'Haben Sie eine Stunde?'
- Leo Beenhakker

Hooliganhart

Aafke Romeijn is niet zo goed in hooliganisme. Haar hart huilt iets te vaak om de verliezende partij.

Door , in categorie: Column op . Tags:

Ik ben een slechte hooligan.

Ooit vertelde mijn vader me over Andres Escobar, de Colombiaanse verdediger die zijn nationale elftal in 1994 eigenhandig het WK uit hielp door een verschrikkelijk onhandig eigen doelpunt te maken tegen de VS. De hele Colombiaanse natie, tot dat moment maandenlang in een euforische roes door het plotselinge succes van hun team – mede mogelijk gemaakt door een injectie coke-dollars van die andere Escobar – stond op haar achterste benen. Bij thuiskomst werd Andres Escobar vermoord, neergemaaid vanuit een langsrijdende auto van waaruit nog net “Bedankt voor je eigen goal!” te horen was. Ik denk dat ik een jaar of acht was toen ik het verhaal hoorde, en ik sliep er een week slecht van.

Ik heb die woede jegens clubs en spelers nooit zo gesnapt. Als “mijn” team een belangrijke wedstrijd wint ben ik natuurlijk door het dolle, maar ik voel tegelijkertijd het verdriet van de verliezende partij. Waar ik nog veel meer moeite mee heb is individueel verdriet. Het vreet aan me. De spits die de beslissende penalty mist, de keeper die de bal uit zijn handen laat stuiteren, het huilende jongetje op de tribune, gehuld in het tenue van de verliezende partij: het doet allemaal zeer aan mijn hart. Ik zou een slechte hooligan zijn. Tuurlijk: ik heb een hartgrondige hekel aan Ajax, en ik geniet met volle teugen wanneer de staf weer eens vechtend over straat rolt, maar eerlijk is eerlijk: uiteindelijk gun ik (bijna) iedereen het beste.

Gisteravond, toen Liverpool-keeper Loris Karius de bal een fractie van een seconde vasthield om ‘m toch weer los te laten, waardoor Real Madrid op voorsprong kwam, ging mijn whatsapp en twittertijdlijn los. Woedend was men. Hoe kon zo’n belabberde keeper in een finale van zo’n toernooi terecht zijn gekomen? Waarom was hij opgesteld? Wat bezielde hem om dit soort blunders te maken? Het enige wat ik zag was de totale ontreddering in zijn ogen, en mijn moederhart brak. Ik zou het veld op willen rennen, hem in mijn armen willen sluiten en willen fluisteren dat het allemaal wel weer goedkomt. Niet per se vandaag, vandaag is het gewoon even kut, maar over een tijdje. Je hoeft niet meteen terug naar Duitsland, naar Wolfsburg of FC Nürnberg, je krijgt gewoon een tweede kans om te laten zien wat je kunt. Echt waar.

Maar goed: ik ben Karius’ moeder niet, en waarschijnlijk moet ‘ie natuurlijk wel gewoon terug naar een tweederangs club in z’n thuisland, dus het is maar goed dat ik gewoon thuis op de bank zit met mijn huilende hart.