'Haben Sie eine Stunde?'
- Leo Beenhakker

Ik schrijf je helemaal kapot

Het stond zes of zeven nul toen grensrechter (toch maar weer) Jan van Mersbergen vanaf het dakterras water over zich heen kreeg. Dat kon maar één iemand gedaan hebben. De nummer zes van Wartburgia heren 1.

Door , in categorie: Column op .

Grensrechters hebben een serieuze taak: vlaggen. Meelopen. Meedenken. Nooit meer zou ik vlaggen na de moeilijke momenten tegen Rap, maar toch kroop ik afgelopen zaterdag voor een half uurtje naar de zijlijn, onder de rook van de kantine. En daar ging het toch mis. Dat vlaggen lukte prima in die tweede helft tegen een volledig uitgeblust AFC dat uiteindelijk met 10-0 op de broek kreeg, een ouderwetse hattrick van spits Harry, wiens dochter trouwens ook drie keer scoorde die zaterdag.

Dus toen ik dat water over me heen kreeg kon ik niet weg. Ik kon de nummer zes van heren 1 alleen even aankijken en zeggen: Ik schrijf je helemaal kapot.

Hij moest lachen en grijzen – doet-ie altijd. Zijn collega’s van heren 1 moesten ook lachen maar ook voelden ze wel: Grensie Mersie meent het. Dus werd het stil op het dakterras.

Maar het gaat om schrijven. En schrijven is indirect.

Deze waterbommengooier speelt op zes. Voor de verdediging. Hij dacht natuurlijk dat ik meteen deze woensdag zou schrijven dat hij voor de verdediging speelt omdat hij te traag is om goed te kunnen verdedigen. Dat doe ik natuurlijk niet. Ik schrijf ook niet dat hij de aanvallende middenvelder van de tegenstander goed kan opvangen omdat hij met uitgestoken ellebogen en met de borst vooruit over het kunstgras paradeert, zijn ego zo groot, daar kom je niet makkelijk langs. Perfect voor op zes.

Maar dat is te direct. Schrijven is indirect en voor schrijven moet je geduld hebben. Hij dacht dat ik meteen deze woensdag zou schrijven over hoe hij praat, vlotter dan hij kan lopen maar ook wat hoog van toon. Dat hij tijdens ons trainingsweekend een toespraak hield die ruim drie uur duurde en dat er volgend jaar voor die toespraak een apart programmaonderdeel wordt ingelast. Deelname is niet verplicht. Maar dat is allemaal te direct en te snel. Dat doe ik niet.

Hij dacht: De trainer komt erachter wat voor type ik ben, als Jan over mij gaat schrijven dat ik in een team de positie heb die uitgesmeerd wordt in het programma Wie is de Mol? Maar dat doe ik natuurlijk niet. De trainer kent dat programma wel en ook die types. Tot in Hoorn bekend om de losse handjes. De Mol op zes, dat is een cruciale positie. Dat weet de trainer. En we hebben zat andere spelers lopen die op zes uit de voeten kunnen. De crux is: heren 2 kan nog kampioen worden, maar dan met onze eigen zes.

Hij dacht dat ik meteen deze woensdag zou schrijven over zijn kapsel, over zijn motor, zijn vriendin. Allemaal te direct en te snel. Te gehaast.

Na de wedstrijd kwam hij me nog even een handje geven in de kantine, mijn zoontje zat naast me op de bar met een rietje te spelen. Mijn zoontje is anderhalf maar zag direct hoe het zat. Kinderen van anderhalf voelen dat beter aan dan volwassenen. Die jongen hield afstand. Hij zei niks, ook dat is indirect.

Dat spatwater was al opgedroogd, de grijns van de zes nog niet.

Ik zei: Jij wilt toch schrijven? Dat wist ik toevallig.

Ja, zei hij.

Schrijven is indirect, zei ik.

Toen werd de zes een beetje bang.

Ook zei ik: Voor schrijven moet je geduld hebben.

Hij knikte.

Toen ik zei: Ik heb niet gezegd wanneer ik je helemaal kapot ga schrijven.

Hij keek me glazig aan.

Indirect, zei ik. Met een omweg, en geduldig.

Hij probeerde te grijnzen, maar dat lukte niet zo goed meer.

Ooit, zei ik.

Toen werd de zes nerveus. En dat is-ie nog steeds.






Edgars leesadvies