'Haben Sie eine Stunde?'
- Leo Beenhakker

Twee unieke Brusselse boys

Nu Oranje niet naar het WK gaat, moeten we misschien wel gewoon voor België supporteren. Geweldige ploeg, alleen, hun twee aartsvaders – Kompany en Vanden Borre – zullen ontbreken in Moskou. Vincent Cardinaal schreef een ode aan twee unieke boys uit Brussel.

Door , in categorie: Column op . Tags: , , , , ,

Voetbalvrienden, we gaan naar de straten van Brussel. Die schitterende wereldstad, opgebouwd uit gelijke delen pure schoonheid én lelijkheid. Daar waar de windstreken voor eeuwig ingeklemd zitten tussen Brusselse chique en straatcultuur, tussen de Europese Unie en Absurdistan. Daar, en alleen daar, kan dit verhaal beginnen – en zal het overigens ook eindigen. Maar daarover straks meer. Eerst het begin.

Zie, daar lopen twee jongens. Niet samen, ze lopen apart, allebei in een ander deel van de stad, laten we zeggen de een in Molenbeek en de ander in St-Joost-ten-Node. Kijk, ze dragen een sporttas, hebben de dopjes van een iPod in hun oren. Ze trappen een bal voor zich uit op een controlerende wijze zo vanzelfsprekend, dat elke passant weet: deze boys kunnen voetballen, of zoals ze dat in België noemen: sjotten. Ze spelen in de jeugd van Anderlecht, van Paars-Wit. De boys lijken evenveel op elkaar als dat ze verschillen. Beide hebben Belgisch en Congolees bloed in de aderen. Het zijn stadsjongens, allebei zeer ambitieus en veruit de grootste talenten van hun lichting. Ze zijn de toekomst van het Belgische voetbal, maar dat weet nu nog niemand – behalve die twee zelf, want vergist u niet: ze zijn zelfverzekerd als Donald Trump, moeder.

Dan de verschillen – de een is de allemansvriend, de poster boy – hij luistert naar de naam Vincent Kompany. Treffende achternaam: samen met zijn vader verzamelt hij als tiener al een entourage, hij is eerder ondernemer dan dat hij mag stemmen. Die ander heet Anthony Vanden Borre. Niet bepaald een allemansvriend. Hij leeft met het hart op de tong, hij is tegendraads, lastig, kwaad zelfs. Maar als hij begint te dribbelen vanaf rechtsachter…amaai, das gene normale he?

Na hun eerste passages bij Paars-Wit waaieren ze uit. Natuurlijk, de allemansvriend gaat naar Hamburg en Manchester: wereldsteden, waar hij als vanzelfsprekend hangt met andere sterren, met de broertjes van Oasis en met de oliesjeiks uit Abu Dhabi. In Manchester wordt hij een legende, als kapitein die de eerste titel sinds mensenheugenis viert. Al is er ook een probleem: die verdomde kuiten. Meer dan dertig blessures zal hij eraan krijgen. Die ander heeft geen lichamelijke problemen, of we moeten zijn voorkeur voor Ben & Jerry’s en Red Bull zo noemen. Hij heeft dan weer de mentale weerbarstigheid van de echte querulant. Waar Anthony gaat, daar zijn altijd relletjes. Hij wordt vaak weggestuurd en altijd weer in genade aangenomen. Zo gaat het in Firenze en in Genua – steden op maat gesneden voor hem: renaissance en een haven met flinke hoerenbuurt.

De jongens zijn vanaf 2008 hét symbool van een nieuwe lichting Rode Duivels. Waar blank en zwart, noord en zuid en Frans en Nederlands nooit samen konden, daar zijn zij nu de bisonkit. Ze vieren wat succesjes met de ploeg, er komt een gigantische hype. Beide zijn erbij op het WK van 2014, in Brazilië. Voor Vanden Borre een mirakel, want hij heeft op de valreep zijn reputatie nog maar eens weten te reanimeren. Maar hij is er. Zelfs met basisplek. In de groepsfase, tegen Zuid-Korea, verbaast bij vriend en vijand met zijn signature move: in volle actie opeens met beide voeten bovenop de bal gaan staan, de armen gespreid als een havik, het gezicht strak als Buster Keaton. Wie het ziet, wordt gek. Dit is Anthony ten voeten uit – kom hier dat ik u kus, totale mafkees, geniale gek.

Maar, als de Duivels in Moskou de kroon op het werk, hún werk, gaan zetten – zullen ze er niet bij zijn. Kompany is op, en Anthony…tja na weer eens te zijn weggestuurd bij Anderlecht voetbalt hij nu in Congo, een door oorlog verscheurd land. Hij doet het voor de mensen, zegt hij zelf. Dat ze maar een beetje lief voor hem zijn – samen met Frank Vandenbroucke is hij de meest intrigerende Belgische sporter ooit. En die stierf na een nacht met een hoertje in Senegal.

Nee, in juli 2018 vieren de Duivels hun wereldtitel op de Grote Markt in Brussel. Kompany zal zichzelf wel op het bordes krijgen. En Anthony? Nee man, geen denken aan. Die zal in de straatjes rondom de markt staan, een blikje Red Bull in de hand. Hij zal een hoodie dragen en na een paar minuten weer vertrekken. Zie, daar gaat hij, de Anspachlaan op, en dan over de Rue Antoine Dansaert, zo Molenbeek in. Hij zal op de stoep bij een pleintje gaan zitten, en lachen om de boys die daar staan te sjotten. Bij zichzelf zal hij denken: ‘er waren eens twee jongens.’