'Haben Sie eine Stunde?'
- Leo Beenhakker

Een pelgrimage naar het Oosten

Quincy Promes heeft op een koude maandagochtend zijn voetbalschoenen aan de wilgen gehangen. Hij kreeg last van een acute aanval van twijfel over de zin van het bestaan. Hij heeft geen ontslag genomen, maar is gewoon maar gaan lopen. Naar het oosten. Naar het land van de rijzende zon.

Maandag

Ik ben vanmorgen opgestaan in Moskou. Het vroor. Het is hier -21, op het moment. De meneer van een paar huizen verderop stond in een korte broek, maar wel met een berenmuts op zijn hoofd, zijn auto te wassen. Het water dat uit zijn tuinslang spuit, bevriest zodra het zijn auto raakt. Misschien is het maar gewoon sissiphosarbeid, die hij verricht. Misschien weet hij, net als ik, ook gewoon niet meer zo goed wat hij aan moet met de absurditeit van het bestaan. En ik? Ik ben gewoon maar gaan lopen. Naar het Oosten. Ze zeggen dat de zon daar schijnt. Ze zeggen dat daar nog gelachen wordt. Dat daar een zee is, zo geel als pikachu. Ze zeggen dat dat het land is waar de poppetjes van de happy meals geboren worden.

Ik heb niet eens ontslag genomen bij Spartak. Ze merken vanzelf wel dat Quincy niet meer komt meevoetballen. Ik heb het koud. Niet eens zozeer als het gaat over de temperatuur, maar meer, hoe moet ik het zeggen, op een menselijk niveau, snap je?

Mijn naam is Quincy. Ik was topvoetballer, voor ik aan deze existentiële pelgrimage begon. Ik had geld als water en pikte doelpunten mee alsof het kaascroissantjes in de supermarkt waren. En toen werd ik wakker en was ineens alles anders. Ik werd wakker, trok mijn Ajaxpyjama uit, daarna de Feyenoordpyjama die daaronder zat, de twentepyjama daaronder en de Spartakpyjama dáár weer onder.

Een half uur heb ik zo, als kleine naakte jongen op de bedrand gezeten. Ik ademde. Ik luisterde naar de geluiden van het huis, en van daarbuiten: de geluiden van Moskou, van Rusland. En ineens daalde die ene pijnlijke gedachte in. Waaróm toch? Waar dóen we het allemaal toch voor?

Ik wist het gewoon niet. En na een dag nog steeds niet. En na een week nog steeds niet. Misschien heeft het bestaan wel helemaal geen zin.

En toen ben ik gaan lopen. Naar het Oosten.

Dinsdag

Ik ben bijna aan de rand van Moskou nu. Het land van de Rijzende zon is toch wel verder lopen dan ik dacht. Ik heb op zich alleen maar een trainingspak aan, een paar hardloopschoenen. En een petje van BALR. In een ander leven zou ik Eljero misschien appen, of insta-en, dat ‘ie zijn petjes misschien eens zou kunnen voeren, zodat ze ook in Rusland nog wat waard zijn. Maar nu? Nu berust ik erin dat ik het petje in elk geval héb. Ik loop.

Vannacht wilde ik onder een brug slapen, maar het was echt best wel koud, dus heb ik een kamer geboekt in een hotel. Wat is vierhonderd euro voor een nacht, als het leven geen enkele zin heeft? De broodjes vanochtend waren wel echt best wel chill en ik heb een zeepje meegejat. Waar ik heen ga, is denk ik geen zeep. Toch is het land van de rijzende zon wel echt verder dan ik dacht.

Woensdag

Vannacht toch maar weer in een hotel geslapen. Ik ben nu twee dagen wandelen weg uit Moskou, en de wegen beginnen slechter te worden. Ik kwam in een plaatsje dat Zhukovski heet, en waar ook helemaal niemand Engels praat. Op google maps lijkt het alsof ik nog helemaal niet zo ver ben, maar het ziet er al zo anders uit. Het is ineens zo koud. De wereld is zo groot. Zó groot. In de verte knippert een lichtbak van een patatzaak. Even hoop ik dat dat China al is. Maar als ik erheen loop, lijkt het toch nog steeds Zhukovski te zijn.

Het Oosten is nog zo ver.

Donderdag

Gisterennacht kwam ik een zwerver tegen. Andrej. Een wandelaar, zoals ik. Groot. Breed. Een lange baard, en gespierde, getatoeëerde armen. Terwijl we aan de bar van het hotel waar ik overnachtte met elkaar praatten over het leven, vertelde hij me dat het leven best wel zin heeft, als je er zelf maar in gelooft. In het begin van de avond stribbelde ik nog wat tegen, maar langzaam maar zeker begon het idee me toch wel aan te staan. En die kou in mijn botten, die moet je ook niet onderschatten.

Een hele nacht lang heb ik met mijn hoofd op zijn borst naar het haardvuur gekeken. Af en toe zei hij dingen tegen me, in het Engels. Het is fijn om na zo lang in de wildernis weer een taal van thuis te horen. Ik mis mijn thuis. Morgen ga ik terug naar Moskou. Ik ga proberen rust te vinden in mijn eigen zin van het leven.

Vrijdag

De trainer was helemaal niet boos dat ik een paar dagen weg was om mezelf terug te vinden. Hij vertelde dat hij het heel goed begreep, en dat overmorgen de belangrijke wedstrijd tegen Arsenal Toela op het programma stond. Dat ik op de bank begin, maar dat ik er moet staan als hij me nodig heeft.

Zondag

Ik heb gisteravond een fotootje van China uitgeprint op mijn computer. Die stop ik in mijn voetbalsok. En ik heb een shirtje laten drukken, met ‘жизнь имеет смысл, Andrej’. Het leven heeft zin, Andrej. En zo is het. Die pelgrimage, die filosofische avond, een nacht lang tegen de blote borst van een echte Rus. Het haardvuur. Het heeft me zoveel goed gedaan. Als ik scoor, til ik mijn shirt op, en kan iedereen die tekst lezen.

En als ze ernaar vragen, dan zal ik filosofisch antwoorden: ‘als Quincy niet naar het Oosten kan komen, dan komt het Oosten maar naar Quincy.’






Edgars leesadvies