'Haben Sie eine Stunde?'
- Leo Beenhakker

Oranjeidealisme

Het Nederlands elftal kan wel een beetje idealisme gebruiken, vindt Marcella.

Door , in categorie: Column op . Tags: , , , , ,

Een bericht gedeeld door Dirk Kuyt (@kuyt) op

Rondom de uitschakeling van Oranje las ik Nee is niet genoeg van de Amerikaanse Naomi Klein. Die twee gebeurtenissen staan los van elkaar. Het is een politiek boek, en goddank heeft politiek weinig met voetbal te maken. Maar na de ongeïnspireerde afdruiper van het Nederlands Elftal had ik het gevoel dat boek en voetbal elkaar toch ergens raakten.

Waar politiek vaak over gaat, is geld. Voetbal gaat ook vaak over geld. En Naomi Klein schrijft (o.a.) over geld. Ze stelt dat geld in onze samenleving meer en meer wordt gezien als definitie van succes. En in de slipstream daarvan zijn we geld steeds meer gaan zien als synoniem van ‘waarde’. Dat vertroebelt onze blik op andere factoren die waarde bepalen. Geld wordt zo een doel op zich: we verdienen geld zodat we meer geld kunnen verdienen zodat we meer geld kunnen verdienen. Daar zit geen idealisme of bevlogenheid meer achter. Klein schrijft scherp over de kortetermijnvisie en liefdeloosheid die dat met zich meebrengt.

Geld speelt nu eenmaal een belangrijke rol in voetbal. Waar ik van schrik is die liefdeloosheid. Wanneer de focus op geld doorslaat, wanneer we ook in het voetbal geld als synoniem van waarde gaan zien – wanneer we bijvoorbeeld voetbalclubs gaan zien als winstmachines waarvan een reeks cijfers en plussen en minnen en een positief of negatief winstsaldo onderaan de streep de waarde bepalen -, dan hollen we uit waar voetbal écht over gaat.

Dan wordt de KNVB een grijzepakkenboboclub die beslissingen baseert op beleid in plaats van een heldere visie op en liefde voor voetbal. Dan wordt spelen in het nationale elftal een manier om je transferwaarde op te krikken in plaats van de grootste eer die je als voetballer ten deel kan vallen.

Zo ver is het nog niet. Want juist in voetbal is waarde zoveel meer dan geld. Soms wordt die waarde zelfs tastbaar: wanneer je in een stadion zit en samen met [vul toepasselijk duizendtal in] anderen een strijdlied aanheft. Dat zingen is een uiting van gedeelde trots en verbondenheid; niet alleen tijdens die ene wedstrijd maar ook voor alle goede en slechte momenten in het verleden en in de toekomst. Deze waarde (de mooiste voetbalwaarde als je het mij vraagt) kan nooit in geld worden uitgedrukt.

Tijdens de kwalificatiemalaise bekroop me te vaak het gevoel dat het Nederlands Elftal precies dit besef van waarde miste.

Oranje is in crisis en dat sucks. Gebrek aan kwaliteit: het heeft er vast het één en ander mee te maken. Maar we moeten vooral ‘nee’ zeggen tegen tegen dat ongeïnspireerde, onsamenhangende elftal dat we de laatste tijd te vaak zagen. Met stampvoetend nee-blèren alleen komen we geen stap verder. Nee is niet genoeg. Er moet een ‘ja’ tegenover worden gezet, een hoopvol ideaal waar we samen in geloven.

Naomi Klein noemt ‘verbondenheid’ als één van de idealen waarmee we samenlevingen zich kunnen sterken. Laat het Nederlands elftal nu in potentie de ultieme belichaming van verbondenheid zijn. Denk maar even terug (o, zelfkwelling) aan de laatste twee WK’s waar Nederland acte de présence gaf. Kijk naar de foto van Dirk Kuyt en Arjen Robben, waarop ze de 1-1 vieren tegen Mexico in 2014.

De iconen van die generatie hebben afgezwaaid, de nieuwe helden moeten opstaan. Elk van hen moet het voelen: de waarde en verbondenheid. Vanuit de tenen tot in hart en hersenpan.

Noem me een idealist, maar volgens mij is een beetje meer idealisme precies wat Oranje nodig heeft. Idealisme brengt bevlogenheid en langetermijnvisie met zich mee. Geen overbodige luxe bij de zoektocht naar, ik noem maar wat, een nieuwe technisch directeur en een nieuwe bondscoach.

Op basis van geld alleen zal Nederland, met z’n 17 miljoen inwoners en 18 Eredivisieclubs, het niet winnen van giganten als Brazilië en Duitsland. Maar kijk naar IJsland en naar Wales in de zomer van 2016. Kijk naar ons eigen Oranje in 2010 en 2014.

Gelukkig is geld niet de allesdefiniërende factor.