'Haben Sie eine Stunde?'
- Leo Beenhakker

Sprekende voeten op de dag na het Boekenbal

Team Edgar was sterk vertegenwoordigd op het Boekenbal. Het thema van de avond was dan ook natuur.

Door , in categorie: Column op .

 

Om twaalf uur verzamelen bij Wartburgia op de zaterdag na het Boekenbal, dat stond in de agenda met dikke rode stift. Zoiets is een opgave. Het lukte bijna. Ik was een kwartiertje later, appte ik onze trainer. Dat werd een half uur. De warming-up ging al beginnen voor een lastig potje tegen De Meer 2, de nummer drie van de ranglijst.

Die wedstrijd werd glansrijk gewonnen, met in de hoofdrol een speler die in de tweede helft op het punt stond gewisseld te worden. Wat doe je dan? De trainer wil je eraf halen. Wat doe je? Dimitri wist het antwoord. Hij liet zijn voeten spreken, zoals ze dat zo mooi zeggen.

Hij legde aan voor een vrije trap zeker dertig meter van het doel van De Meer. Hij vuurde. De bal schoot als een raket via onderkant lat en een stuit net achter de doellijn hoog in het dak van het doel.

Er volgde even later geen wissel omdat onze middenvelder eraf moest, maar een publiekswissel met gepast applaus. Met een glimmend hoofd pufte Dimi uit op de bank.

Ook op bezoek die dag bij Wartburgia: de dames van ADO Den Haag. Met flink wat knorrig publiek. Ze speelden een bekerwedstrijd tegen onze vrouwenhoofdmacht. Publiek langs ons nieuwe kunstgrasveld en de strook zwarte klei die leek op een pas ingezaaide moestuin.

Genieten jullie een beetje van de entourage, vroeg ik de Haagse supporters.

Je gulp staat open, zei een van hen. Hagenezen spreken niet met hun voeten, die zijn iets directer met hun mondjes.

Jezus ja, komt door het Boekenbal. Dan ontgaat je soms wel een detail. Bij een 2-0 voorsprong van onze dames informeerde ik graag even bij dit hoekje van het hoofdveld naar de stand. Hoeveel staat het, ooievaartjes? Toen geen sprekend mondje, en de sprekende voetjes van de Haagse dames volgden pas na rust.

ADO won uiteindelijk met 2-4. Een goed stel damesvoetballertjes wist de Hofstad op de been te brengen.

Op het bal die avond ervoor, en ook de nacht, deed vooral mijn dasspeldje het goed: een in het oog springend en toch klein en subtiel speldje met op een zilveren broche een paar witte tandjes, aan een groen touwtje. Het prijkte mijn driedelige: een combinatie van een Londens trouwpak, de broek van mijn smoking, het giletje mijn Venlose Boerebroelofspekske en een goudbruin overhemd.

Mooi speldje, hoorde ik bijna net zo vaak als de vraag: Wanneer ga jij nu eens het Boekenweekgeschenk schrijven

Het is een jagersspeldje, zei ik. Mijn jachttroffee.

Mooi, herhaalden de dames en heren uit uitgeefland.

Het mooiste zou zijn, ging ik verder, dat je bij die jachttroffee nog even een klein jachtbittertje zou kunnen drinken. Dat zou heel mooi zijn, was het instemmende antwoord.

O, vind je dat lekker, ging ik nog even subtiel door.

Geknik, ja natuurlijk, lekker hoor. En dat was het moment om een dikgevulde flacon echte originele jachtbitter uit mijn binnenzak te halen. Hoppa, proost!

De reactie: Nee nee nee, ik heb net een wijntje gehad. Of: Ja nou eigenlijk… Of van de vier mensen in het kringetje moesten er opeens twee pissen. Stuk voor stuk smeekten ze om een publiekswissel maar onze Dimi begrijpt dat zoiets niet kan zonder je voeten te laten spreken.

Dat gebeurde ook wel op dat bal, natuurlijk, maar daar zeg ik liever niks over.






Edgars leesadvies