'Haben Sie eine Stunde?'
- Leo Beenhakker

Nichtentas

Bondscoach Dick en zijn assistent Ruud raakten ingesneeuwd in een datsja van de Russische bond. Aan de vooravond van een of andere kwalificatiewedstrijd. Tim Notten was erbij en wilde weg.

Door , in categorie: Satire Verhaal op . Tags: , , , , , ,

‘Dick!’

‘Hm?’

‘Je staat in mijn licht.’

Buiten is het geen feest. Een paar meter verderop, aan de rand van wat de tuin zou moeten zijn, ziet Dick hoe een vos moeizaam door de witte wereld ploetert en daarbij steeds kopje-onder gaat. De sneeuw reikt inmiddels tot halverwege het raam; als hij het zou openen kletterde zo de hele winter naar binnen.

‘Di-hick!’

‘Hm? O, ja, sorry. Waarom doe je dan niet gewoon het licht aan?’

‘Het licht aan? Doe effe normaal man. Het is nog niet eens middag!’

‘Sjezus Ruud, doe dat licht aan. Idioot! De middag is hier amper lichter dan de nacht. En de bond betaalt de elektra, dus zeur niet zo. Wat zit je daar in godsnaam de hele tijd te lezen trouwens?’

Ruud draait zijn boek om en bekijkt het omslag. ‘Niks bijzonders. Hé, Dickie, doe eens niet zo druk, ouwe. Kom eens even bij me zitten.’ Hij klopt met zijn hand naast zich op de bank. ‘We zitten hier nog wel even, samen. Niks aan te doen, of wel?’

Dick wil zeggen dat er drieëntwintig spelers getraind moeten worden. Dat zeker twintig van hen nog krap een dag hebben om te leren voetballen. Dat al die spelers en hun staf zich inmiddels al uren zullen afvragen waar de coach en zijn assistent uithangen. Dat hij claustrofobisch is en een tyfushekel heeft aan sneeuw. Maar dat zegt hij allemaal niet. Hij vraagt zich hardop af waarom hij in godsnaam is ingegaan op de uitnodiging om een dagje ‘helemaal te ontspannen’ in een datsja van de Wit-Russische bond, vijftig idioot verre kilometers boven de poolcirkel.

‘Omdat je dronken was.’

‘Ja, heel leuk, dank je.’

‘Ja, wat nou? Je wás toch ook dronken?’

‘Ja-haa!’

‘Kom nou effe zitten man. Doe niet zo opgefokt de hele tijd.’

Dick klopt op de zakken van zijn badjas. ‘Kut. Waar zijn mijn sigaretten?’

Ruud grijnst en vist een pakje Marlboro uit zijn zak. ‘Hiero.’

‘Heb je nou ook nog mijn peuken gejat?’

‘Nee gast. Jij hebt mijn badjas aan. En ik dus de jouwe. Ik heb er niet één van gerookt. Erewoord.’ Hij komt half overeind en reikt de coach het pakje aan. ‘Maar laat ik eens gek doen. Als jij gaat paffen, dan wil ik er ook één.’ Hij staat op en loopt naar de bar. ‘Met een whisky’tje erbij. Jij ook?’

‘Welja joh, kan mij het schelen.’ Dick steekt twee sigaretten op en geeft er een aan Ruud.

‘Thanks Dickie. IJs erbij?’

‘Wat denk je zelf, smeerpijp?’

‘Een whisky puur voor onze snob met zijn twaalf Rolexen, coming up.’

Dick trekt een wenkbrauw op, maar zegt niets. Hij loopt naar de tv en rommelt met de afstandsbediening terwijl Ruud geamuseerd toekijkt. Vloekend ramt hij op de toetsen, tot eindelijk de tv aanspringt.

‘Krijg nou de tering!’ roept Ruud. ‘We hebben beeld!’

‘Snel! Kijk of onze telefoons het ook weer doen!’

‘Dickie! Kijk dan! Daar loop jij!’

Op een trapveldje dat de naam grasmat niet waard is staat de coach, woest gesticulerend, te midden van een aantal basisspelers. Hij haat het zichzelf zo te zien. Het zijn beelden van eerder die week, toen hij nog in Borisov was bij zijn selectie, waar hij nu ook zou moeten zijn, aan de vooravond van wat waarschijnlijk Robbens voorlaatste interland wordt.

‘Hieieieie!’ gilt Ruud. ‘En daar ben ik! Kijk dan! Kijk dan, daar in de dug-out! Naast jou Dickie! Fok man, wat zien wij er scherp uit met z’n tweeën. Ja toch, vind je niet?’

‘Ga nou godverdomme kijken of de telefoons het doen, lamlul!’

‘O ja. Wacht effe. Nee. Nada. Nog steeds geen verbinding. O, kijk nou! Robben en Wes bij Van Gelder! Man, wat een tijden waren dat!’

‘Hou je kop eens effe! Ik probeer te verstaan wat ze zeggen!’

Het beeld bevriest en valt uiteen in dobbelsteentjes, waarvan er steeds meer groen worden. Een close-up van Robben verandert in een kruising van de Hulk met een Rubik Cube. Daarna wordt het scherm zwart en klinkt een onaangename ruis uit de speakers.

‘Kut.’ Dick zet de tv uit. ‘Wij zijn hier voorlopig nog niet weg, Ruud.’

‘Dat zeg ik al de hele dag. Maar de whisky is goed en de sauna is heet.’ De assistent-coach graaft in een toilettas waar een gemiddelde Feyenoordfan een dagvoorraad bier in zou bewaren.

‘Wat is dat in godsnaam voor een nichtentas?’

‘Gewoon, Dick. Ik zorg graag goed voor mezelf. Zou jij ook eens moeten doen.’

‘Niet te geloven. Ik dacht altijd dat jij zo’n enorme hetero was.’

‘Ach, hetero, hetero. Wat is hetero? Echte mannen neuken alles. Ik zeg altijd maar zo: als je alleen een vrouw durft te naaien, grijp je altijd naast de prijzen. Heb jij mijn butplug ergens gezien?’