'Haben Sie eine Stunde?'
- Leo Beenhakker

Stefan Thesker knalt door rood

Stefan Thesker speelde met twee doelpunten een cruciale rol dit weekend in de strijd tussen titelkandidaat PSV en FC Twente. Vooral zijn laatste zal hij zich nog lange tijd heugen.

Door , in categorie: Column Satire Verhaal op . Tags: , , , ,

Thesker staat voor rood. UB40 neuzelt uit het Bang & Olufsen soundsysteem van zijn Audi A8, maar dat deert de Twentse verdediger niet. Thesker denkt aan Thomas Lam en Jorn Brondeel, die in de kleedkamer een arm om hem heen sloegen. Hij denkt aan Oussama Assaidi, die zijn hoofd vastpakte, naar zich toetrok en een kus op zijn voorhoofd drukte. Hij ziet het voor zich, als een toeschouwer, als een camera van Studio Sport die registreert hoe zijn ploegmaten hem een hart onder de riem willen steken. Met de juiste muziek eronder had het ook een overwinningsfeestje kunnen zijn. Maar zijn stereo speelt Red Red Wine in plaats van The Final Countdown. En Twente won helemaal niks. Dankzij hem, Stefan Thesker, de man die altijd, bij elke gele kaart, betrokken is.

Terwijl zijn ruitenwissers reageren op de eerste regendruppels als honden op een kat, denkt Stefan aan de toespraak van Gert-Jan Verbeek, direct na de wedstrijd. Lef. Leeuwenharten. Instelling en passie. Dat had hij allemaal gezien, Verbeek, en dat is ook waar hij om had gevraagd. Verbeek was trots. Hij kon wel janken van trots, dat zei hij. En inderdaad, Stefan zag dat de ogen in het verweerde gezicht van de oefenmeester dreigden over te lopen. Voor er daadwerkelijk een traan over diens wangen zou lopen keek hij snel weg.

Hij keek weg omdat het allemaal zijn schuld was. Omdat hij, Stefan Thesker, de man die bij elke bizarre situatie van die wonderlijke wedstrijd betrokken was, op tilt was gegaan in de laatste fase van een zinderende pot voetbal tegen de aanstaande landskampioen. Op tilt. Met zijn teen. De teen die twee doelpunten achter zijn naam kreeg, waaronder de winnende voor PSV.

Nog vier uur, zegt zijn navigatiesysteem. Vier uur en drie minuten precies, tot hij zijn stoere, zwarte Audi bij zijn schoonouders voor de deur parkeert. Of zal hij hem maar meteen de gevel binnenrijden? In zijn kofferbak ligt een bos bloemen die hij heeft gejat uit de lobby van het PSV-stadion, tezamen met een tas vol spullen van de Douglas bij hem om de hoek, ingepakt als een reuzenbonbon. Luchtjes en crèmepjes voor zijn schoonmoeder. Gretchen. Gruzella, had ze wat hem betreft moeten heten. Ze is vandaag honderdrieënzestig geworden, en zijn vrouw wil per se dat hij dat heuglijke feit mee komt vieren.

Achter hem toetert iemand. Stefan schrikt op uit zijn overpeinzingen. Het stoplicht is op groen gesprongen. Een Suzuki Alto achter hemt toetert opnieuw, lang, schel en zeurderig. Stefan tast achter zich, tot zijn vingers tussen lege blikken Red Bull en plastic bekers snoeptomaatjes het handvat van zijn honkbalknuppel vinden. Grijnzend stapt hij uit. Achter de voorruit van de Alto bungelt aan de spiegel een PSV-shirtje. Als hij dit klusje nu eindelijk eens niet verkeerd aanpakt, zit hij vanavond in een Eindhovense cel en niet bij Gretchen. Leeuwenhart! Passie! De voorruit verbrijzelt onder zijn honkbalknuppel. De bestuurder draait zijn raampje open en schreeuwt iets tegen hem. ‘Deze is voor jou, Gert-jan,’ denkt Stefan, en hij heft opnieuw zijn honkbalknuppel.