'Haben Sie eine Stunde?'
- Leo Beenhakker

Een nieuwe sponsor voor PSV

PSV moet op jacht naar een nieuwe hoofdsponsor. Wanneer Toon Gerbrands de wanhoop nabij is, krijgt hij plotseling een aanbieding uit onverwachte hoek.

Door , in categorie: Column op . Tags: , , , , ,

Maandagmorgen. Op de burelen van het Philips Stadion nipt Toon Gerbrands aan zijn gewone zwarte koffie zonder suiker. Het is rustig op de club, zoals het altijd en overal rustig is waar Toon de baas is. De selectie waait uit op de Herdgang na de troosteloze overwinning op VVV. In de wandelgangen gaat het gerucht dat een lid van de medische staf vanmorgen per ongeluk een windje liet tijdens het eten en daarmee is alle opwinding in Eindhoven wel weer genoemd. Precies zoals Toon het graag heeft.

Toon overziet zijn agenda en de dossiers op zijn degelijke bureau van Leen Bakker. Eerder heeft hij een persbericht uitgedaan waarin bekend werd dat PSV na volgend seizoen niet doorgaat met hoofdsponsor EnergieDirect. Toon weegt zijn opties, die er nauwelijks zijn.

Mandemakers wil best voor vier miljoen, maar ja. Dat is toch ruim twee miljoen minder dan wat EnergieDirect jaarlijks stort. Bovendien is PSV een A-merk, zoals Philips ook een A-merk is. EnergieDirect was in dat opzicht al een flinke stap terug. Maar die betalen tenminste nog de volle mep.

Zijn enige andere serieuze optie is Shell. Een A-merk, dat wel. En ook bereid het volle pond te dokken. Toch zit het Toon niet lekker. Toon is een man van fatsoen, en met goed fatsoen kun je niet met Shell in zee, in deze tijden van vervuiling en klimaatverandering. Hij ziet de spandoeken op bezoek bij FC Groningen al voor zich, nadat daar net weer een aardbeving is geweest. En dan dat roodgele logo…

Toon trekt een zuinig mondje en nipt nog maar eens.

Dan gaat de telefoon. “Een meneer voor u, meneer Gerbrands. Hij wilde zijn naam niet zeggen, maar hij belt voor zaken.” Toon kijkt op zijn horloge. Nog zeker twintig minuten tot zijn volgende vergadering. “Verbind maar door”, zegt hij gedecideerd. En na een korte pauze: “Met Gerbrands, goedemorgen.”

“Dag Toon, met Dennis. Dennis Bergkamp. Ik las vanmorgen dat jullie op zoek zijn naar een nieuwe hoofdsponsor. Misschien kunnen we elkaar helpen.”

Toon fronst demonstratief, zonder zich te realiseren dat Dennis zijn gezicht helemaal niet kan zien.

“O, weet jij iets voor ons?”

“Ja, ik weet wel iets, of beter gezegd iemand. Mijzelf. Ik wil de nieuwe hoofdsponsor worden van PSV.”

“Jij?”

“Ja, ik.”

“Maar euhm… dat gaat over serieuze bedragen, Dennis. Spreek ik wel echt met Dennis Bergkamp?”

“Nou niet de lolbroek uit gaan hangen Toon. Natuurlijk spreek je echt met Dennis Bergkamp.”

“Dé Dennis Bergkamp? Van Ajax en Arsenal en die fenomenale goal tegen Argentinië?”

“Ja, Dennis Bergkamp, Dennis Bergkamp, Dennis Bergkamp, Dennis Bergkamp. Díé Dennis Bergkamp”, zegt Dennis Bergkamp.

Toon krabt zich op zijn glimmende kruin.

“Oké, oké. En je weet over welke bedragen we dan praten? Ik bedoel: kun jij dat betalen?”

“Lees jij de Quote niet? Kom Toon, ik heb geen tijd voor geintjes. Wat is je beste aanbod tot nu toe? Ik bied één miljoen meer.”

Toon liegt dat Shell zeven miljoen geboden heeft.

“Prima! Schrijf mij maar op voor acht. Wanneer heb je tijd?”

Wanneer het gesprek ten einde is en tot Toon doordringt wat er zojuist is gebeurd, kan hij een glimlach niet onderdrukken. Dennis Bergkamp is een A-merk, immers. En lekker saai. Ideaal voor PSV. Tevreden nipt hij nog eens aan zijn koffie, die inmiddels koud geworden is.

