'Haben Sie eine Stunde?'
- Leo Beenhakker

Het Mirakel Van Utrecht

Het doelpunt van Steven Bergwijn deed Martijn Neggers denken aan de tijden van weleer. Het was Ronaldoaans. Ronaldoësk. Of wat dan ook. Ondanks dat Neggers geen PSV’er is, heeft hij genoten van Het Nieuwe Mirakel van Utrecht. Alle zeventien keren dat hij de goal terugkeek.

Door , in categorie: Column op . Tags: , , , ,

We kunnen zeggen wat we willen van de eredivisie. Feyenoord glijdt armetierig onderuit tegen NAC Breda, Ajax wordt op de pijnbank gelegd door Vitesse (u weet wel, die ploeg die midweeks verloor bij de vrolijke amateurs van Swift). Maar soms, héél soms, gebeurt er ineens iets waardoor je denkt: potdomme, het is nog niet allemaal naar de vaantjes.

Ik heb inmiddels zeventien keer naar de goal van Steven Bergwijn gekeken. Niet dat ik fan ben van PSV, ik mag dan uit een onvervalste Eindhovense Philipsfamilie komen, in een ver verleden was ik zelfs fan van Ernest Faber (ergens moet er nog een foto zijn waarop ik als pakweg tienjarig ventje trots dat zwarte uitshirt met die blauwe schouderstukken aan heb, ik kom er zo nog op terug), maar de armen van Frits bleken, voor mij althans, toch niet zó ver te kunnen reiken. Hoe ouder ik werd, hoe meer ik Feyenoorder werd, week voor week. En toch moest ik glimlachen om de overwinning van PSV, gisteren. En dat kwam door één man. Het twintigjarige ventje Steven Bergwijn.

De PSV-supporters zijn de laatste jaren niet verwend met échte grote aanvallers. Goed, er waren Memphis Depay (u weet wel, die van die hoed) en hoe heet ie ook weer, dingetje, die irritante uit Zweden (nee, nee, die zat bij Feyenoord, ik bedoel die andere) maar als we een klein beetje kritisch kijken, is het natuurlijk na Luc Nilis en Ruud van Nistelrooy toch een beetje stil geworden. Maar Bergwijn scoorde gisteren niet als Luc Nilis, en al helemaal niet als Ruud van Nistelrooy. Steven Bergwijn scoorde zoals ze het in Eindhoven al jaren niet meer gezien hebben. Steven Bergwijn scoorde zoals Ronaldo zo vaak scoorde aan de Mathildelaan. Een beetje dribbelen, een beetje wiegen, het past niet – oja het past toch wel, en dan een klein moppig tikje. En daarom werd iedereen – zelfs het publiek van Utrecht nam zijn hoed af – er zo vrolijk van. Of, zoals ik net al zei: héél soms gebeurt er ineens iets waardoor je denkt: potdomme, het is nog niet allemaal naar de vaantjes.

Met Steven ‘De Nieuwe Ronaldo’ kan het nu twee kanten uit. Hij kan, en laten we het met zijn allen maar hopen, daadwerkelijk de nieuwe Ronaldo worden. Dat hij over twee jaar gekocht wordt door Monaco, of door Inter Milan, en van daaruit een stapje maakt naar Juve, Real Madrid of Barcelona.

Of hij wordt ‘De Nieuwe Jerson Cabral’, die in zijn beginperiode bij Feyenoord écht goed was, maar ineens geen pepernoot meer raakte: te ongeduldig, te trots, dubieuze mentaliteit en misschien ook een grammetje te weinig relativeringsvermogen. En zo verdween – ik ben waarschijnlijk nog zijn enige overgebleven fan – Jerson Cabral roemloos en struikelend in het moeras van Grote Talenten met een gouden toekomst achter zich.

Zo kan het natuurlijk ook gaan met De Nieuwe Ronaldo. En, laten we eerlijk zijn: de titulatuur waar ook ik me aan bezondig, gaat daar niet aan meehelpen. Het is te hopen dat er vanavond thuis een van zijn broertjes in Stevens slaap een grap uithaalt met tandpasta of viltstift, dat zijn ouders daar dan ook hard om kunnen lachen, de volgende ochtend, en hem nog een keer een liefdevolle kneep in de wangen geven, alvorens het ontbijt op tafel te zetten. Dan komt het misschien allemaal wel goed.

Maar het heerlijke aan voetbal is dat we ons met zijn allen zorgeloos mogen laven aan de waan van de dag. Vorige week schreef ik nog dat Feyenoord kampioen werd, en deze week kan ik net zo hard roepen dat het weer ouderwets om te huilen was. En in die langzaam draaiende papierpulp van verhalen over voetbal, denk ik nog eens terug aan die foto met dat uitshirt van Ernest Faber.

U weet wel, dat legendarische, dat zwarte, met die lichtblauwe schouderstukken. Dat shirt dat voor altijd verbonden is aan de slotfase van het voetbaljaar in 1999, waarin PSV tegen Utrecht in de allerlaatste minuten, alsnóg en tegen elke verwachting in, zichzelf richting Europees voetbal speelde. 

Toeval? Natuurlijk. Maar wat kan mij het verrekken. Ik hoop dat Steven Bergwijn over een paar jaar Het Nieuwe Mirakel van Utrecht is gebleken.