'Haben Sie eine Stunde?'
- Leo Beenhakker

Kerstavond en een trio met Mark van Bommel

Alweer 8 jaar geleden was Tim Notten op bezoek bij Mark en Andra van Bommel. Om worstenbroodjes te bakken. En liefdesperikelen in perspectief te zetten.

Door , in categorie: Column Verhaal op . Tags: , , , , , , ,

#roadtorussia @ksa.1.nft @fifaworldcup

Een bericht gedeeld door Mark van Bommel (@markvanbommel6) op

Het is kerstavond. Nee, niet op het moment dat u dit leest, maar wel als ik deze kwestie voor het eerst aan papier toevertrouw. Kerstavond eindigt al sinds onze jaartelling met twaalf uur. Twaalf uur, kerstmis en worstenbroodjes. Want daar gaat deze column over.

Naar goede Brabantse traditie horen kerst en worstenbroodjes bij elkaar als Theo en Thea. In mijn leven heb ik dientengevolge worstenbroodjes gebakken op de raarste plaatsen. Ik herinner me een kasteel in de Franse Ardèche, de gedeelde oven van een kampong in Bandung en het steriele keukentje van een Boeing 747 op weg naar Zuid-Afrika – met wat inventiviteit kun je overal worstenbroodjes maken. Maar speciale herinneringen koester ik aan kerstavond 2009.

Ik weet niet meer of Mark mij belde of ik hem, maar het resultaat was in elk geval dat ik vroeg in de avond bij de Van Bommeltjes op de stoep stond. Andra deed open en gaf me een vluchtige kus op mijn wang. Ze had gehuild.

‘Jeez, wat heb je allemaal bij je,’ vroeg ze wijzend op mijn tassen vol meel, gehakt, eieren, kruiden, brood, gist en melk.

‘O, gewoon,’ zei ik. ‘We gaan worstenbroodjes maken.’

‘Ah,’ zei ze. ‘Dat wist ik niet. Nou doen jullie dan maar lekker je ding.’

Ik vond de aanvoerder van Bayern in de tuin. Hij zat op de veranda en tuurde stuurs in het haardvuur dat de kou van de kerstnacht op afstand hield. Toen ik de kring van licht en warmte binnentrad keek hij naar me op.

‘Ah, daar ben je,’ zei hij.

‘Ja. Hier ben ik.’

‘Mooi. Ik ben blij dat je er bent.’

‘Mark, wat is hier aan de hand?’ vroeg ik.

Hij staarde in het vuur en leek me alweer te zijn vergeten. ‘Hommeles,’ zei hij na een tijdje, ‘dat is hier aan de hand.’

‘Hoezo, hommeles?’

Hij keek me aan en zei: ‘Andra is verliefd.’

Een uur en twee flessen wijn later reageerde hij zich af op de klomp deeg, die weldra de zestig worstjes die we hadden gerold zou omvatten. Hij stompte in het deeg alsof het Kevin Blom was.

‘Ik weet godverdomme niet wat ik moet doen!’ riep hij. Tranen liepen over zijn gezicht. ‘Andra is de liefde van mijn leven, dat weet je. En ze is ongelukkig. Ík ben ongelukkig. Maar het kan niet. Het zal nooit kunnen. Want ik zal je wat vertellen…’

Ik nam het deeg van hem over en wikkelde het in een katoenen doek. Mark veegde zijn gezicht droog aan zijn mouw en nam een slok wijn.

‘Wat?’ vroeg ik.

‘Dat ik ook verliefd ben op hem. En hij op mij. We zijn allemaal verliefd op elkaar.’

‘Hè? Maar je zegt net… wat is het probleem dan?’

Hij keek me aan alsof ik een peuter had geschopt. ‘Wat is het probleem dan? Wat is het probleem dan?! Ze is een Van Marwijk, weet je nog? En een Van Marwijk doet geen trio’s. En een schoonzoon van een Van Marwijk is niet bi. Dus heel dit…’ hij maakte een gebaar alsof hij verliefd was op zijn keuken, ‘heel deze toestand kan dus niet!’

Ik liet me zakken op een stoel. ‘Wauw. De tyfus, Mark.’

‘Ja, zeg dat wel.’ Hij kwam tegenover me zitten. ‘Man, ik zou nu een moord doen voor een peuk.’

‘Doe niet zo raar. Peuken staan bij de Van Marwijkjes nog lager op de ladder dan trio’s.’

‘Hou op. Ik kan die naam niet meer horen.’

‘Oké, maar wat nu dan? Jullie kunnen toch stiekem?’

‘Nee, natuurlijk niet.’

‘Waarom dan niet?’

Hij haalde zijn schouders op. ‘Dat heeft die ouwe zo door. Ik weet echt niet hoe het verder moet.’ Hij nam de moeite niet meer om zich een glas in te schenken en dronk een paar ferme slokken uit de fles. ‘We hadden een paar wekenlang het mooiste wat er is, weet je. Echt, het allermooiste. Maar dat kan nu dus niet meer, want Andra… Nou ja, je snapt het wel. Die kutfamilie. Alsof ze een uitverkoren dynastie zijn. Je weet hoe Bert is. Een ivoren toren. Zo zijn ze allemaal. En ondertussen maar vinden dat de goden moeten opschuiven als ze in het stadion hun plek opzoeken.’

Ik keek hem aan. De baas van Bayern, de man die in elk land waar hij kwam kampioen werd, alsof dat de normaalste zaak van de wereld was, die man zat hier ongelukkiger te wezen dan Quasimodo, omdat hij en zijn vrouw verliefd waren op dezelfde jongen.

‘Wat vind jij dat ik moet doen?’ vroeg hij.

‘Niks,’ zei ik.

‘Ik kan toch niet niks doen?’

‘Nee, dat is misschien heel lastig, zeker voor een man als jij, maar dit heeft gewoon tijd nodig. Je kunt niet het hele leven in een seizoen proppen, Mark. Niet elk conflict speelt zich af binnen de overzichtelijke, witte lijnen van een halve hectare gras. Geef het tijd.’

‘Hm.’ Hij nam nog een slok en schoof de fles naar me toe. ‘Tijd. Hm. Oké, aan tijd had ik nog niet gedacht. Wat denk je dan dat tijd kan brengen?’

Ik nam een slok en dacht even na. Het gerinkel van de keukenwekker vroeg jengelend aandacht voor het deeg.

‘Tijd,’ zei ik, ‘maakt van meel deeg. En van dat deeg moesten wij nu maar eens worstenbroodjes gaan maken.’

Hij grinnikte en drukte zich omhoog uit zijn stoel. ‘Worstenbroodjes.’ Wankelend liep hij naar het aanrecht.

‘Exact Mark, worstenbroodjes.’ Ik volgde hem en haalde de gerezen homp deeg uit de doek. ‘Voel eens hoe dit leeft. Hoe een papje van water, meel en gist onder invloed van tijd een enorme, warme bol deeg wordt. Hoe ingrediënten in een onmogelijke mix tot iets moois kunnen leiden, als je maar geduld hebt.’

Mark knikte. ‘Tijd dus, hè? Oké, oké. Maar het kan eeuwen duren voor die schoonvader van mij zoiets gaat accepteren. Als hij dat al doet. En geduld is niet mijn grootste kracht.’

‘Dan gaan we daarop oefenen. Morgen. Want nu ga jij eerst kleine balletjes draaien van het deeg. 50 gram elk. Niet 49 of 51 gram, precies 50.’

Hij stompte me op mijn schouder. ’50 gram. Check. Ik voel me nu al een stuk beter. Thanks bro.’

Ik grijnsde. Kerstmis lag op de loer.