'Haben Sie eine Stunde?'
- Leo Beenhakker

Glenn Loovens, een lieve jongen

De liefde voor voetbal kan zelfs de grootste vetes doen wegsmelten. Vincent Cardinaal had altijd iets tegen zijn oude klasgenoot Glenn Loovens, tot hij deze week door het toeval werd gewezen op wat Glenn echt is – een lieve jongen.

Door , in categorie: Column Verhaal op . Tags: , , , ,


Deze week zapte ik argeloos langs wat sportkanalen. Want, waar zijn sportkanalen op televisie anders voor bedoeld dan om argeloos langs te zappen? Precies. Toch werd mijn aandacht deze keer langer vastgehouden dan normaal. Ik stuitte op beelden uit Engeland. Nee, geen Premier League, een niveautje lager. Ik dacht de tribunes van het stadion te herkennen, en ja hoor: daar was de bevestiging al – we waren in Sheffield, op de heilige én bebloede grond van Hillsborough, pandemonium van het grootste schandaal van het naoorlogse Britse voetbal.

Maar goed, daar gaat het me nu niet om. Het ging om iets anders, iets mooiers. Vijf seconden nadat ik bleef plakken, stapte er een man het veld op. Op zijn arm droeg hij een kind, een ventje van nauwelijks vier jaar oud. Hij hield zijn handjes ferm voor zijn ogen geklemd. De man – overduidelijk zijn vader – keek verwachtingsvol rond. Daarna fluisterde hij zijn zoon iets toe. Het jochie haalde zijn handen voor zijn ogen weg en keek rond. Dit was zijn eerste keer Hillsborough. Er brak een glimlach door van de soort waardoor je bijna zou gaan geloven dat ook die 96 Liverpoolsupporters goedkeurend vanuit de hemel toekeken. Dit was voetbal in zijn mooiste vorm: precies aan de juiste kant van het sentiment, simpel en bescheiden en toch groots en tijdloos.

Daarna begon een wedstrijd, een vroege ronde in de League Cup. Ik zat nog met het jochie in mijn hoofd toen mijn aandacht alweer werd getrokken. Verdomme, was dat Glenn Loovens nou? De voormalige verdediger van Feyenoord, zoon van Crooswijk, net als ik. Ik was alweer vergeten dat Glenn inmiddels al jaren in Sheffield zat. Ik zocht hem op, op Wikipedia. Hij was er inmiddels aanvoerder. Toe maar. Eindelijk zijn plek gevonden in het betaalde voetbal. Glenn werd gefilmd op de tribune, en deed dus niet mee. Ook bleken we nu opeens in een ander stadion te zitten. De opname van het jochie was van eerder. Sheffield speelde uit, tegen Bolton.

De wedstrijd liet ik voor wat hij was. Mijn gedachten dwaalden af naar Glenn, en Crooswijk in de vroege jaren negentig. Het was de tijd dat ik nog een teringhekel had aan hem en aan zijn broer Ivo. Ik zat bij de jongens op school, we voetbalden veel samen op de pleintjes van dit deel van Rotterdam.

Ik had de pest aan de Loovens-boys om meerdere redenen. Vooral omdat ze te pas en te onpas aangehaald werden door werkelijk elke juf of meester als lichtend voorbeeld van ‘hoe het hoort’. Kijk, Glenn brengt zijn verfspullen zelf naar de kraan. Ivo smeert al zijn eigen boterhammen. Glenn en Ivo zijn altijd vrolijk. Ik was hun dianegatief. De kleine Vincent was meestal chagrijnig, ik weigerde pertinent om de school met wat dan ook te helpen. Waar Glenn en Ivo over het voetbalveld dartelden, daar was ik een bikkelharde kuitenbijter. Hollandse School versus Crooswijks Catenaccio.

Een lente nam ik me voor net zo lang naar het warmhoudplaatje in het overblijflokaal te staren, tot het in brand zou vliegen, en zo de school zijn verdiende loon bezorgend*. Op een dag die ik nooit zal vergeten, hoorde ik een harde bons, komend uit het trapportaal. Door een raam zag ik Glenn, zoals meestal zijn overblijftijd overbruggend met balletjes trappen tegen een muurtje. Ik zag aan zijn gezicht dat ook hij de bons had gehoord. Beide liepen we naar de plek van waar het geluid was gekomen.

Op de grond troffen we een jongetje aan. Hij was schijnbaar tussen de trappen door twee verdiepingen naar beneden gevallen. Hij was jonger dan wij, en hij bewoog nauwelijks. Uit zijn gescheurde broek stak iets waarvan ik eerst dacht dat het een stok was, maar daarna begreep dat dit zijn heupbot was. Ik wist niet goed wat te doen. Glenn blijkbaar wel. Hij hurkte bij de jongen neer, sprak zijn naam. Nu herkende ik hem ook: Billie, een wat sneu figuur, die nooit helemaal lekker meekwam. Glenn kalmeerde hem, en bleef bij hem tot ik de meesters had geroepen. Daarna was er gedoe en ambulances. Glenn en ik drentelden tot besluit wat over het plein. Daarna sprak hij een paar woorden die ik tot deze week vergeten was, maar al zappend en turend naar de Wikipedia van Glenn, opeens weer kon herinneren. ‘Dat is een lieve jongen hoor’. Dat is wat Glenn tegen mij zei. We waren nauwelijks tien jaar oud. Geen slechte tekst voor zo’n jong ventje op zo’n moment.

Nadat ik Glenns Wikipedia afsloot, zocht ik hem op, op Instagram. Ik zag foto’s met zijn gezin, en met met kinderen met een beperking. Hij had een award gekregen voor maatschappelijk werk. Op de foto’s oogt hij nog steeds als de frisse knul waar ik toen zo’n hekel aan had. Terwijl ik nog een andere foto bekeek (Glenn op de bruiloft van Kevin de Bruyne), kon ik maar een ding bedenken – Glenn Loovens is misschien niet geslaagd in de absolute top, maar is wel mooi de captain van Sheffield Wednesday geworden. Hij voert een team aan van een club die mannen met hun zoontje het veld op halen, om zo hun stadion voor het eerst te tonen. Een club van lieve jongens.

*Op een duivelse dag wérkte het staren naar het warmhoudplaatje. Het vatte vlam, slechts met de grootste moeite kregen ze het uit. Daarna durfde ik minstens een jaar nérgens meer naar te staren.