'Haben Sie eine Stunde?'
- Leo Beenhakker

Het laatste avondmaal van Wesley Sneijder

Dinsdagavond arriveerde Wesley Sneijder in Zeist, voor zijn afscheid van het Nederlands Elftal. Naar buiten is Wes zelfverzekerd en goedlachs als altijd, maar van binnen is de twijfel toegeslagen. Verslag van een treurig weerzien in de eetzaal.

Door , in categorie: Verhaal op . Tags: , , , ,

‘Pfewwwww’. Wesley Sneijder stapte uit een taxi, en zuchtte diep, heel diep. Hij stond voor het KNVB-hotel in Zeist, dat er van dichtbij nog ziellozer uitzag dan hij had gevreesd. Na nog een verzuchting stapte de kleine spelmaker naar binnen. Hij was blij dat de pers en de voorlichting van de KNVB een dealtje hadden gesloten – zo kon hij in relatieve anonimiteit arriveren, en werd hij niet begroet door hordes camera’s en journalisten. Want naar buiten mocht hij zich de laatste dagen een ongeluk hebben geglimlacht: van binnen voelde Wesley Sneijder zich een heel stuk minder op zijn gemak. Wat eerst een erezaak was, was nu een moetje geworden: als het aan hem lag hadden ze zijn afscheid tegen Peru gecancelled.

Be careful what you wish for, had een stemmetje in zijn achterhoofd al geroepen toen hij de jubileumwedstrijd had afgedwongen bij Koeman. Maar hij wilde zo graag. Hij was zo in zijn eer gekrenkt, dat hij niet anders kon dan zijn status als recordinternational uitventen. Zijn PR-team had behendig de media bespeeld, en dat, samen met de onthutsende resultaten van Oranje, had er toe geleid dat Koeman uiteindelijk overstag was gegaan. Prima Wes, jij krijgt je minuten in de toekomst. Ze zouden een tegenstander zoeken zonder al te veel afbreukrisico, waarbij hij na afloop met goed fatsoen met een bos bloemen kon gaan staan zwaaien. Dat werd dus Peru.

In de lobby van het hotel voelde Sneijder zich nog meer opgelaten dan zojuist. Hij liep in de richting van het restaurant, waar de spelers en de staf zaten. De teammanager, die hem had opgewacht bij de balie, wilde er de pas inzetten, maar Sneijder gebaarde naar een zetel in de hoek. Hij wilde nog even zitten. Toen hij zich anderhalf decennium geleden voor het eerst bij Oranje meldde, was hij een stuk minder nerveus geweest dan nu. Toen was de toekomst zijn vriend, hij had zelfs nog haar. Niemand, waaronder hijzelf, twijfelde er toen aan dat hij het zou gaan maken. Nu zou hij als veteraan moeten aanschuiven, het soort speler waarvoor speelminuten bij voorbaat vrij gemaakt moesten worden. Hij kon zich niet van de indruk ontdoen dat Koeman vooral hoopte dat hij niet te veel in de weg zou gaan lopen. Plus: hij was bang voor de grootste vernedering van allemaal – dat snotapen als Frenkie de Jong of Matthijs de Ligt hem de bal zouden gunnen.

Mijn god, dacht hij, dit moet je helemaal niet willen. Hij was de afgelopen weken een gevangene van zijn eigen Prodentglimlach geworden. Op social media verlootte hij op een schijtlollige manier vrijkaartjes voor de wedstrijd, en gister had hij bij die gladde Twan Huys gezeten. Hij had er gesproken over het plan voor een Cruijffcourt op Lesbos, bij een vluchtelingenkamp. Een project waar ze hem in geluld hadden. Hij moest toch iets, nietwaar? Het geld was goed in Qatar, maar buiten eindeloos Pokémon Go spelen met de kleine Xess Xava, had hij er niks om handen.

Hij piekerde nog even verder. Was het geen fraaie Oranjetraditie dat de beste spelers juist nooit ceremonieel afscheid namen? Cruijff, Keizer, Van Hanegem, Van Basten, Gullit – die hadden zich toch ook niet voor lul laten zetten? Maar goed, het was te laat om nu nog van gedachte te veranderen.

Hij liep naar het restaurant. Terwijl hij met de teammanager de laatste hoek om sloeg, zette hij zich schrap. Wat zou er volgen? Gelach? Gejuich? Grapjes? Het antwoord bleek: niks van dat alles. Geen enkele speler van het Nederlands Elftal keek op van zijn bord. Hij zag Strootman lachen met Janmaat, en Promes een gigantisch horloge tonen aan Jeroen Zoet. Koeman was er niet eens, zijn assistenten schoven peper- en zoutstelletjes heen en weer. Niemand lette op de recordinternational. Een bediende van het restaurant had hem wel gezien. Deze jongen leek aanstalten te gaan maken om zijn komst kenbaar te maken.

Dat ging Sneijder te ver. Hij draaide zich om, en liep terug naar de ingang. De teammanager, die daar was blijven plakken, keek hem niet-begrijpend aan. Daarop pakte Wesley een paraplubak op, om deze vervolgens met een flink kabaal terug op zijn plaats te zetten. ‘Yo hoooo!’ riep hij luidkeels, en nu keek Oranje wel op. Sneijder pakte een stoel en plantte hem aan het hoofd van de tafel. ‘Zo, waar waren we gebleven?’, zei hij met een gemaakte glimlach. Op wat ongemakkelijk gegrinnik van de rest van de spelers na volgde er geen antwoord. Oranje stortte zich massaal op het toetje. Wesley Sneijder speelde met een servet en dacht nogmaals – be careful what you wish for.