'Haben Sie eine Stunde?'
- Leo Beenhakker

Gertjan ging niet naar Isfahaan

Teheran probeerde deze week Gertjan Verbeek te verleiden om trainer te worden in het land van de ayatollahs. Even leek het Gertjan wel wat, tot hij zich realiseerde: wie zo eigenwijs is als ik, die eindigt in het gevang. Iran: toch maar niet.

Door , in categorie: Column op . Tags: ,

Zo. Gertjan Verbeek zakte eens lekker achterover op de bank. Vriendin en baby waren vakkundig en kordaat de deur uitgewerkt, de tuin was aangeharkt, de dagelijkse workout achter de rug, de buurman ongevraagd van advies gediend en de agenda alweer volgepland met schnabbels zo ver het oog wilde reiken. Ja, even he-le-maal niks – dat kwam hem wel toe. Absoluut.

De rust duurde welgeteld zes seconden, want de telefoon ging. Een ouderwetse huistelefoon, want dat vindt Gertjan wel zo fijn. En zeg nu zelf: als iets zijn waarde heeft bewezen, dan hoef je het toch niet af te danken? Nee, een ouderwetse landlijn, daar houdt Gertjan van. Lekker degelijk, sowieso iets wat Gertjan erg goed kan smaken – de degelijkheid der dingen. Avondeten elke dag om zes uur op tafel? Al dertig jaar hetzelfde kapsel? De missionarishouding? Drie keer dikke prima.

Maar goed, terug naar die telefoon. Gertjan nam op – in zijn kenmerkende stijl met een ‘hmpffff’ en een ‘grmblll’. Hij verwachtte een of andere redacteur van een krant of talkshow, maar nadat de andere kant zich kenbaar maakte moest hij toch effe slikken. Iran aan de lijn. Of hij zin had trainer te worden. Waar maakte niet zo gek veel uit: de teams worden toch allemaal beheerd door het regime. Waar miester Verbiek maar wilde tekenen. Ze hadden gehoord dat hij lekker rechtlijnig was, en laat dat nu nét zijn waar het Iraanse voetbal behoefte aan heeft. Gertjan kreeg 24 uur om na te denken.

Jeetjemina, dacht Gertjan. Dat is me wat: Iran. Zijn eerste gedachten waren niet mals: vrouwen mogen nergens naar binnen, en die doodstraffen zaten hem ook niet al te lekker. Anderzijds: er stond veel poen tegenover. En een nieuw oord opzoeken: dat was in principe nog best wel interessant. En had hij een of andere pretentieuze gast bij een voetbalshow niet ooit Teheran ‘het Parijs van het Midden-Oosten’ horen noemen? Nou dan.

Daarbuiten kon Gertjan zich toch ook niet ontdoen van de indruk dat hij vrijwel altijd gelijk heeft. En dat hij best wat zou kunnen toevoegen aan de orde van alle dag in het land van de ayatollahs. Alle beetjes helpen tenslotte, en Gertjan zag zichzelf opeens een heel dorp van stromend water, melk en honing voorzien. Een fijne dagdroom, die evenwel al snel, liggend op die bank in zijn woning, tot een nachtmerrie transformeerde.

Gertjan had inmiddels wel wat zelfkennis opgedaan. En diep vanbinnen wist hij hoe het zou gaan lopen, daar in Iran. Hij zou op straat een misstand tegenkomen, en zou zijn bek dan niet kunnen houden. Hij zou cynisch iets suggereren als ‘je kunt beter een Enkhuizer paalsteek gebruiken als je iemand wilt opknopen’ en dan zou hij daarna heel rap zijn ongevraagde adviezen kunnen gaan uiten in een werkkamp. ‘Nee, je kunt de keien beter zo kleiner slaan’.

Iran. Het was een spannende gedachte, maar toch maar liever niet. Gertjan tuurde naar buiten, en keek vervolgens naar de telefoon. Wanneer zou FC Twente eindelijk eens gaan bellen?