'Haben Sie eine Stunde?'
- Leo Beenhakker

De superrevolutie van Tscheu La Ling

We hebben al een tijdje niets van hem gehoord, Tscheu La Ling. Dat lijkt misschien goed nieuws, maar de voormalige linkerspits van Ajax bleek daar zelf anders over te denken toen hij vanmorgen belde met de redactie van Team Edgar, en Tim Notten aan de lijn kreeg.

Door , in categorie: Satire Verhaal op . Tags: , , , , , ,

Halfelf en er is nog niemand. Het ziet ernaar uit dat de Team Edgarredactie deze vrijdag alleen uit mij bestaat. Ik sta op en loop naar de pantry. De koffiemachine is in slaapstand gegaan. Normaal is dat een prima moment om bij te kletsen met de Edgarianen die hier op andere ochtenden in groten getale zijn verzameld. Nu dat niet het geval is droom ik weg bij de machine die moeizaam op stoom probeert te komen. Ik had gisteren niet zoveel moeten drinken. We hadden allemaal niet zoveel moeten drinken, want dan hadden we hier gezellig met z’n allen kunnen bijkletsen. Nu wordt het vermoedelijk een dag van uitzingen tot iedereen binnendruppelt voor de vrijdagmiddagborrel.

Ergens op de redactie rinkelt een telefoon. Het duurt nog even voor ik besef dat er behalve mij niemand is om het ding op te nemen. Ik sjok terug met mijn koffie, de herrie komt bij Neg vandaan. De Neg is onze gids. Onze aanvoerder. Onze mentor, pater familias en rolmodel in ultimo. En volgens sommigen zelfs de vader van mijn kinderen. Eigenlijk heet hij Martijn. Martijn Neggers, voluit, maar iedereen noemt hem liefkozend Neg.

‘Redactie Team Edgar, toestel Neggers, met Tim,’ zeg ik.

‘Martijn? Hoi Martijn, met Tscheu. Moet je horen–’

‘Je spreekt met Tim,’ val ik de beller in de rede. ‘Martijn ligt… Martijn is op reportage bij Hans van Breukelen. Met wie spreek ik?’

‘O, hoi, dag Wim. Met Tscheu. Tscheu La Ling. Ik… eh… Dus Martijn is er niet?’

‘Nee. Ik wou dat ik beter bericht voor je had, maar zo zit het precies. Heb je even een moment?’ Ik wacht zijn antwoord niet af en schakel het gesprek door naar mijn eigen toestel. Terwijl ik ga zitten roep ik Tscheus Wikipediapagina op. Het is jaren geleden dat ik iets nieuws over de voormalige vleugelspeler heb gehoord, maar misschien heb ik iets gemist. Het heeft er alle schijn van dat daar geen sprake van is.

‘Hoi Tscheu, ben ik weer. Wat kan ik voor je doen?’

‘Nou, moet je horen. Ik heb iets heel leuks voor jullie. Jullie zijn toch met een boek bezig?’

‘Ja dat klopt. Wil je vast een paar exemplaren reserveren?’

‘Eh… Nou, het gaat er eigenlijk om dat ik iets heb voor jullie boek. Superrevolutionair. Dat zoeken jullie toch? Ik hoor altijd zulke spectaculaire verhalen over jullie.’

‘Superrevolutionair is altijd goed, Tscheu. Voor de draad ermee!’

‘Goed. Komt-ie. Heb je pen en papier bij de hand?’

‘Altijd.’

‘Oké. Het zit dus zo, ik ben bezig met een stichting. Ik wil me namelijk gaan inzetten voor de jeugd in de steden. Al die arme jochies die nergens plek hebben om te voetballen. En meisjes, die ook. Ik wil overal ter wereld trapveldjes gaan openen, waar ze gratis heel de dag lekker kunnen ballen met z’n allen.’

Hij laat een stilte vallen. ‘Zeg nou zelf,’ zegt hij dan, ‘dat is toch echt iets voor in jullie boek?’

‘Een soort van Tscheu La Lingfoundation?’ vraag ik.

