'Haben Sie eine Stunde?'
- Leo Beenhakker

Gevoel voor tumor

Met enige trots kunnen we melden dat vanaf heden Jan van Mersbergen voor Team Edgar op woensdagen gaat schrijven over zijn amateurclub Wartburgia. Omdat het een beetje feest is vandaag, op vrijdag al zijn eerste verhaal.

Door , in categorie: Van Mersbergen & Wartburgia op . Tags: , ,

Over het bruggetje verandert de stad in een dorp. Twee keer per week kom ik hier, het gras aan mijn voeten. De lijnen die ochtend vers getrokken door Robbie, onze kleine terreinknecht die ooit met zijn kalkhanden een pleister op de kin van mijn dochter plakte. Ze was aan een stang die bij het eerste veld als omheining dient aan het slingeren en viel op de stoeprand daaronder. Ik speelde een wedstrijd en kon het veld niet af.

‘Wacht maar effe,’ zei Robbie tegen haar, ‘dan maak ik een zwaluwstaartje voor je.’

Het bloed droop van mijn dochters kin maar de naam ‘zwaluwstaartje’ nam de schrik weg.

Kalksporen nu ook bij de deur, een plas water bij het kraantje. Dewa, die de materialen beheert, die thee zet, die alle sleutels heeft, die de was doet, komt net uit de berging.

‘He-goeiemorgen-man-alles-goed?’

Zijn woorden in één ademstoot, mijn eerste goeiemorgen van die dag, en ik ben nog niet eens boven.

Met mijn tas de trap op, naar de zware deur die niet helemaal open kan, een ketting houdt hem tegen. De gang met teamfoto’s die nog nooit iemand goed bekeken heeft. Dan de klapdeur door die al vijfentwintig jaar piept en iedere woensdag en zaterdag neem ik me voor kruipolie mee te nemen en de scharnieren te smeren, en nog nooit heb ik dat gedaan. Volgende week zal ik hetzelfde denken, de vastigheid van het vergeten.

Ik ben in een andere wereld, maar ook ben ik thuis op die tegelvloer, die vitrinekasten met bekers, schrootjes aan het plafond. Spelers van mijn team zitten aan de ronde tafel. Ik zet mijn tas bij de andere tassen, zeg een paar keer goeiemorgen, schud handen.

Er staan bekers koffie op tafel en twee blikjes cola, voor wat aanvullende suikers.

Vanuit de keuken klinkt nog een goeiemorgen. De vrouw van Robbie smeert broodjes. Ze heet Marja. Een paar jaar doet ze nu op zaterdag de bar, eerst zat ze alleen bij de zondagclub waar we de kantine en de velden mee delen.

Marja houdt van gezelligheid. Amsterdamse gezelligheid. ‘Leuk,’ is haar stopwoord. Als je haar iets vertelt, dan zegt ze: ‘Leuk.’

Tot een paar jaar terug werd er iedere woensdagavond warm eten gemaakt voor na het trainen en toen ik op een van die avonden met jambalaya aan kwam zetten, de Amerikaanse variant van paella, met chorizo, kip en ham, met paprika en bleekselderij, en veel cayenne en thijm, toen zei Marja: ‘O lekker nasi!’

Langzaam druppelen de andere spelers binnen, ook de trainer en de leider, de tas met tenues, de zak met ballen. Dan is het tijd om naar beneden te gaan, naar de kleedkamer, het veld op, anderhalf uur spelen met thee in de pauze, een lauwe douche, en dan weer terug deze kantine in, want bij deze club draait het om de kantine. Het voetbal is een smoes.

De veteranen hebben hun vaste plek, helemaal links op het smalle stuk tussen de bar en de ramen: de Sneuvelhoek. Ze hebben ook hun wedstrijd gespeeld, schuifelen moeizaam die kant op. Iedereen stopt wat kleingeld of een briefje van vijf in een oude bierpul, als je niks bij je hebt, dan leen je wat.

Drie mannen van dit vlaggenschip van de club hebben een inmiddels een nieuwe heup. De speeltijd in dit team is omgekeerd evenredig aan de leeftijd. Veel van die jongens staan al jaren als geparkeerd op het veld, maar ze zijn er wel. Op woensdag trainen en ook op zaterdag als er geen wedstrijd is trainen ze bij weer en wind, zelfs als er sneeuw ligt, en drinken ze een wijntje en soms neemt iemand een pan soep mee.

Ons oudste lid, Gerrie Kleefman, vertelde zijn vrienden in de kleedkamer voor de wedstrijd dat hij een tumor in zijn longen had. Hij vond het vreselijk moeilijk, dat nieuws brengen. Hij moest chemokuur ondergaan. Een van de andere veteranen zat toevallig naast Ed Kuhr, een kleine dribbelaar. Hij zei: ‘Nou, Ger, hopelijk wordt dat geen Edje Kuur.’

Gerrie reageerde direct, hij zei: ‘Nee, want die heeft geen gevoel voor tumor.’

Tranen werden weggespoeld door het gulle lachen, op een manier die bij deze club past: met medeleven en humor.

Gerrie overleed vorig jaar.

Wie ook een van onze helden is: trainer Hans Bergsma, de man met de stem van een metaalrasp. Bezoekende teams die in de bestuurskamer een kopje koffie drinken hebben vaak de stem van Bergsma al opvangen, en dan herkennen ze hem.

‘Dat is die stem,’ zeggen ze.

Inderdaad. Zijn stem jaagt je het veld over, door zijn coaching ook nog vaak in de goede richting. Een stem die motiveert, in de kleedkamer, op het veld, in de kantine.

Bergsma is uniek. Compleet gek van voetbal. In de jeugd speelde hij bij Ajax en draaide hij zijn knie kapot tijdens een wedstrijd in het stadion van Real Madrid. Meteen daarna ging hij coachen. Hij is de trotse vader van zoon Léon, die nu aanvoerder is van Jong Ajax.

Als Bergsma vijf minuten naar de warming-up van de tegenstander kijkt weet hij alles.

Ooit zei ik Hans na een wedstrijd dat bij hem voetbal heel simpel is, omdat hij de poppetjes goed neerzet. Je weet wat je moet doen.

‘Tuurlijk Jantje,’ zei Hans.

Voetbal bestaat voor hem uit zekerheden, op onzekerheid kun je niet bouwen.

In een van zijn eerste wedstrijden coachte hij spits Harry, een goeie vriend van me. ‘Harry breed, Harry uitstappen, Harry metertje komen, Harry zus Harry zo..’

Harry reageerde niet, die voetbalt, en Hans vroeg aan de anderen op de bank: ‘Heet-ie eigenlijk wel Harry?’

Het complex wordt momenteel verbouwd. Dit artikel verscheen in een lange versie in december 2015, en er wordt nog steeds verbouwd. Nieuwe kleedkamers, een uitbouw, een groot terras achter de kantine.

Bij de gesprekken over de verbouwing was er een angst: blijft de kantine zoals hij is? Die vieze tegeltjes mogen vervangen worden, de douches mogen warm, het terras mag uitgebreid… maar de kantine moet hetzelfde blijven.

Zoals voor trainer Bergsma voetbal op zekerheden steunt, is de kantine voor veel leden de zekerheid van de woensdagavond en de zaterdagmiddag.

Een serieuze optie was: de bar compleet weghalen en ergens in een container opslaan. En dan na de verbouwing de bar simpelweg weer op zijn plek schuiven.

Een briljant idee.