Drie dagen later ontvangt Gerbrands Dennis Bergkamp met zijn zaakwaarnemer Rob Jansen en een juffrouw die Toon niet kent. Dennis draagt een flets streepjesoverhemd. “Wehkamp”, denkt Toon. “Helemaal PSV, deze man.” En hij steekt het gezelschap joviaal de hand toe.

“Zullen we meteen ter zake komen?” zegt Dennis als ze eenmaal in de conferentiekamer zitten. Hij opent een bruin koffertje en haalt er een stapeltje papieren uit, keurig aaneengehecht met een paperclip, in een doorzichtig plastic mapje. Rob Jansen gaat achterover zitten en zegt niets. De juffrouw begint notities te maken op een kleine zwarte laptop.

Dennis stelt een termijn van twee seizoenen voor. Toon kan zijn geluk niet op, wanneer Dennis nogmaals bevestigt dat hij jaarlijks acht miljoen wil schuiven.

“En wat wil je precies op het shirt? ‘DENNIS BERGKAMP’, alleen ‘BERGKAMP’, of wat zeg je van ‘BERGKAMP BV’?”

“Daar koop ik allemaal niks voor. Ik ga coöp, Toon.”

“Coöp?”

“Ja, coöp. Jullie gaan met mij in zee. Ik garandeer jullie jaarlijks acht miljoen en zorg dat er iedere week een sponsor op jullie shirt staat. Vervolgens kunnen kleine bedrijven die zich zo’n deal niet kunnen veroorloven, bij mij per wedstrijd sponsorruimte kopen.”

Hij overhandigt Toon een A4’tje.

“Ik heb inmiddels zeventien bedrijven gevonden. Hier heb je de namen. Ik mik op ruim het dubbele, met Europese wedstrijden en oefenpotjes erbij. Is het een belangrijke wedstrijd, dan betaal je de hoofdprijs. Maar in de voorbereiding tegen Kozakken Boys ben je voor een paar duizend euro al hoofdsponsor van PSV.”

Toon neemt de lijst aan een laat zijn ogen over de geïnteresseerde bedrijven gaan. Grote namen als Media Markt en Hudson’s Bay worden afgewisseld met lokale ondernemers als Robs Groentespeciaalzaak uit Woensel en Kapper Frits uit Veldhoven. Van die laatste twee wordt Toon niet erg vrolijk. Maar acht miljoen is geen kattenpis.

Op plek tien, tussen Unilever en Aquarium- en Dierenspeciaalzaak Wesdijk, staat: ‘FLAPPIE IS EEN TJAPPIE’. Toon leest het hardop voor en kijkt vragend naar Dennis en naar Rob Jansen.

“Is dat een afhaal-Chinees?”

“Tjappie is straattaal, Toon. Het betekent dat je een sukkel bent. Hoor je dat nooit in Eindhoven? Op De Toekomst zegt de jeugd dat continu. Geen bedrijf dus. Ik wil dat er gewoon zelf graag op.” 

Dennis grijnst. Toon kan inmiddels zelf wel raden wie Flappie is. Zonder iets te zeggen leest hij verder. Onderaan de lijst staan ‘OVERMARS IS EEN FARCE’ en ‘HELEMAAL NIETS IN AMSTERDAM’.

“Iedere cent meer dan waard”, zegt Dennis, als hij het verbouwereerde gezicht van Toon ziet. “Voor die laatste moeten we natuurlijk wel even afwachten hoe Ajax dat seizoen presteert.”

Zonder Toons reactie af te wachten, staat Dennis op en knipt hij zijn koffertje dicht. “Acht miljoen. Ik hoor van je.” Rob Jansen en de juffrouw zonder naam volgen hem de conferentiekamer uit.

Als het gezelschap de deur achter zich sluit, zakt Toon langzaam in zijn Ikeastoel. Hij schenkt zich in uit de onaangeroerde blauwe thermoskan. Wanneer hij het koffiekopje van de Blokker tegen zijn lippen zet, schieten zijn gedachten naar de Mandemakers-deal. Vier miljoen. Achter zijn montuurloze bril vormt zich in zijn linkeroog langzaam een traan.