'Haben Sie eine Stunde?'
- Leo Beenhakker

Set expectation levels to zero…

Door , in categorie: Column op . Tags: , , ,


“Waar staat ADO eigenlijk voor?” vroeg vriend C, hangend aan onze vertrouwde toog. Vriendin D proestte haar biertje uit en riep “ADO STAAT NOOIT VOOR!!”.

Ik ben al ajacied sinds ik kan praten. Voetballiefhebber word je niet, volgens mijn oma, je wordt ermee geboren. Ze zag het meer als een geaardheid dan een hobby. Elke wedstrijd zat ik op ons zachte hoogpolig tapijt, een meter van de televisie vandaan. Net dicht genoeg erop om de verschillende kleurtjes achter het bollende glas te kunnen zien. Fascinerend vond ik dat. Net zo fascinerend als het spel van Reiziger, man wat een rechtsback. De broertjes De Boer mochten we graag nadoen, en ik vond de heimelijke verliefdheid van mijn moeder op Van der Sar al vroeg gênant.

In mijn hand had ik de vaste telefoon. Een draadloze, wat vet modern was in de tijd dat Danny Blind nog geen scheldwoord was. Bij elk doelpunt van onze club, belde ik oma of oma mij. Soms tegelijkertijd, dan was het een wedstrijd wie nou wie te pakken kreeg, en gilden we AJAAAX door de hoorn.

Nu ben ik weleens jaloers op Hugo Borst, en dan met name op zijn aangeboren afwijking voor Sparta. Ik zou willen dat mijn oma een natte ’T’ had, en dat we elke zondagmiddag ADOOO door de ether hadden geschreeuwd. Ik wil niet ambetant klinken, en dit stukje is op geen manier een pleit als ‘werkte ik maar bij de Hema als worstenverkoper, dan had ik een veel simpeler en gelukkiger leven’. Dit is een oprechte verzuchting. Ik zou willen dat ik gewoon voor FC Den Bosch zou kunnen zijn, omdat zij voetballen voor de stad waarin ik ben geboren.

Het is niet dat ik mijn club zou willen verlaten, ik zou gewoon even mijn hoop en verwachting bij willen stellen. Even niet denken dat Overmars, Rijkaard, Kluivert en Litmanen zich staan warm te lopen. Misschien is dat wat Beugelsdijk bedoelde te zeggen met zijn alomvattende Rustâââg. Set expectation- levels to zero. Maar het gaat niet. Ik zit nog steeds op zondag, een meter van mijn televisie verwijderd op een hoogpolig tapijt. Inmiddels zie ik in het scherm geen verschillende lichtjes meer branden, maar kan ik de grassprietjes van elkaar onderscheiden. De telefoon in mijn hand is iets platter, maar trilt nog altijd – nu is het Team Edgar die iets gilt.