'Haben Sie eine Stunde?'
- Leo Beenhakker

Nobody fucks with Kri-Kra-Kramer

Een paar jaar geleden gaf Michiel Kramer aan dat hij de voetballerij niet per se een interessante en spannende plek vond om te werken. Dat hij misschien wel liever gewoon met gehandicapten zou werken. Op dertig januari heeft Kramer dan éindelijk zijn gedroomde transfer gemaakt: van Feyenoord naar gehandicaptenzorgcentrum Vrij en Blij. We zijn nu een paar weken verder, Martijn Neggers zoekt hem op.

‘Of ik een paar minuten over heb om over Michiel te praten?’ moppert Leon van Boekel, teamleider bij gehandicaptenzorgcentrum ‘Vrij en Blij’ in Maarheeze. ‘Of Kri-Kra-Kramertje, zoals we hem hier op de vloer noemen. Maar ik snap het wel hoor. Zo’n jongen wekt natuurlijk ook wat interesse van de grote nationale media. Maar hé, geef ons eens ongelijk? Toch? Toen we op feyenoordpings.nl zagen dat Michiel misschien zelfs wel transfervrij over te nemen was, en hij net Sparta de deur gewezen had, zagen wij onze kans schoon.’

Even is Leon stil. Hij pakt zijn plastic bekertje koffie vast en kijkt de ruimte rond. De kantine van het zorgcentrum is op ons na leeg.

Maar waarom Michiel?

‘Toen hij nog bij ADO werkte zei hij al een keer dat hij misschien wel wilde stoppen met voetballen, en met gehandicapten wilde gaan werken. Nou, daar zijn wij eigenlijk meteen op aangehaakt. Zijn we meteen gaan scouten. We brengen hem rustig hoor, hij begint met een halfuur per dag werken. Dat gaan we langzaam opbouwen. Verder traint ie vooral.’

Maar hij houdt toch helemaal niet van trainen?

‘Nee, klopt. Het blijft een bewerkelijke jongen, natuurlijk,’ gaat Leon verder. Hij glimlacht even. ‘Maar hier in Maarheeze zijn wij daar niet van onder de indruk. In Maarheeze is iedereen een bewerkelijke jongen. Hij moet zich wat aanpassen nog, en, nouja, dat duurt even. Maar ik denk echt dat hij hier, bij Vrij en Blij gaat doorbreken. Dat geloof ik echt.’

Ja?

‘Zeker. Hij gaat zijn geld wel opleveren, denk ik. Of ja, we betalen hem natuurlijk gewoon een CAO gehandicaptenzorg, maar bij wijze van spreken dan, hè.’

Leon lijkt behoorlijk in zijn nopjes met de transfer van Michiel Kramer van Feyenoord naar Vrij en Blij. Hij praat maar door over wat een aardige jongen Michiel is, en hoe goed hij zich manifesteert ook, in de kantine. Hij helpt zijn collega’s heel erg goed. Hij houdt ze scherp. ‘Eigenlijk,’ voegt Leon eraan toe, ‘is Michiel misschien hier in de kantine nog wel van grotere waarde dan op de vloer.’

Heb je hem daarvoor gehaald? Want daar houdt ie niet van hoor, tweede viool spelen.

‘Ach, weet je, ik heb het gevoel dat die tijden ook wel een beetje voorbij zijn hoor. Dat Michiel gewoon weer lekker Michiel kan zijn, nu hij weg is uit Rotterdam. Hij zei bij ADO al dat ooit nog graag eens met gehandicapten zou werken, en nou, nu is ie hier dan. Voor Michiel is dit toch een FC Barcelona. Op zijn eigen manier dan, natuurlijk.’

Leon staat op. Ik blijf nog even zitten in de kantine. Als het goed is komt Michiel zo zelf ook de kantine nog even in. Ik wacht, en haal nog een plastic bekertje koffie. Achter me tikt een grote wandklok traag zijn seconden weg. Aan de muur van de kantine hangt een prikbord met een krantenartikel van D’n Maarheezenaar, het plaatselijke buurtsufferdje. Er staat een foto van het team van Vrij en Blij. Michiel staat er al tussen, met een gezicht als een oorwurm. Het is aan hem af te zien dat hij niet veel op de vloer komt, maar vooral veel in de kantine zit.

Dan komt Michiel Kramer de ruimte binnen. Hij kijkt de, op mij na, leegte in. Hij sloft naar de koffie-automaat en pakt een bekertje vriesdroogkoffie. Omdat het plastic van de bekertjes net te dun is, brandt het een beetje aan zijn vingers, maar hij houdt zijn gezicht in de plooi. Dan gaat hij zitten.

‘Jij bent van de pers, toch?’

Ja. Team Edgar.

‘Mooi,’ moppert hij. Terwijl hij dat zegt, zet hij zijn bekertje koffie neer, en graait hij wat in zijn jasje. Zonder zijn blik van mij af te wenden, grist hij een broodje kroket uit zijn binnenzak. Dan een zakje mosterd. Terwijl hij me aan blijft kijken doet hij mosterd op zijn kroket, en eet hij zijn broodje op.

Ik sta op, ik moet mijn bus halen, die hier in Maarheeze maar een keer in de twee uur komt. Als ik mijn jas aangetrokken heb en me omdraai, kucht Michiel. Ik kijk hem nog één keer aan.

‘Nobody fucks with Kri-Kra-Kramer,’ mompelt hij tegen me. Ik knik. Nobody fucks with Kri-Kra-Kramer.