'Haben Sie eine Stunde?'
- Leo Beenhakker

Peter Blangé, de Invisible Man

Peter Blangé is weg bij de KNVB, olé olé. Hij was de PIM, de Prestatie- en Innovatiemanager. Peter maakte tijdens zijn dienstverband geen enkele indruk. Team Edgar tekent een aantal schrijnende scènes op.

Peter Blangé is de PIM. Of beter gezegd, hij wás de PIM: de Prestatie- en Innovatiemanager van de KNVB. Het volleybalicoon van Atlanta ’96 ( wat zou Ron Zwerver eigenlijk doen tegenwoordig?) zou onze jongens in Zeist eens bijbrengen wat topsport allemaal wel niet inhoudt. Helaas kon Peter gedurende zijn dienstverband, wat nauwelijks een jaar duurde, weinig indruk maken. Een bron, die graag anoniem wil blijven, omschrijft de periode van de lange lijs als volgt – ‘als twee watjes, in een voor het blote oog niet waarneembare slowmotion, met elkaar in botsing zouden komen, dan zou dat nog meer wrijving veroorzaken dan Peter Blangé’s huwelijk met de bond.’

Dezelfde bron gaf ons in het donker van een naar urine en afgewerkte motorolie stinkende parkeergarage in het geniep – uche uche – een envelop. Inhoud? Vijf opgetekende scènes uit de loze avonturen van Peter in Zeist. Dit ter schrijnende illustratie van bovenstaand citaat.

I. De rondleiding van Hans

‘Nou, de leeuwenkuil, the lion’s den. Hier is-ie dan.’ Hans van Breukelen zwaait de deuren open van het pand van de KNVB in Zeist. Peter voelt dat hij onder de indruk moet zijn, maar hij is het niet echt. ‘Nou Hans, dat is inderdaad een mooie entree geworden, zeg.’ Het liefst zou Peter nu direct aan de slag gaan: alleen op zijn kantoortje, druk in de weer met Excel. Lekker grafiekjes bewerken, innoveren, innoveren, innoveren! Om dan te presteren. Peter vraagt aan Hans of die hem zijn kantoor kan wijzen. De boomlange ex-keeper krabt eens op zijn hoofd. Een goede vraag. Hij vraagt het aan de juffrouw van de balie, maar ook die heeft geen idee. Of interesse, dat kan het ook zijn.

Zo staan ze maar wat te dralen. Hans probeert Jean-Paul Decossaux op zijn mobiele telefoon, maar die staat blijkbaar uit, of misschien is Hans wel geblokkeerd. Dan draait Hans zich om naar Peter – ‘nou vriend, misschien moeten we het dan morgen nog maar eens proberen.’ Peter laat zich niet kennen en zegt zo monter mogelijk: ‘Ja Hans, je weet wat ze zeggen: slechte repetitie, goeie…?’ Hans van Breukelen kijkt hem verbouwereerd aan en loopt dan weg zonder gedag te zeggen.

II. De powerpointpresentatie

Eindelijk is het zover. Peter is twee maanden aan de slag, en vandaag gaat hij al zijn collega’s in Zeist laten zien waar hij zo druk mee is geweest de laatste periode. Als een natuurkundige op zoek naar de Higgs Boson – zó heeft hij zich gevoeld in zijn kantoor, of zoals hij het in zijn kop durft te noemen: zijn lab. Geweldige resultaten heeft hij opgediept. Zo heeft hij alle kortgenomen corners van alle vertegenwoordigende elftallen sinds de oorlog geanalyseerd. Patronen gezien, jongens! Oh la la la.

Peter pakt zijn MacBook en spoedt zich naar de presentatiezaal. Daar zitten vier mensen. Waarvan er een zich blijkt te hebben vergist. Maar goed, dat maakt niet uit. Kwaliteit boven kwantiteit. Peter wendt zich tot de man van de techniek. Of hij zijn MacBook even wil aansluiten op de beamer. De man pakt zijn laptop niet eens aan.

‘Dat gaat niet, hier.’
-‘Pardon?’
‘We werken met windows, ik kan deze niet aansluiten, past niet.’
-‘Heeft niemand dan zo’n verlengstukje?’

Niemand had zo’n verlengstukje.

III. Het kopieerapparaat

Op vrijdagmiddag wordt het baldadig op de burelen van de KNVB. Er worden practical jokes uitgehaald, rond 16 uur trekken de eerste durfals een alcoholarm biertje open. Peter besluit om eens mee toe doen. Hij loopt de gang op, nadert het kopieerhok en hoort gegiebel en gedoe. ‘Jongens, jongens!’ roept hij, maar niemand reageert. Als hij zijn hoofd om de hoek steekt, ziet hij Jean-Paul Decossaux in zijn blote reet op het werkende kopieerapparaat zitten. Zijn assistent trekt de A4’tjes met daarop de derrière van haar baas uit het apparaat en toont ze trots aan de anderen. ‘En die is voor…Wilfred Genee! En die voor…Johan Derksen!’ Zo gaat het nog even door.

Als Decossaux van de Xerox stapt en zijn broek dichtknoopt, ziet Peter zijn kans schoon. Hij springt op het apparaat, zijn pantalon op de enkels. Een vrouw slaakt een gilletje als ze zijn geslacht voorbij ziet flitsen. ‘Tja, volleyballer he…’, fluistert een collega haar toe. Peter drukt ondertussen met groot plezier op de knop van de machine. Zo voelt uit je dak gaan dus! Jottem. Als hij de A4’’tjes pakt, staat hij al snel paf. Ze zijn er allemaal blanco uitgekomen. Decossaux grist er een uit zijn hand. Met een stift schrijft hij er iets op, en hangt hem vervolgens op het prikbord. Er staat: PIM – Peter, Invisble Man.

IV. Ronalds eerste dag

Ook voor de PIM is de eerste dag van de nieuwe bondscoach een spannende. Er gaat veel veranderen – Zeist wordt nu écht het epicentrum van het voetbal. Het wordt toegeschreven aan Koeman, maar Peter geniet stilletjes op de achtergrond – dít is wat hij en Hans al in het begin bespraken: pure innovatie.

Halfweg zijn eerste werkdag komt Ronald ook even bij Peter langs. De coach gaat zitten, en zucht even. Hij lijkt niet goed te weten wat-ie moet zeggen. Blangé neemt dan maar het woord. Hij laat Koeman een kwartier of wat statistieken en spreadsheets zien. Daarna is Ronald een tijdje stil, om vervolgens op te staan. ‘Dankjewel Pieter, heel interessant. Maar ja, basketbal is wel een heel andere sport als voetbal, he?’

V. Peters laatste dag

Op zijn laatste dag pakt Peter verslagen zijn spulletjes in. Hij maakt nog eenmaal een backup van zijn gegevens (macht der gewoonte) en zucht dan eens diep. Nee, het was toch niet helemaal geworden wat hij ervan verwachtte. Op de gang zoekt hij naar Eric Gudde, zijn broodheer. Hij wil hem toch de hand even schudden. Eric blijkt niet aanwezig. Sterker, er is bijna niemand, want het Nederlands Elftal is op reis, ze spelen tegen Italie. Peter geeft de mevrouw bij de balie dan maar een hand.

‘Nou, dan ga ik maar he?’
-‘U gaat weer?’
‘Ja, het is mijn laatste dag’
-‘Dus u heeft geen bezoekerspas?’
‘Nee, ik heb geen bezoekerspas.’
-‘Nou dat scheelt dan weer, dan hoef ik hem ook niet in te nemen.’
‘Ja. Tja. Nou, goedendag he?’
-‘Joe.’