'Haben Sie eine Stunde?'
- Leo Beenhakker

Een mooie dag

Giovanni van Bronckhorst staat onder grote druk bij Feyenoord. Frank Fabian van Keeren denkt terug aan 27 juni 2007, de dag waarop Gio als speler terugkeerde in de Kuip.

Door , in categorie: Verhaal op . Tags: , ,

Het leven was goed, in de zomer van 2007. Ik werkte naast mijn studie geschiedenis in een broodjeszaak van Bram Ladage, om veel te dure spijkerbroeken te kunnen kopen. Mijn zaterdagavonden bracht ik lebberend door in Gay Palace. En één van de talrijke dagbladen en tijdschriften die ik had gemaild, zou me eerdaags vast een wekelijkse column gaan aanbieden, want ik had heel veel talent en ik hoefde er niet eens geld voor. 

Angelos Charisteas was de spits van Feyenoord. Dat dan weer wel. Maar goed, je kunt niet alles hebben. En de zon scheen, die 27e juni. Het was een mooie dag.

Met frisse tegenzin belegde ik Italiaanse bollen met tonijnsalade en met brie. WhatsApp bestond nog niet en van Twitter had ik nooit gehoord. Het nieuws dat Giovanni van Bronckhorst bij Feyenoord zou gaan tekenen die middag, kwam dan ook gewoon via de radio.

Waar Feyenoord het geld vandaan haalde was een raadsel. Een vermogende groep Feyenoordsupporters onder leiding van Ad Sint Nikolaas zou vijftig miljoen in de club willen steken, zo werd gezegd. Het deerde eigenlijk niet, want met Gio kwam Kevin Hofland die middag naar de Kuip en bovendien gonsde de naam van Roy Makaay al weken door Rotterdam. De Champions League lonkte.

Ik vroeg of ik een uurtje eerder van mijn werk naar huis mocht en sms’te een vriend of hij het al gehoord had. Drie kwartier later stonden we samen in het Maasgebouw.

Giovanni was in het echt veel kleiner dan ik me hem voorstelde. Hij droeg een spijkerbroek en een colbertje zonder das. Ik opende de glazen deur terwijl hij op ons – een groepje van vijftien a twintig supporters – af gelopen kwam. De mensen voor wie je het als profvoetballer doet, immers. Of we even met hem op de foto mochten. Ja, dat mocht. 

Zo snel als Gio gekomen was, was hij ook weer vertrokken. Wij dronken een colaatje in de brasserie van het Maasgebouw. Gewoon met suiker, want calorieën behoorden nog niet tot mijn dagelijkse zorgen. Eén van de supporters die was blijven hangen speelde ‘Clocks’ van Coldplay op de piano die in de brasserie stond. Ik kreeg een berichtje van een ex, en antwoordde dat die mooi de tyfus kon krijgen. De zon bleef schijnen en Feyenoord zou kampioen gaan worden in het nieuwe seizoen. Dat stond vast.