'Haben Sie eine Stunde?'
- Leo Beenhakker

De wraak van Hakim Ziyech

Hakim Ziyech werd door Danny Blind genegeerd, door de bondscoach van Marokko buiten de selectie gehouden en uitgefloten in Amsterdam. Maar met de zomer in aantocht lijkt de frivole nummer 10 het laatst te lachen. Een verhaal van Lucas de Waard over hoe de wraak van Hakim Ziyech zich zoet laat smaken, op een zwoele avond in Marokko.


De zon zakt langzaam achter het Atlasgebergte als Hakim Ziyech op het balkon van zijn hotelkamer een blikje Bavaria opentrekt. Hier ziet niemand hem. Goed, Allah misschien, maar Hakim vermoedt dat die het wel begrijpen zal. De Allah zoals hij hem kent is geen kwaaie peer. Regels zijn er om een beetje te buigen; zo heeft Hakim altijd geleefd. Een voetballer hoort niet met een intellectueel brilletje rond te lopen, een Nederlandse Marrokkaan hoort voor oranje te willen spelen, en een moslim hoort niet te drinken, maar in de pas lopen heeft hem nooit ergens gebracht. Hij neemt een slok en geniet ervan hoe de belletjes op zijn tong prikken. Het is het enige blikje dat hij uit Nederland heeft meegesmokkeld. Het gaat om het idee.

Beneden op straat staat een jongen in een te groot shirt van het Marokkaans elftal. Hij heeft een bal onder zijn arm. Hakim zwaait. De jongen slaat met zijn vuist op zijn hart en holt verder. Glimlachend gaat Hakim weer zitten.

De telefoon gaat. Hij giet het laatste restje bier in zijn keel, staat op en sloft door de open deuren naar binnen. De hoorn blijft even aan het toestel plakken. Er wordt hier niet vaak gebeld.

‘Met Hakim.’

Aan de andere kant van de lijn wordt zwaar geademd.

‘Hallo?’, zegt Hakim. Er klinkt wat geritsel. Iemand neemt zo te horen een slok ergens van.

‘Met Danny Blind’, hoort hij dan. Een blikkerige klank, alsof iemand Danny in een koektrommel heeft gestopt.

‘Meneer Blind? Het is…’, Hakim kijkt op zijn horloge. Het is minder laat dan hij verwachtte. Hij zucht. ‘Zegt u het eens.’

‘Ikke… Ik weet niet.’

‘U weet het niet?’

Een korte stilte.

‘Ik heb een pizza met folie en al in de oven gelegd, Hakim. Helemaal afgefikt. Overal rook. ’s Nie slim, hè? ’s Nie slim van mij.’

‘Ben je dronken, Danny?’ Hakim heeft besloten dat hij iemand die hem ’s avonds op zijn hotelkamer belt best mag tutoyeren.

‘Beesje. Beesje dronken’, zegt Danny Blind. Hakim legt de telefoon neer en zet hem op speaker. Zo kan hij rustig zijn schoenen uitdoen en misschien alvast zijn tanden flossen.

‘Wat wil je, Danny?’

‘Het is allemaal… Jij hebt het zeker reuze naar je zin hè?’, gromt Blind. Hakim gooit zijn schoenen in de hoek. Hij denkt even na. Hij heeft inderdaad een opperbest humeur. Al een week lang. Komende zomer is hij erbij op het WK, terwijl het team dat hem bij monde van deze dronkenlap niet nodig had thuis zit. Hij wordt op handen gedragen door de Marokkaanse fans, waardoor die lul van een Renard gedwongen werd hem op te roepen. En over een maand of wat gaat hij een transfer maken, zodat hij nooit meer naar het gefluit van die hooghartige Amsterdammers hoeft te luisteren. Hij ziet wel waar hij heen gaat. Italië lijkt hem wel wat. Lekker spaghetti eten.

‘Ja hoor’, zegt hij. ‘Lekker gevoetbald. Het gaat prima.’

Danny snuift. ‘Dat zei Roland Koeman ook toen ik hem belde.’

‘RonALD.’

‘Wat?’

‘Hij heet Ronald Koeman.’

‘Boeien.’  Aan de andere kant van de lijn valt iets om. Danny Blind vloekt. ‘Kutpoes.’

‘Danny? Meneer Blind?’

‘Ik heb de wormenflat van m’n vrouw kapot geflikkerd. Hoe vind je die, Hakim? Overal wormen.’

Hakim gaat achterover op het bed liggen. Het plafond is beschilderd met engelen.

‘Wat is een wormenflat?’, vraagt hij.

‘Daarin kweek je wormen. Voor in de tuin. Gore kutbeesten. Zal ik jou eens wat zeggen, Hakim?’, Blind snuit zijn neus in iets. ‘Nederland heeft jou niet nodig. Jij denkt misschien van wel, omdat we niet naar het WK gaan. Maar Nederland heeft jou niet nodig. Jou niet, en Ronald Koeman ook niet.’ Blind hijgt. ‘En jullie denken natuurlijk dat ik nu thuis een beetje zit te simmen, nou, mispoes, grote vriend. Morgen gaan we lekker naar de camping en volgende week ga ik karten met Bertje Oostveen en Hansie Breuk. Want wat ons betreft kunnen jullie allemaal de pleuris krijgen. Hoor je me? De pleuris!’ Er klinkt een hoop kabaal. Danny Blind roept een paar keer ‘Godver!’ en daarna wordt het stil.

‘Danny?’ Aan de andere kant van de lijn klinkt wat gerommel. ‘Danny, ben je daar?’

‘Ik was gevallen.’

‘O.’

‘De kast met porrezeleine beertjes. Ha’k effe nie gezien.’

‘Ze Danny’, zegt Hakim terwijl hij weer rechtop gaat zitten, ‘Ik ga weer ’s hangen, gozer. Morgen vliegen we terug. Effe wat slaap pakken. Veel plezier op de camping hè!’

‘Nee wacht!’, murmelt Danny Blind. Maar Hakim heeft de hoorn al op het toestel gelegd. Hij wrijft even over zijn hoofd en bolt zijn wangen. Dan gaat zijn mobiel. Hakim schrikt zich de pleuris. Hij grist het ding van het nachtkastje en kijkt: Matthijs de Ligt.

‘Met Hakim.’

‘Hakim, maatje, met Matthijs! Zeg, heeft Danny Blind jou ook gebeld?’