'Haben Sie eine Stunde?'
- Leo Beenhakker

In bed met Kevin De Bruyne

Voor de rubriek ‘In bed met…’ duikt Frank Fabian van Keeren wekelijks in de koffer met iemand uit de voetballerij. De eerste met wie hij de lakens deelt is Kevin De Bruyne.

Door , in categorie: In bed met op . Tags: , , ,

 

Dit bericht bekijken op Instagram

 

Een bericht gedeeld door Kevin De Bruyne (@kevindebruyne) op

Kevin heeft zich in kleermakerszit op de rechterkant van mijn tweepersoonsbed geïnstalleerd. Hij vraagt of dit zijn plekje is vannacht. Ik knik. Ik slaap, vanaf het voeteneind gezien, altijd links. Het is de enige manier waarop je, als je lepeltjelepeltje ligt, je goede arm vrij houdt, als je rechts bent. Ik geef hem een blikje alcoholvrij bier en we proosten. “Op de Duivels”, zegt Kevin. “Maar alleen de rode dan”, zeg ik.

Zijn knie herstelt voorspoedig. Toen ik hem binnen liet droeg hij een brace om zijn knie, over zijn spijkerbroek heen, maar die heeft hij inmiddels afgedaan. Hij hoopt zich snel weer op het trainingsveld van City te kunnen melden.

Op de televisie aan het voeteneinde speelt Frankrijk tegen Nederland. Het geluid hebben we na de zoveelste onzinopmerking van Jeroen Elshoff uitgezet. “Het is niet veel hè?”, zeg ik. Kevin schudt zijn hoofd.

Al snel gaat het over de halve finale tussen Frankrijk en België op het WK. De pijn klinkt door in iedere zin die hij uitspreekt. De woorden onverdiend en onrechtvaardig vallen een paar keer. Uit zijn mond dan. Ikzelf vond de overwinning van Frankrijk helemaal niet onverdiend. Maar ik wil de stemming niet verpesten.

In de rust neemt Kevin de sporttas op schoot die hij bij binnenkomst over zijn schouder droeg. Uit de tas komt een grote teddybeer tevoorschijn met een rode vacht. Verder nog een versleten toilettas en een wit t-shirt waarop een grote zwarte sierlijke moustache staat. Kevin begint zich uit te kleden. Omdat ik niet indiscreet wil zijn, vraag ik of hij nog een biertje wil en loop ik naar de keuken, maar als ik terugkom heeft hij alleen zijn onderbroek nog maar aan. Hij trekt het t-shirt aan en kruipt onder het dekbed. Ik trek mijn spijkerbroek uit en doe hetzelfde.

Kevin vertelt over zijn dromen. Dat hij eigenlijk tandarts wilde worden toen hij jong was. Dat het voetballen alleen maar een hobby was, waarin hij toevallig heel goed bleek te zijn.

“Het leven laat zich niet plannen. Allez, toch niet voor het grootste deel.”

“Ik wilde uitvinder worden toen ik klein was”, zeg ik. “Of anders een superheld. Maar nu verdien ik mijn geld door met profvoetballers naar bed te gaan.”

Kevin schatert.

“Het kan raar lopen ja.”

In de vierenzeventigste minuut schiet Giroud Frankrijk op 2-1. Op de televisie etaleert Ronald Koeman zijn typische norse blik.

“Zullen we een spelletje doen?”

“Wat heb je in gedachten?”, vraagt Kevin.

“Ik heb alleen een kaartspel. We kunnen pesten.”

“Mar nie zeveren dan hè.”

Tussen ons in ligt inmiddels een open zak paprikachips. We kaarten drie potjes, ik verlies er twee. Het laatste potje gaat eindeloos door. Tijdens het spelen passeren tal van onderwerpen de revu: de toekomst, de liefde, voetballen en de Belgische politiek. Zelfs de dood. Soms ernstig, maar vaak met een lach.

Om kwart voor één is het tijd om te gaan slapen. Morgen is het immers weer vroeg dag. We poetsen onze tanden en kruipen terug in bed. Kevin neemt de teddybeer onder zijn arm.

“Slaap lekker”, zegt hij zachtjes. “Welterusten”, zeg ik terug.