'Haben Sie eine Stunde?'
- Leo Beenhakker

Gio: tussen plezier en plicht

Op enig moment deze maandagochtend is Giovanni van Bronckhorst wakker geworden en heeft hij opgelucht adem gehaald: ook na het debacle in Arnhem is de zon weer opgegaan. Vindt hij zijn baan eigenlijk nog wel leuk?

Door , in categorie: Column op . Tags: , ,

Op enig moment deze maandagochtend is Giovanni van Bronckhorst wakker geworden en heeft hij opgelucht adem gehaald: ook na het debacle in Arnhem is de zon weer opgegaan.

Terwijl buiten de hagel tegen de ramen slaat, laat hij drie klontjes suiker in zijn koffie vallen, roert, neemt een slok. En als hij vervolgens Algemeen Dagblad openslaat, moet hij zich gerealiseerd hebben: het aantal punten dat Feyenoord achterstaat op koploper PSV (22) is inmiddels bijna gelijk aan het aantal miljoenen dat deze zomer in dit elftal werd geïnvesteerd (27).

Hoe leuk zou Gio zijn baan nog vinden?

Plezier is een serieuze zaak. De Ierse filosoof-scheikundige Michael Foley schreef er een heel boek over: Leuk hè. De filosofie van plezier maken. Zelf heeft hij een haat-liefdeverhouding met leuk. Op momenten dat andere mensen uitzinnig ‘LEUK HÈ?’ tegen elkaar jubelen, wordt hij bevangen door een gevoel van onbehagen. ‘In de moderne tijd is leuk uitgegroeid tot een onbetwist artikel, tot een essentieel desideratum, tot de eigenschap die elke vorm van activiteit kan redden. Het is zelfs een plicht geworden. In de premoderne tijd was het de plicht je onsterfelijke ziel te redden, in de moderne tijd ging het om geld verdienen, en in de postmoderne wereld moeten we plezier hebben.’

Gisteravond las ik Foleys boek, mopperde met hem mee dat het leven vaak helemáál niet leuk is, en dacht aan het filmpje waarin Robin van Persie voor de camera van Fox reflecteerde op zijn klassegoal tegen Groningen. ‘Ik heb gewoon plezier’, zei hij daarin grijnzend, ‘Ik heb plezier in de dagelijkse trainingen.’ Zijn rol achter de spitsen vond hij ‘ook wel leuk. Ook leuk, ja. Ik heb het goed naar m’n zin. Nee, echt leuk.’

Het ís natuurlijk fantastisch dat Robin met zo’n prachtgoal de 3-1 tegen Groningen maakt. Maar we hebben er zo weinig aan als Feyenoord krap drie dagen later moet afdruipen uit Arnhem.

Foley schrijft echter ook dat we plezier nodig hebben. Omdat het ons een aantal cruciale ervaringen geeft. De belangrijkste zijn ‘belonging’ (het gevoel deel uit te maken van een groter geheel) en  ‘transcendence’ (het overstijgen van de normale, fysieke ervaring). Leuk is sociaal; in ons plezier overstijgen we onze individualiteit. Met leuk proberen we onze postmoderne levens zin en richting te geven. Leuk is in Foleys paradox een soort hedendaags opium voor het volk: een instrument van troost met als keerzijde dat het mensen afhoudt van verbetering van de reële situatie.

Misschien is voetbal wel een constante, collectieve zoektocht naar leuk. Maar vinden we ooit wat we zoeken? Vaak is voetbal frustrerend, teleurstellend, kwellend, tergend. Soms is het saai, soms is het spannend. Heel zelden is het glorieus, extatisch, euforisch. De crux is: ‘leuk’ is het eigenlijk nooit. Althans, niet als er iets op het spel staat. Op het trainingsveld ligt dat misschien anders; daar kunnen Bilal en Kevin Diks elkaar tijdens de positiespelen vrolijk toeroepen: ‘LEUK HÈ!’

Foleys paradox, van plezier als iets even onbehaaglijks als noodzakelijks, is ook op voetbal van toepassing. Gio’s plezier is cruciaal omdat de sleutel tot een soepel draaiend collectief erin kan schuilen, een eenheid waarbinnen de individuen zichzelf kunnen overstijgen. De plicht van de regerend kampioen is echter niet om leuke trainingen te hebben, maar om wedstrijden te winnen. Als die plicht niet wordt vervuld, zou Feyenoord weleens voor een heel onleuke beslissing kunnen staan.