'Haben Sie eine Stunde?'
- Leo Beenhakker

Hoe het EK een koevoet tussen de emancipatiedeur werd

En nu maar hopen dat die 5,5 miljoen kijkers ook de moeite nemen om een schimmig Russisch streampje op te zoeken als de competitie weer begint.

Door , in categorie: Column op . Tags: , ,

Vrouwenvoetbal. Of eigenlijk: gewoon voetbal, maar dan door vrouwen. Ik noem mezelf graag een humorloze linkse zuurfeminist, maar ik moet bekennen: ik had er nog nooit écht naar gekeken. Wat dat betreft ben ik een gemakssupporter: ik kijk naar wat er wordt uitgezonden. Tuurlijk, als er echt iets belangrijks aan de hand is dat alleen onder een betaalknop zit dan zoek ik rustig een Russisch streampje op, maar eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik dat voor vrouwenvoetbal nog nooit gedaan had. Nu ik een heel EK-toernooi tot in de diepste commentaarkrochten en met plezier gevolgd heb, vraag ik me af waarom.

Misschien is het omdat er zo weinig mensen naar kijken. Een deel van voetbalkijkplezier is toch samen met anderen in één huiskamer, kroeg of twittertijdlijn onder dezelfde hashtag richting een beeldscherm schreeuwen. Had ik vóór dit EK iets getweet over een vrouwenwedstrijd, dan had ik nul bijval of tegengas gekregen. Dodelijk saai, dus. Of was het omdat het niveau zo bedroevend laag was? Ik heb geen idee of dat zo is hoor, ik keek namelijk nooit, maar ik zag het wel eens in comments voorbij komen. Ik heb het weer eens geprobeerd, vrouwenvoetbal, maar het ziet er niet uit. Niet echt uitnodigend.

Voor al deze zaken geldt het kip-of-ei-argument. Ik keek niet omdat anderen niet keken, die weer niet keken omdat het niet werd uitgezonden, en het werd niet uitgezonden omdat de verwachting was dat er toch niet naar gekeken zou worden. En het niveau van de speelsters? Zelfde verhaal. Het niveau is niet vergelijkbaar met dat van de mannen, omdat de speelsters niet genoeg tijd, ervaring en traditie hebben. Dat heeft weer met geld te maken, dat verdiend moet worden door – onder andere – tv-uitzendingen. Omdat men verwacht dat er niemand kijkt, wordt het niet uitgezonden, waardoor de dames niet op professionele basis kunnen spelen, waardoor ze er een baan naast moeten doen om rond te komen, waardoor het langer duurt voordat het niveau opgekrikt wordt, waardoor de vergelijking met mannenvoetbal scheef blijft, waardoor voetbalsupporters kunnen blijven zeggen dat het “niet om aan te gluren” is, waardoor omroepen het idee blijven hebben dat er toch niet naar gekeken zal worden…

Etcetera, etcetera.

Godzijdank heeft een elftal vol interessante en mooie speelsters een koevoet gepakt en die hardhandig tussen de deur van deze emancipatoire deur gewrikt. Ze wonnen, wonnen, en wonnen nog maar eens een keertje, en het is leuk om naar een succesvol en uitgelaten team te kijken, zelfs wanneer je een vrouwenvoetbalhater bent. Het resultaat: de bloedstollende finale werd bekeken door 5,5 miljoen Nederlanders. Dat is bijna eenderde van het land. In de hele kip-of-ei-vraag kunnen we één factor wegstrepen: afwezig publiek. Er wordt namelijk gekeken. Massaal, zelfs.

Natuurlijk: er is nog een lange weg te gaan. De kwaliteit liet, zeker in de groepsfase, te wensen over. Te weinig snelheid, te weinig routine, te veel balverlies. Maar gedurende het toernooi ontwikkelde het team zich zienderogen. Door beter samenspel kregen speelsters ook steeds vaker de kans om hun individuele kwaliteiten te laten zien. De pingels van Miedema, een schitterende voorzet van Groenen: acties waardoor de namen van voorheen onbekende voetballers plotseling wél blijven hangen bij het publiek. Dat kweekt binding, en wie binding met spelers of een team voelt, is geneigd om te investeren. Door zo af en toe een russisch streampje googlen, bijvoorbeeld.

De commentatoren gedroegen zich aanvankelijk als blinden in botsautootjes: ze draaiden als gekken aan de stuurtjes maar botsten onverlet tegen elke seksistische bumper. De eerste wedstrijden waren ze nog voorzichtig. Staken veel tijd in het introduceren van de speelsters, het op basisschoolmeester-toon uitleggen van de spelregels (ging men ervan uit dat vrouwen voor het eerst een wedstrijd bekeken?). En na alle commotie over het oeverloze gezeik op het niveau van de vrouwen, leken commentatoren soms haast overvoorzichtig geworden, alsof het becommentariëren van vrouwelijke sporters een soort mijnenveld is waar je maar beter op je tenen doorheen sluipt.

De eerste wedstrijd van de Belgische vrouwen, bijvoorbeeld, was dramatisch. Het spel was traag, er werden domme en onnodige fouten gemaakt, en er werd – terecht – verloren van Denemarken. Na afloop spraken de (mannelijke) presentatoren van een mooie wedstrijd waarin de Belgische speelsters hun kwaliteiten hadden getoond. Hemeltergend, als je het mij vraagt: je degradeert sporters pas echt tot hobbyïsten wanneer je hun matige prestaties camoufleert als “leuke pogingen”. We zijn geen kleuters, hier. Nee, je kunt vrouwenvoetbal (nog) niet vergelijken met mannenvoetbal, daar moet nog wat tijd en geld overheen. Maar je kunt vrouwelijke voetballers wel vergelijken met elkaar, en in dat opzicht hadden de presentators prima zonder seksistisch te zijn kunnen stellen dat de Belgische vrouwen matig presteerden.

Ook de sportjournalistiek groeide in het toernooi. Commentatoren en presentators raakten bevlogener, het gejuich in studio’s bij doelpunten luider, de namen van de speelsters werden evenzeer gemeengoed als die van mannelijke voetballers. Tijdens de finale viel me pas op dat men het niet meer over het “EK vrouwenvoetbal” of over de “Europees kampioen vrouwenvoetbal” had, maar over het “EK”, en de “Europees kampioen”. Het vrouwenvoetbal heeft in Nederland in drie weken een emancipatieproces op warpsnelheid doorgemaakt. Nu maar hopen dat we dit niveautje van betrokkenheid zo lang mogelijk kunnen vasthouden.