'Haben Sie eine Stunde?'
- Leo Beenhakker

Nooit bestaan

Rafael van der Vaart begint aan zijn tweede jaar in de meest nietszeggende competitie van Europa. Lucas de Waard schreef een monoloog voor de voetballer die ooit de beste van allemaal zou worden, maar het nooit werd.

Door , in categorie: Column Satire Verhaal op . Tags: , , , ,

Een monoloog voor Rafael van der Vaart.

Soms ben ik bang dat ik nooit bestaan heb. Ik lig wakker, ’s nachts, en probeer het plafond te zien. Ik sta op en loop naar het raam. Estvana slaapt door. Buiten is de nacht diepzwart, een levenloos donker dat we in Nederland niet kennen. Ik kijk dan naar mijn eigen spiegelbeeld, een flets geschetst silhouet, en denk: wat nou als ik nooit bestaan heb?

Kijk, ik weet natuurlijk best dat ik geen verzinsel ben. Ik adem, ik heb een kloppend hart en twee handen waarmee ik mijn dochtertje op kan tillen. Ik heb een naam, Rafael, en een geschiedenis, en achter me in bed ligt een naakte vrouw die daarstraks op de sprei ging zitten en zei: ‘Ik ben tot alles in staat, vanavond.’

Maar ik voelde het al, terwijl we op elkaar en in elkaar zaten, terwijl onze zweetdruppels zich vermengden. Het knaagde toen al een beetje. Eigenlijk knaagt het al maanden. Deze man hier, de vader die ik ben, de geliefde, degene die morgenochtend roerei zal maken en koffie zal zetten, dat is niet wie ik ooit was. Dat is niet de godenzoon die over het gras raasde en waarvan iedereen zei: dat wordt de allergrootste.

Toen ik bij Ajax boven kwam drijven leek het allemaal vrij vanzelfsprekend. De lof. De verering. Ik dacht er niet bij na hoe raar het was. Dat kwam later pas. Toen mijn hersenen uitgegroeid waren en ik ineens besefte: ík ben het maar. Ondanks alle rijkdom en alle fans, de vrouwen die me wilden en de voorspellingen van eeuwige roem, kreeg ik dat gevoel niet meer uit mijn hoofd en hart. Ik ben het maar.

Estvana draait zich om in haar slaap. Kreunt. Ik sjok naar de badkamer, omdat ik moet kakken. Ze zegt altijd dat ik dat beneden moet doen; dat ze wakker wordt van het doortrekken. Maar dat herinner ik me pas als ik al zit.

Ik houd van de bal, en van het geraas dat van de tribunes rolt. Echt, ik houd van mijn sport. Maar ik ben zoals jij. Zoals iedereen. Ik houd ook van slapen. En van vrouwen. Van eten en drinken, en van soms de boel de boel laten. Ik houd niet van pijn. En ook niet van meeverdedigen. Ik ben een mens. Ik ben geen godenzoon. Misschien ben ik het nooit geweest. Ik heb er in elk geval zelf nooit echt meer in kunnen geloven. Jarenlang heb ik stomverbaasd naar mijn eerste vrouw gekeken, een model, een perfecte schoonheid; blind ambitieus en botergeil. Ik snapte er niets van. Wat moest ze met mij? Wat moest wie dan ook met mij? Raffie uit het kamp. Het shirt van Real Madrid hing kriebelig om mijn schouders. Ik vertrouwde het niet. Hoe was ik hier in vredesnaam terecht gekomen?

Alles is minder geworden. Natuurlijk. Ik ben door de mand gevallen. Ik heb de schijn nog lang op kunnen houden. Maar op een dag hield het op. Er is niets bovenmenselijks aan mij.

Ik speel tegenwoordig bij FC Midtjylland. Een sprookjesachtige naam voor een troosteloze kutclub in Denemarken. Misschien hoor ik hier thuis. Misschien ben ik hier eindelijk geworden wie ik altijd al had moeten zijn. Of wie ik in den beginne was. Misschien is het allemaal fantasie geweest. De goals. De finales. Dat shirt van Madrid. Misschien heb ik het verzonnen. Dat zou kunnen. Niemand zou het merken als mijn geschiedenis uitgewist wordt. Als ik alleen nog maar in het nu zou leven.

Misschien heb ik nooit bestaan.






Edgars leesadvies