'Haben Sie eine Stunde?'
- Leo Beenhakker

Verhuisdoos Dertien

Erwin Koeman rekent af met de spoken uit het verleden. De geheimen van Beenhakkers verhuisdoos dertien moeten eraan geloven. Tim Notten doet verslag.

Door , in categorie: Column Verhaal op . Tags: , , , ,

 

Erwin neemt het shirt over van de sproetige vrijwilliger van het benefietgala in Ahoy. “Koeman”, staat erop, met rugnummer vier. Toen hij een uur geleden datzelfde shirt aan de sproetige jongen had gegeven voor een veiling, had die hem argwanend aangekeken. ‘Jij bent Koeman niet,’ kon hij hem horen denken. Niemand had op zijn oude PSV-shirt geboden.

Hij stopt het shirt in zijn tas en loopt door de regen naar zijn auto. Hij stapt in, gooit de tas op de achterbank en slaat met zijn handen op het stuur. En nog eens, en nog eens, totdat de pijn van zijn handpalmen naar zijn polsen trekt. Het helpt niet. Zelfs de pijn is geen bewijs voor zijn bestaan. Erwin Koeman, een leven lang net niet.

Even dacht hij bij Everton in het spotlicht te komen, toen Ronald de laan uit werd gestuurd. Maar hij kon naar de jeugd, of wieberen. En zijn broer werd fucking bondscoach. Als voetballer greep hij ook al overal naast. Hij deed het leuk bij PSV, maar toen die de Europacup I wonnen zat hij net even bij Mechelen. Beenhakker negeerde hem dat hele vervloekte WK in Italië, omdat hij als enige voor Aad de Mos had gestemd. Iedereen stond in de spotlights, dat vreselijke toernooi. Zelf een nobody als Van Tiggelen, met zijn domme grootspraak in VI. Iedereen, behalve Erwin. En diezelfde Aad de Mos werkte hem er later ook nog eens uit bij PSV, omdat hij onder Beenhakker had gediend.

Hij drukt zijn kin tegen het stuur en staart door de natte voorruit naar de blinde wand van een oude loods. “Bef je moeder”, heeft iemand er in hoekige letters op gekladderd. Tegen de loods staat een scheefgezakte kartonnen doos ter grootte van een koelkast. Erwin kijkt op zijn horloge. Halfzeven. Emmy wacht in het hotel op hem. Hij wil niet naar Emmy. De kartonnen doos helt over in de wind en dreigt op zijn auto te vallen. Opeens denkt hij aan verhuisdoos dertien. Die mythische doos van Leo Beenhakker, waarin de ex-bondscoach volgens zeggen alle ranzige details van het WK van ’90 bewaart. Als hij die doos kan bemachtigen, dan is het misschien eindelijk zijn beurt om de voetbalwereld op zijn kop te zetten.

Een halfuur later stopt hij voor het huis van Beenhakker. Alles is donker, zelfs de tuinverlichting is uit. De voordeur staat open. In plaats van zich daarover te verbazen haast hij zich naar binnen en de drie trappen op naar de zolder. De deur klemt in de sponning en kraakt vervaarlijk als hij zich met zijn schouder een weg naar binnen forceert. In het schijnsel van zijn telefoon speurt hij de ruimte af. Die is leeg, op een grote kartonnen doos na. Verhuisdoos dertien, staat erop.

Hij rent er bijna op af. De doos is dichtgetapet met dikke lagen plakband. Met zijn sleutels probeert hij een opening te forceren, maar dat valt nog niet mee.

‘Lieve jongen’, hoort hij achter zich, ‘dat gaat zo toch niet?’

Van schrik laat hij zijn sleutels vallen. Hij draait zich om, en daar zit Leo, naast de deur, in een ouderwetse rookstoel.

‘Zou je dat nou wel doen?’ vraagt de oude oefenmeester. ‘Je weet niet wat je je op de hals haalt, geloof mij nou maar.’

‘Wa… Wa-ha-ha… ’ Erwin hapert. De adrenaline heeft zijn keel dichtgeknepen. Hij voelt zich in de val gelokt, al heeft hij geen idee wat voor val dat dan precies is. ‘Wat… wat doe jij hier?’ brengt hij met moeite uit.

‘Ik bewaak mijn doos. Dat is toch niet zo gek?’

‘Nee,’ prevelt de werkeloze trainer. ‘Nee, dat zal wel niet. Maar wat zit erin, Leo? Wat zit er in die verdomde klotedoos van jou?’

‘Ach, niet zoveel bijzonders.’

‘Wat, Leo? Wát?!’ Zijn stem slaat over.

‘Gewoon, wat iedereen bewaart in een oude doos op zolder. Mijn jeugd.’

‘Ja ja.’

‘Jongen, als je me niet gelooft, als je het per se weten wilt, waarom kijk je dan niet gewoon zelf?’

Erwin aarzelt. ‘Best,’ zegt hij dan. ‘Prima, Leo. Dan maak ik nu je doos open. Kijk.’ Hij draait zich om en wil zijn sleutels oprapen, maar ziet dan dat de lagen plakband zijn verdwenen. Met een ruk trekt hij de doos open.

Een zuil van vuur schiet uit de doos omhoog en spettert tegen het plafond uiteen. Het duurt misschien een seconde, maar Erwin merkt dat al niet meer. Zijn telefoon tuimelt als in slow motion naar de grond, en dan is alles weer donker.

Beenhakker steekt een sigaar op. Hij grinnikt om het geluid van een jammerende peuter, die kruipend op hem toe komt. ‘Ach jongen toch,’ spreekt Beenhakker vaderlijk tegen de peuter. ‘Het spijt me Erwin. Het moest zo zijn, zullen we maar denken, niewaar? Nou ja. Mijn jeugd is nu van jou. Nog minstens zeventig jaar in het verschiet om alles opnieuw te doen. Maar veel beter zal het niet worden, vrees ik.’

De piepjonge Erwin zet het op een brullen.

Beenhakker staat op uit zijn stoel en loopt naar de deur. Op de gang kijkt hij nog even om. ‘Sterkte jongen, ik wens je heel veel sterkte.’ Daarna trekt hij de deur achter zich dicht en lost in zijn eigen sigarenrook op.

 

 

 

 

 






Edgars leesadvies