'Haben Sie eine Stunde?'
- Leo Beenhakker

De toekomst van ons voetbal

Het zal u niet ontgaan zijn dat ons voetbal in een klein wakje zit. De vraag is: leven we hier in Nederland nu in het heden of verleden? En moeten we niet maar vast doorschakelen naar de toekomst? Lucas de Waard denkt van niet.

Door , in categorie: Column op . Tags: , , , , , , , , , ,


Na de debacles van oranje en – eerder dit seizoen – onze clubs over de landsgrenzen moet de blik op de toekomst. Daar zijn we mooi klaar mee. De toekomst is een concept van niks. Toegegeven, het verleden is ook niet alles – in beide gevallen heb je niks – maar bij het verleden wéét je tenminste wat je niet hebt. De toekomst is ongewis, en ongewis is waardeloos.

Op de middelbare school probeerde ik meisjes er altijd van te overtuigen dat de toekomst met mij er veel leuker uitzag dan wanneer ze met Barry of Jeffrey naar huis zou gaan. Ik zou ook borstspieren krijgen, op een dag, en geld voor een scooter of auto; ik zou tatoeages nemen en bovendien schrijver worden, in plaats van betonvlechter met een vreemde passie voor koikarpers. Het interesseerde de meisjes geen reet. Ze gingen tóch met Barry of Jeffrey mee en ik toog moederziel alleen naar huis, alwaar er niet eens porno op mij wachtte, want het internet was nog niet uitgevonden.

Nee, de toekomst; je koopt er niks voor, dat hadden die dames waarachtig goed in het snotje. En wat betreft ons voetbal is het niet anders. Ja, het zou best eens kunnen dat Memphis Depay en Jasper Cillessen op een ochtend opstaan en denken: Ach wat, ik ga gewoon eens een keer fatsoenlijk antwoord geven als een interviewer mij iets vraagt. Dat ze hun kin scheren in het besef dat stoppels betekenen dat je al groot bent, en dat grote mensen niet alleen vooraan staan als de loftrompet gestoken wordt. En ja, wie weet blijkt er diep in het binnenste van Stephen Bergwijn en Justin Kluivert een goddelijke bevlogenheid te huizen, die straks haar vleugels uit zal slaan, vleugels van vuur, die de tegenstander sidderend onder een lapje gras doen kruipen. En misschien is meeverdedigen in het voetbal van de toekomst wel volslagen onbelangrijk. Weten wij veel.
Het is eveneens niet gehéél ondenkbaar dat er in Frank de Boer, Philip Cocu en Gio van Bronckhorst meer schuil blijkt te gaan dan degelijke baasjes die balbezit verwarren met controle.

Kan allemaal. We mogen het niet uitsluiten, lieve vrienden. Maar voor nu is het verleden de plaats waar zilver blinkt en vreugdezang weerklinkt, is de toekomst ongewis en zitten wij opgescheept met het heden. Dat heden mag flets en rafelig zijn, maar iets anders is er niet voorhanden. Dat kunnen we maar beter zo snel mogelijk, en desnoods met een zure smoel, omarmen.