'Haben Sie eine Stunde?'
- Leo Beenhakker

Marc Overmars bij Tussen Kunst & Kitsch

Een zekere heer Overmars heeft op zolder vier antieke tinnen schalen gevonden, die een vermogen waard blijken te zijn.

Voor deze aflevering is het programma neergestreken in het Kröller-Müller Museum, gelegen in Nationaal Park De Hoge Veluwe in Otterlo. Het museum heeft een rijke collectie moderne en hedendaagse kunst en geniet internationale bekendheid, met werken van beroemde meesters als Monet, Renoir en Van Gogh. Uit heel Nederland en Vlaanderen hebben zich weer mensen verzameld die allemaal hopen op de hoofdprijs. Dit is: Tussen Kunst & Kitsch.

“Mevrouw, wat heeft u meegebracht?”

“Het is een theeservies met Piggelmee erop. Daar speelden wij vroeger als kleine kinderen mee, maar het is echt van steen.”

“En wat denkt u? Na vandaag nooit meer naar uw werk toe?”

“Nou, als dat eens zou kunnen…¨  

Na de informatieve introductie van het museum en de jolige eerste scène begint het programma echt. Presentator Cees van Drongelen zit aan een grote tafel met Jan Beekhuizen, expert in Europese onedele metalen, beeldhouwwerk en volkskunst. Aan zijn andere zijde zit een man met grijzende slapen in een polo met daarover een colbertje. Op de tafel staan vier grote tinnen schalen.

“Vertelt u eens meneer…?”

“Overmars!”

“Meneer Overmars, hoe bent u aan deze schalen gekomen?”

“Mijn vriend Edwin en ik vonden ze toen we de zolder gingen opruimen. Ze lagen opgestapeld en bedolven onder het stof. Edwin wilde ze eigenlijk weggooien. Maar ik zei: laten we eens kijken of ze wat waard zijn.”

“Weet u zelf waar ze vandaan komen?”

“Er staat me iets van bij dat het sportprijzen zijn uit de erfenis van Frank de Boer, maar het fijne weten we er niet meer van. We hopen vandaag meer te weten te komen.”

Cees wendt zich tot Jan:

“Jan Beekhuizen, jij werd meteen enthousiast toen je deze schalen zag, hè? Wat maakt ze zo bijzonder?”

“Nou, om te beginnen zijn ze al heel oud. Het zijn kampioensschalen uit de laatste succesperiode van Ajax. Kampioensschalen van Ajax worden steeds zeldzamer, ik ben er al jaren geen een meer tegengekomen. En nu brengt deze meneer er ineens vier mee.”

Jans ogen schitteren.

“Kijk”, zegt hij, “ze zijn alle vier gedateerd. Deze is uit 2011 en ze lopen door tot 2014.”

“Dat is lang geleden, Jan.”

“Ja, heel lang geleden. Dus je kunt mijn enthousiasme wel begrijpen.”

“Kun je iets zeggen over de staat van deze schalen?”

“Drie zijn er in uitstekende staat, maar deze hier is toch wel flink beschadigd.”

“Heeft dat gevolgen voor de waarde?”

“Wel iets, maar verzamelaars zijn toch altijd wel op zoek naar deze objecten. En wat het mooi maakt, is dat meneer echt de hele serie heeft. Ze horen alle vier bij elkaar.”

“U hoort het”, zegt Cees tegen Marc. “Zeldzame schalen en al heel oud.”

“Ja”, zegt Marc. “Dat is toch leuk om te horen.” Hij draait zich om en wendt zich tot een meneer met grote oren die achter de tafel in het publiek zit: “Zie je wel? Ik zei toch dat we ze niet weg moesten doen?”

“En dan nu de waarde”, zegt Cees.

“Ja, dan nu de waarde”, antwoordt Jan. Voor deze vier schalen, in deze conditie en in acht genomen dat u nog de hele serie heeft, moet u toch al gauw denken aan een waarde van zo’n 25.000 euro per stuk.

Het publiek achter de tafel slaakt een collectieve ‘poeh hee’. Een vrouw in een bloemetjesjurk zucht een langgerekt ‘jeeeeeetje’ en de man met de grote oren glimlacht zijn tanden bloot. Ook meneer Overmars kan het bijna niet geloven.

“Wow, jeetje, wow, nou zeg. Ik dacht wel dat ze misschien wat waard zouden zijn, maar hier had ik absoluut niet op gerekend.”

“En nu?” zegt Cees. “Niet meer op zolder, maar een mooi plekje aan de muur?”

Marc trekt een zuinig mondje.

“Ik denk dat ik ze ga verkopen.”