'Haben Sie eine Stunde?'
- Leo Beenhakker

Van Harry Vermeegen en dingen die voorbij gaan

Harry Vermeegen en het Nederlands Elftal. Ooit was het een ijzersterk duo: een elftal vol wereldsterren, en een kijkcijferkanon op de nationale televisie. Nu is het allebei vooral heel erg treurig en pijnlijk. Martijn Neggers schreef erover. Een tragedie in twee bedrijven.

Door , in categorie: Column op . Tags: , ,

I

Het is de zomer van 1998, en ik kijk naar het tv-programma De Oranje Regenjas. Harry Vermeegen gaat met het Nederlands elftal mee naar Frankrijk, om wereldkampioen te worden. In een lange oranje regenjas gaat hij met een cameraman, een regisseur, een geluidsman, en wat mensen voor de productie, uit naam van televisiestation Veronica, langs om lollige filmpjes te maken met supersterren als Jaap Stam, Ronald de Boer en Patrick Kluivert.

Terwijl ik, ik ben op dat moment een jaar of elf, voor de televisie lig, zie ik met rode wangen hoe Harry in een oranje 2CV over de bergweggetjes van Frankrijk rijdt. Toon Hermans zingt een liedje over de kleur van de Méditerranée (spoiler: zo blauw) en de zon schijnt. Harry lacht en gilt en juicht al op het moment dat de muziek wegebt en hij in beeld verschijnt.

‘Dit! Is! Aix-en-Provence! En! Ik sta hier! Met onze! Eigen! Clarence Seedorf! Jahahaaa! Clarence! Hé! Clarence! Hoe gaat het, jongen!?’

‘Het gaat goed, Har.’

‘Het! Gaat! Goed! Zegt ie!’ gilt Harry naar de camera. ‘Hahaa! Het gaat goed met Clarence Seedorf!’ Clarence staat een beetje schaapachtig te wachten tot Harry is uitgeraasd.

‘En! Zeg eens! Clarence!’ gaat Harry onverstoord verder. ‘Waarom gaat het zo goed met je?!’ Harry houdt het bijna niet meer, maar Clarence blijft stoïcijns.

‘We zijn door de poule heen, Har.’

‘We zijn! Door! De! Poule! Heen?! Ha! Haha! Clarence! Jahaaaa! We zijn niet alleen door de poule heen! We! Worden! Wereldkampioen!’

‘We gaan ons best doen, Har.’

‘Wat zeg je?! Clarence! Ha! Hahahaaa! We gaan ons best doen?! Jij gaat hier nou gewoon zeggen: We! Worden! Wereldkampioen!’

‘Oké, Har. We worden wereldkampioen.’

Even trekt Harry een gezicht  van overdreven verbazing en euforie. Dan draait hij zich naar de camera en gooit zijn armen in de lucht. Er begint een Frans orgeltje te spelen terwijl Harry gillend rondjes rond Clarence Seedorf begint te rennen.

‘Jahaaa! Ohooo! Ha! Hahaha! Clarence zegt het! Hij zegt het! We! Worden! Wereldkampioen!’

Even houdt Harry op met rennen, om nog eens te vragen of Clarence het écht meent. Clarence knikt. Het tafereeltje herhaalt zich. Een paar dagen later wint Nederland van Argentinië. Wereldkampioen worden we niet, maar het scheelt niet veel. Alle spelers van Oranje worden geroemd door heel Europa. Harry’s programma is die zomer een van de best bekeken programma’s van het land. Clarence blijft nog jarenlang bijna alles winnen wat er te winnen valt.

II

Zondagochtend, een kleine twintig jaar later. Ik drink koffie aan mijn keukentafel. Het Nederlands elftal is een paar dagen terug huilend het bos in gestuurd tegen Frankrijk. Ik wacht sidderend de wedstrijd tegen Bulgarije af. Ik neem een slok, kijk wat filmpjes op youtube en kom, al doorklikkend, in de donkere krochten van het internet terecht. Wat blijkt? Daar zit Harry Vermeegen nog altijd verscholen.

Harry heeft geen 2CV meer om in rond te rijden. Hij heeft ook geen geluidsman meer, geen cameraman en geen productieteam. Er willen eigenlijk niet zoveel voetballers meer filmpjes maken met hem. Eigenlijk heeft hij niet eens meer een camera. Er is niemand meer die hem uit wil zenden, of überhaupt nog wil kijken.

Behalve ik, nu, op deze grijze zondagochtend aan mijn keukentafel. Ik kijk naar Harry, die ergens op een veldje met een selfiestick, in zijn eentje, probeert terug te pakken wat hij ooit had, met zijn Oranje Regenjas: momentum, nationale faam, gezellige televisie. 

‘Ik! Word! Verscheurd!’ roept Harry in zijn eigen telefooncamera. Hij gooit zijn hoofd de ene kant in, en daarna weer de andere kant. Maar er is geen Jaap Stam meer die hem vraagt waardoor. Er is geen Wim Jonk meer die een arm om hem heen legt, of een Dennis Bergkamp die Dennisbiertjes voor hem keurt. Dus gaat hij zelf maar gewoon verder. ‘Ik word verscheurd, jongens en meisjes! Dan weer denk ik! We hebben nog kans! Dan weer denk ik! Het is voorbij!’

Hij wacht eventjes. Maar Clarence verzekert hem niet meer dat Nederland wereldkampioen wordt. Dus doet hij het hele riedeltje nog maar een keer. En nog een keer. En elke keer dat hij het herhaalt, worden de gebaren groter en wanhopiger. Hoe kan het nou, zien we hem denken, hoe kan het nou dat niemand meer naar me kijkt? Het filmpje gaat een paar minuten door. Dan zet Harry zijn telefoon maar uit. Op naar het volgende filmpje. Misschien wil Queensy Meneg nog wel een keer met hem praten, na de training. Een minuutje of zo.

Twintig jaar nadat Harry met Clarence Seedorf zijn filmpje opnam in Aix-en-Provence, is hij gillend en gorgelend de afgrond van de vergetelheid ingegleden. Ik hoop dat er een dag komt dat hij het zelf ook beseft, en zijn ondergang omarmt. En ach, misschien geldt dat voor het Nederlands mannenelftal ook wel. Harry houdt de vergetelheid alvast warm voor de oranje leeuwen.

Het kan verkeren, zou Bredero zeggen. Couperus niet, die zou hooguit iets verzuchten van oude menschen en dingen die voorbij gaan, en dan met zwaar gemoed nog een glas wijn inschenken.