'Haben Sie eine Stunde?'
- Leo Beenhakker

Overdekt zitten

Af en toe, zonder enige verdere regelmaat, publiceert Team Edgar een gastbijdrage. Deze week schreef Ralf Mohren een verhaal over Roda JC, zíjn Roda JC, en een Tiroler tietenfilm.

Door , in categorie: Gastcolumns op . Tags: , , , ,

Ik was een jaar of dertien toen ik voor het eerst alleen, dat wil zeggen zonder mijn vader, maar met twee vrienden, naar Roda mocht. Dat mijn vader hiermee mijn tweewekelijkse gezeur om naar het voetbal te gaan in één keer buitenspel kon zetten, versnelde ongetwijfeld het proces van deze mij in de schoot geworpen zelfstandigheid.

Concreet betekende het niet minder dan een halve zondag vrij spel. Een hemelse vrije middag in plaats van familiebezoek of wandelen langs gekleurde paaltjes die de te lopen route aangaven. Wel was er bij thuiskomst altijd het donkere besef dat het weekend nu echt voorbij was: de kater na het feest.

We fietsten er een dik uur over. Tenminste op de heenweg. De terugweg duurde een half uur langer, want dan stopten we om te eten. De frituur van dienst lag langs een weg die schuin omhoog liep. Uit de zaak kwam vuil geel licht. Ongezond, maar aantrekkelijk.

Bij het stadion kochten we altijd de goedkoopste kaarten: onoverdekt staan. Onoverdekt staan op Kaalheide dekte de lading van die twee woorden volledig. Bovendien had je een verrekijker nodig om het doel aan de overkant te zien. Vaak waaide het. Meestal regende het. Maar laat ik niet overdrijven,  want op 29 augustus 1982 veegde Roda  FC Groningen met 5-1 van de mat en kwam ik thuis met een vuurrode kop van de zon. Op 19 september van datzelfde jaar greep het Feyenoord bij de keel en won met 4-1. Ik stond erbij en ik keek ernaar in een t-shirtje. De Rotterdammers in ons vak (nou ja, vak: een van de vier zijdes), droegen geen shirts en omdat voor alles een eerste keer is, was dat de dag waarop ik voor het eerst in mijn leven tattoos in vale groene kleuren zag.

Het waren wedstrijddagen waarop Kaalheide leek te sidderen en te kolken en die sintelbaan, die zag je niet eens. Maar meestal, het moet gezegd, was het koud. En leeg. En speelde Roda helemaal niet zo goed. Weliswaar lang niet zo slecht als tegenwoordig, maar toch slecht genoeg om oude mannetjes hoofdschuddend heel hard ‘foei, foei, foei!’ te laten roepen wat klonk als ‘foj, foj, foj!’ Toch was ik niet kapot van een nederlaag; de volstrekt vrij in te vullen zondagmiddag overstemde alles.

Het duurde niet lang voor een idee opborrelde dat te mooi was om waar te zijn. Want waar stond in godsnaam dat wij op 19 februari 1984 per se naar Roda jc tegen Willem 2 moesten gaan kijken? We konden net zo goed en voor slechts enkele guldens meer overdekt en verwarmd plaatsnemen in de zetels van een van de zalen van de H5-bioscopen te Heerlen. Nadeel: we moesten Heerlen in, toen bepaald een oord waar het kwaad kersen eten was. Maar drempels zijn er om te nemen en er gloorde iets wat, aan mijn horizon tenminste, nog nooit vertoond was. Het plan werd definitief gemaakt toen de Maas- en Geleenbode, met daarin de bioscoopagenda, op woensdagavond in de bus viel. Zondagmiddag, tijdens Roda jc –Willem 2 draaide er een Tiroler seksfilm.

‘Dan moet het zo zijn,’  zouden mensen zeggen die erin geloven dat dingen niet zo maar op je pad komen. Het was precies wat ik, in mijn hoofd althans,  ook tegen mezelf zei.

De film zelf dan. Die viel tegen en was nauwelijks opwindender dan de Wehkampcatalogus die ik geregeld doorspitte. Ik herinner me een waldhoorn die actie aankondigde, alsof het een opera van Wagner was. Maar die aankondigingen waren, buiten de taal, de enige overeenkomst met het werk van de operameester.

Na een dik uur stonden we toch wat beduusd weer buiten. We fietsten in gewijde stilte en tergend langzaam terug omdat we anders verdacht vroeg thuis zouden komen.  Onderweg belde ik in een telefooncel het Roda-stadion voor de uitslag. Roda had met 1-0 gewonnen. Doelpunt John Eriksen. Dat laatste had ik zelf kunnen bedenken.