'Haben Sie eine Stunde?'
- Leo Beenhakker

Johan Cruijff leeft: gespot op Bali, Indonesië

Johan Cruijff leeft. Het was een kwestie van tijd voor de voetballegende ergens zou worden gespot, in navolging van andere onsterfelijke grootheden als Elvis Presley en Jim Morrison. Journalist Mara Sarin van de Volkskrant heeft de primeur. Op Bali, Indonesië.

Door , in categorie: Column Verhaal op . Tags: , , , ,

Gespot in Indonesië: Johan Cruijff leeft!

Vanaf haar plek op een stenen bank onder de bomen staart Mara Sarin naar de apen die verkoeling zoeken in de modderige vijver, die het hart is van het Monkey Forest. Ze zit daar maar, en ze wacht op Johan Cruijff. Het spetteren, spelen en ruziën van de halfwilde dieren gaat langs haar heen, omdat het een ritueel is dat ze al honderden keren heeft gezien en omdat vertrouwde spektakels, hoe uitbundig ook, de kracht van de verbazing missen om een hevig gevoerde interne monoloog te overstemmen. Haar laatste telefoongesprek met Philippe zit haar niet zomaar dwars; nee, ze is diep verontwaardigd, vanwege het ongeloof van de hoofdredacteur, ook al had die gepoogd zijn twijfels in objectieve beleefdheden te verpakken. Het idee dat iemand – en al helemaal haar chef – haar niet serieus neemt, heeft ze nooit kunnen verdragen. Cruijff leeft. Ze heeft hem zelf gezien, en als de inderhaast genomen foto van haar iPhone Philippe niet kan overtuigen, dan zal ze niet rusten tot ze een complete serie portretten van de voetballegende kan overleggen.

De apen rennen in het rond, klimmen in de bomen. Als ze boven het midden van de vijver komen, bungelen ze een tijdje aan een tak voor ze zich laten vallen, of ze springen met de bravoure van puberjongens de diepte in, waar het water naar alle kanten opspat. Mara schudt haar hoofd. Ze moet zich niet laten afleiden, ze is op missie, met haar Nikon en haar vierhonderdmillimeterlens in de aanslag, hopend op een glimp van Johan Cruijff, die ze hier nu ruim twee weken geleden tussen de toeristen naar de apen zag staren. Elke dag heeft ze zich hier sindsdien geposteerd, zonder enig resultaat. Maar dat geeft niet, zegt ze tegen zichzelf. Ze zit hier graag, omdat het rumoer van de apenkolonie helpt om haar hoofd leeg te maken. De dieren weten dat er bij haar niets te halen valt en laten haar met rust.

Door het bladerdak vallen strepen licht, diffuus dansend in het fijnstof dat de apenbiotoop vult als water in zo’n plastic sneeuwbol, met de vijver in het centrum en de spikkels licht als de dwarrelende sneeuwvlokken. Een van de apen jaagt de lichtvlekken na, die steeds verdwijnen op de stenen om ergens anders weer op te duiken. Een meisje rukt zich los van haar ouders en rent eropaf. Het zonlicht is als honing in haar engelachtige krullen. Mara richt haar camera en schiet een paar foto’s. Het meisje lacht breeduit; in een rij witte tandjes ontbreken er twee. De ogen van het kind zijn helblauw in het onderwaterlicht. Mara klikt nogmaals en dan ineens voelt ze dat ze wordt bekeken.

Ze laat de camera zakken en kijkt om zich heen. Apen en dagjesmensen. Ze zijn allemaal in elkaar geïnteresseerd, maar niet in haar. En toch weet ze dat er iemand naar haar kijkt. Opnieuw brengt ze de camera in stelling en speurt de omgeving af. Op honderdtachtig graden moet ze gaan verzitten om te zien wat er achter haar gebeurt. De lens wordt gevuld door een bemoste rotspartij waarlangs water stroomt dat ze volgt naar boven, tot aan blanke tenen in sandalen onder een traditionele sarong met daarboven een wit overhemd, en nog wat hoger het gegroefde gelaat van een Europeaan die met diepliggende, bleekblauwe ogen al haar bewegingen volgt. Onder zijn rieten hoed piekt een grijs kuifje vandaan. Ze voelt haar hartslag overal in haar lijf, pompend, persend op haar slapen, terwijl de man langzaam en mimisch woorden tot haar spreekt. Johan Cruijff. JC. De Messias. Cruijff leeft. Johan Cruijff leeft! Ze drukt af. De camera zuigt licht en tijd als een omgekeerd spervuur van honderdsten seconden naar binnen, tot de sluiter ten slotte blokkeert. Trillend laat ze de camera zakken. Cruijff is verdwenen. Op de plaats waar hij zonet nog tot haar sprak vlooit nu een makaak haar jong.

Mara springt overeind, zet een paar stappen in de richting van de rots, kijkt om zich heen. Geen spoor meer van Cruijff. Ondanks de tropische hitte voelt ze zich koud worden. Ze wil naar huis, maar ze heeft het gevoel dat ze haar benen niet kan vertrouwen. Hijgend keert ze stap voor stap terug naar haar bank. Het daglicht kleurt rood en wordt matzwart geabsorbeerd door al het groen om haar heen. Als ze eindelijk weer zit opent ze met onvaste hand de laatste beeldenreeks op haar camera. Ze scrolt erdoorheen, achterwaarts tot de eerste foto. Het is onmiskenbaar Cruijff, helder en scherp op alle beelden. Ze scrolt meermaals heen en terug door de hele serie. Hoe sneller ze dat doet, hoe meer het een video is. Een voor een ontcijfert ze de woorden die Cruijff zo nadrukkelijk tot haar had gericht.

Pas. Als. Je.

Ze kijkt op van het toestel. Het is stil geworden in het bos. In het vreemde schemerlicht beweegt zelfs geen enkele aap meer.

Me. Ziet. Ken. Je.

Het scherm van haar camera lijkt feller te worden naarmate de schemer om haar heen verdiept.

Me. Laten. Gaan.

Pas als je me ziet ken je me laten gaan. Laten gaan. Ze is dus niet gek. Ze heeft hem echt gezien. Ze wil opstaan en in een triomferende e-mail haar foto’s naar Philippe sturen, maar haar lichaam voelt als de rots waaruit alle beeldhouwwerken hier in het apenbos zijn gehakt. Nog even en ze is zelf zo’n beeld, voelt ze, een beeld van een jonge vrouw met een camera op een bankje. Laten gaan. Laten gaan. Alles liever dan dat. Ze kan niet laten gaan. Dat heeft ze nooit gekund. Maar hier sterven is nog erger.

Laten gaan. Ze selecteert een paar Cruijfffoto’s, aarzelt nog een paar seconden, en tikt dan op delete. Nog een paar. Het helpt niet. De duisternis begint te drukken, en alle zuurstof lijkt langzaam uit de lucht te verdwijnen. Ze hijgt als een oud paard. Haar wangen zijn drijfnat, ze proeft het zout op haar lippen. Huilend selecteert ze de hele serie. Delete, delete, delete.

Een aap springt naast haar op de bank. Het dier steekt een vingertje naar haar uit. Ze krijgt weer lucht en langzaam maar zeker gaat het bos weer aan.