'Haben Sie eine Stunde?'
- Leo Beenhakker

Een bakje ketchup, een dode ekster en een schoen in de vitrine

Op de zoveelste ijskoude zaterdag van het jaar keek Jan van Mersbergen zoals gebruikelijk goed om zich heen bij de uitwedstrijd tegen het laag geklasseerde VVGA. Het leverde bijna een fotoverhaal op.

Door , in categorie: Column op .

 

 

De Voetbal Vereniging van Gemeente Ambtenaren heeft één grasveld en een paar tennisbanen. Tennis, dat doen ambtenaren ook, maar niet als het zo koud is als afgelopen zaterdag.

In een nieuw complex (mooi geworden!) omkleden en een bakje ketchup op de tegelvloer zien staan, naast de kledingtas waar ik voor de zekerheid maar wat dekentjes bij had gedaan, voor de bankzitters.

Onze Samir had een nieuw ondershirtje gehaald, en een tosti. Vlak voor de tactische bespreking begon moest hij ook nog even naar de plee. Veel ketchup at hij niet.

Het was een moeizame wedstrijd. VVGA is een beperkte ploeg maar ze werken wel hard en de snijdende wind uit Rusland en het knollenveld leek in hun voordeel. Langs de zijlijn een dode ekster. Niemand bekommerde zich om het beest. Dat is ook niet meer nodig, hij was al dood, maar een plekje iets verderop in de plantsoenen van de Gemeentelijke voetbalvelden leek me wel zo netjes.

 

 

Uiteindelijk scoorde Samir, die van de tosti, twee keer in het laatste kwartier en wonnen we met 0-2. Puntjes in de tas, nog even een biertje in de kantine waar ze kannen verkochten voor een tientje.

Onze Bob was in de kantine een van zijn schoenen kwijt. Hij had hem uitgetrokken, er kriebelde iets of hij had een irriterend wondje, ik weet het niet. Ik weet alleen dat hij dacht dat ik zijn schoen had verstopt. Daar zien ze hun leider voor aan tegenwoordig. Met kledingtassen sjouwen, thee halen, netjes het formulier invullen, en allerlei flauwe grappen uithalen.

Ik weet van niks, zei ik.

Dat hielp niet.

Ik dronk nog een kan bier en toen het tijd was om naar onze eigen thuishaven te fietsen en Bob wel wat nerveus werd om op die ene pantoffel op zijn scooter de kou door te moeten, zei de aanvoerder tegen hem: Kijk jij nou eerst maar even goed om je heen.

Dat deed Bob.

Hij vond zijn schoen in de vitrine in de hoek van de kantine van de gemeenteambtenaren. Niet tussen de bekers, die hebben ze daar niet.

 

Toen fietsten we naar Wartburgia. Er druppelde nog meer bekend volk binnen en ook in onze kantine hebben we een dikke leiding die heel diep de grond in gaat, want precies daar ergens onderin de grond zit de biervoorraad en zo lang we niet al te happig en inhalig zijn kan die onuitputtelijke brom ons voorzien van spraakwater.

Ik had gezegd dat ik rond vier uur thuis zou zijn. Dat haalde ik niet.






Edgars leesadvies