van de Olympische Spelen keek op het grote scherm, en bleef een beetje meeluisteren. Hij had lang niet gespeeld, die jongen. Ze hadden hem hard nodig. Fijn dat hij er was.

De man die hem bracht was Marco van Basten. Vandaar dat ik even meeluisterde. Als die jongen (zijn zoon?) ook maar tien procent van de kwaliteiten van Van Basten zou hebben, dat waren wij hier kansloos en zou ik de scheidsrechter zeker even om controle van de pasjes vragen.

Ook dat bleek mee te vallen. De jongen zat de eerste helft op de bank en stond na de rust rechtsback. Ankaraspor had een flink aantal spelers die beter waren.

Een andere gast:

In de dug-out lag iemand te slapen. Er stond een fiets, een tuinstoel, er lagen zeker vier lege flessen wijn op de grond. Een dakloze die iets van de grond wil liggen, dat was verstandig. In de slaapzak zaten scheuren en de stof zag er erg vies uit. Onze trainer zei dat ik hem wakker moest maken, dat is een van de taken van de leider.

Dus ik zei goeiemorgen tegen de beste man en vroeg hem of hij een kopje koffie wilde. Even een beetje opwarmen. Dat wilde hij niet. ‘Energydrink,’ zei hij. Dat ga ik niet voor je halen hoor, dat is erg ongezond. ‘I have it myself,’ zei de zwerver. Toen ging hij zijn tanden poetsen.

We deden de warming-up en toen begon de wedstrijd. De zwerver sjokte weg, stak nog even zijn hand naar me op.
Ankaraspor maakte al snel 1-0 en het was lang vechten om de gelijkmaker binnen te tikken, wat in de tweede helft lukte. Daar bleef het bij.

De Turkse scheids keurde nog een hakbalgoal van Ankara af, ik heb geen idee waarom, maar we konden leven met een puntje.






Edgars leesadvies