'Haben Sie eine Stunde?'
- Leo Beenhakker

Verliezen van Ajax

Verliezen doet altijd pijn, maar als PSV van Ajax verliest dan wil Aafke het liefst even helemaal verdwijnen.

Door , in categorie: Column op . Tags: , ,

Als je club verliest is dat zuur. Dat hoort zo, dat is normaal. Als je de wedstrijd op televisie ziet dan vloek je een paar keer welgemeend, strek je je arm een keer zuchtend in de richting van de falende doelman op het scherm, en schenk je een borrel in. Als je in het stadion zit is het al iets zuurder, zeker als het na een minuut of 75 duidelijk wordt dat winnen nicht mehr im Frage is en je nog een minuut of twintig naar zielloos verliesvoetbal moet kijken. En als het dan ook nog koud is of regent en je zit niet in de Arena of de Gelredome dan is het helemaal afzien.
Sommige supportersgroepen zijn er noodgedwongen aan gewend. Als tiener kwam ik nog wel eens in de Goffert, en ik kan je zeggen dat NEC-supporters over het algemeen niet op zondag de deur uitgaan om klinkende overwinningen te gaan aanschouwen. NEC-supporters gaan omdat het er nou eenmaal bijhoort (of “bèèheu-aht”), het is en blijft tenslotte je club, Eredivisie of Jupilerleague. Tuurlijk is er wel eens chagrijn – wat heet: huizenhoog chagrijn -, maar als er wordt verloren van Ajax, dan kun je altijd zeggen: “Ach, ’t is wel Ajax hè.”

Het gedonder begint eigenlijk pas wanneer je supporter bent van een club die wel eens wat wint. Nou groeide mijn vader op onder de rook van het Philipsstadion (en begon zijn muzikale carrière in de Philipsharmonie) en is PSV een zeldzame erfelijke aandoening, dus in huize Romeijn valt af en toe nog wel eens wat te vieren. Met dat vieren begint ook het balen wanneer er verloren wordt van een club die als middenmoter wordt beschouwd. En de teleurstelling als de eerste ronde Europa niet wordt overleefd. Wanneer er verwachtingen zijn, staat er iets op het spel. Da’s mooi, het maakt het supporterschap spannend, maar er zijn twee momenten in een seizoen dat ik die spanning nauwelijks aan kan, en dat is wanneer er tegen Ajax moet worden gespeeld.

Wanneer PSV verliest dan baal ik, maar wanneer PSV van Ajax verliest dan zou ik het liefst even helemaal verdwijnen, zo ondraaglijk vind ik het. Hoe dat komt? Misschien is het vanwege de onvermijdelijke venijnige appjes die ik na afloop krijg van de onverlaten in mijn omgeving die zichzelf ajacied noemen. Misschien is het omdat ik in mijn jeugd in het zuiden van het land al een intense hekel had aan klasgenootjes die zich van de een op de andere dag bekeerden tot het ajaxisme, omdat het nou eenmaal leuker was om een club aan te moedigen die wél iets presteerde in Europa. Misschien is het ook gewoon omdat Ajax de enige echte tegenstander is van PSV in de Eredivisie. Hoe het ook zij: als de klassieker er weer aan zit te komen moet ik haast aan de bloedverdunners om mijn hartslag de baas te kunnen blijven, en probeer ik alle smsjes met “zullen we gezellig samen kijken hehehehe” van Ajax-gezinde familieleden diep in- en uitademend te negeren. En als het eenmaal zover is, zit ik met opgetrokken knieën op de bank en gluur ik tussen mijn vingers door naar de wedstrijd.
Je begrijpt het al. Ik ben even een dekentje zoeken om me onder te verstoppen. Sms me maar even wat het is geworden. Behalve als Ajax gewonnen blijkt te hebben: laat me dan maar gewoon even met rust.