'Haben Sie eine Stunde?'
- Leo Beenhakker

Nieuwe buren

Het appartement naast Frank Fabian van Keeren staat sinds kort te koop. Gisteren kwam er voor het eerst iemand kijken.

Door , in categorie: Verhaal op . Tags: , , ,

Met een boodschappentas in de ene en mijn sleutels in de andere hand, betreed ik de galerij. Het is koud maar zonnig. Voor het appartement naast het mijne staat een vrouw naar het uitzicht te kijken.

Ze draagt stiletto’s en een trenchcoat. Op haar hoofd wapperen wilde donkere krullen. ‘Best mooi hè?’, zeg ik, terwijl ik de sleutel in het slot steek. Ze kijkt om en glimlacht: ‘Ja, niet slecht’.

‘Word jij mijn nieuwe buurvrouw?’

‘Ik heb een afspraak met de makelaar. Maar die belde een kwartier geleden dat ze verlaat is.’

‘Het is hier goed wonen’, zeg ik. ‘Oude appartementen, niet groot en er zit schimmel in de badkamer, maar het uitzicht vergoedt veel. Aan de andere kant kun je de skyline zien. Euromast, Erasmusbrug, alles erop en eraan. En aan deze kant De Kuip. Heb je iets met voetbal?’

‘Ik zie wel eens een wedstrijdje.’  

‘Ben je alleen?’

‘Nee, getrouwd. We hebben twee kinderen.’

Tijdens de korte stilte die valt, kan ik een een zorgelijke blik niet onderdrukken, bij de gedachte aan een stel met een jengelende tweeling naast me.

‘Met twee kinderen is het krap hoor’, haast ik me te zeggen.

‘We gaan hier niet wonen. Het is voor mijn man. Hij heeft een nieuwe baan in Rotterdam. We hebben lang in het buitenland gewoond. Nu we terug zijn, willen we graag iets landelijks. Maar het is prettig als hij een plek in de stad heeft om te slapen. Gewoon erbij, voor het gemak.’

‘Dan zit je hier goed. De metro is vlakbij.’

‘Dat is mooi’, zegt ze lachend. ‘Woon jij hier al lang?’

‘Zo’n tweeënhalf jaar. Je mag wel even binnenkijken, als je wilt. Dan kun je zien hoe het er met meubels uitziet.’

Een korte rondleiding eindigt in de woonkamer. Ze uit bedenkingen bij de geiser en het enkel glas aan de voorkant. Ik noem snel het gemak van een winkelcentrum dichtbij. Je hebt je buren niet voor het uitkiezen, en met een man die het er alleen maar bij heeft voor het gemak, kan ik prima leven. ‘En het uitzicht, hè. Het uitzicht.’ Ze knikt.

Wanneer we weer naar buiten lopen, gaat haar telefoon. Het is de makelaar.

‘Met Bouchra. Uhuh. Ja, oké, geen probleem. Bel maar als je er bent.’

En daarna tegen mij: ‘Het kan nog wel even duren. Weet jij misschien of ik hier ergens kan lunchen?’

‘Vlakbij zit een Turks viszaakje waar ik graag kom. Beneden oversteken en dan links aan het pleintje.’

‘Klinkt goed.’

‘Bel maar aan wanneer ik moet helpen met meubels sjouwen’, zeg ik met een knipoog. Ze lacht.

‘Ik zal het in gedachten houden. Misschien tot ziens.’

Haar naaldhakken tikken op het beton naar de galerijdeur. Haar krullen wapperen in de wind.

‘Een man alleen… Gewoon erbij voor het gemak…’, denk ik, terwijl ik naar het stadion kijk. ‘Dat zou lang niet gek zijn.’