‘Nou, daar heb ik nog helemaal niet over nagedacht, over de naam, maar dat klinkt wel heel goed ja! Mag ik dat gebruiken?’

‘Van mij wel, Tscheu, maar ik ben bang dat iemand je al voor is geweest. Je kunt bijna nergens op aarde nog de stad in zonder over zulke trapveldjes te struikelen.’

‘O. Aha. Dus jullie gaan dat niet gebruiken voor jullie boek?’

‘Ik ben bang van niet, Tscheu.’

‘Is het iets voor op jullie website dan?’

‘Ook niet, Tscheu. Het spijt me.’

‘O. Ja ja. Oké, ik snap het. Ik snap je, man. Nou ja, volgende keer beter zullen we maar zeggen dan, hè?’

‘Volgende keer beter Tscheu. Leuk je gesproken te hebben.’

‘Dag Wim.’

Ik tap drie espresso’s in een mok en denk nog even na over het gesprek. Het is lang geleden dat ik iemand zo diep teleurgesteld heb horen klinken. Maar goed, wat had hij dan gedacht, dat heel Team Edgar bovenop zoiets zou springen? Terwijl ik terugloop met mijn koffie gaat Negs telefoon weer. Dit keer schakel ik ‘m eerst door en neem dan pas op.

‘Hoi Jim, Tscheu hier, nog een keer.’

‘Tim. Het is Tim, Tscheu. Net als Tscheu, dat begint ook met een t.’

O, sorry-sorry-sorry. Tim. Haha, natuurlijk, wat stom van mij.’

‘Geeft niks, Tscheu. Zeg het eens.’

‘Ja, zie je, ik was daarnet nog wat vergeten. Ik heb namelijk echt iets voor dat boek van jullie. Hou je vast. Dit is zo superrevolutionair, daar is Che Guevara niks bij. Kijk, het voetbal zit natuurlijk al sinds de jarentachtig in een sleur. De sport heeft een nieuwe impuls nodig. Nu wil ik dus bij de FIFA gaan bepleiten dat er wat aan het veld moet gebeuren. De middencirkel moet met vier meter omhoog. Zodat je een mooie heuvel krijgt waar de verdedigers tegenop moeten spelen en de aanvallers vanaf kunnen denderen. Net als vroeger bij al die veldslagen, weet je wel?’

‘Oké, ik probeer he me voor te stellen. Als ik je goed begrijp kunnen bijvoorbeeld de keepers elkaar dan de hele wedstrijd niet zien?’

‘Eh… Ja, dat zou wel een van de consequenties zijn. Gaaf hè? Kijk, daarom bel ik jullie en niet zeg maar een Voetbal International of zo. Jullie begrijpen ingewikkelde dingen.’

‘Revolutionair is het zeker, Tscheu, maar ik denk toch niet dat het echt iets is voor ons boek.’

‘Niet? Ook niet voor de website?’

‘Ook niet voor de website.’

‘Tjemig. Jullie leggen de lat wel hoog, hè?’

‘Ach, het is net wat je zegt. Wij zijn Voetbal International niet.’

Als hij heeft neergelegd heb ik toch met de man te doen. Ik tap nog een mok vol espresso en zet me met enige moeite aan een stuk over Berghwijn dat vanmiddag af moet. Tscheu belt nog twee keer, maar ik kan het niet over mijn hart verkrijgen hem nog eens af te wijzen, dus ik neem niet op.

 

Om halfvijf stommelt Neg binnen. ‘Notten! Ouwe fortbewaarder! Alles goed hier? Weet je wat mij net overkwam? Ik werd in de trein gebeld door Tscheu La Ling. Ja, haha, echt. Had een fantastische primeur voor ons, zei hij. Hij zou naar Barcelona gaan en daar moesten wij bijzijn, want het zou enorm spectaculair worden.’ Hij slaat me op mijn schouder. ‘Hoe vind je die dan?’

‘Ik vind het sneu,’ antwoord ik.

‘Sneu? Hoezo dat dan?’

‘Hij heeft vandaag al vier keer gebeld. Met de wildste dingen. Die man zit in een of andere afschuwelijke crisis volgens mij.’

‘O! O. Nou, dat zou wel wat verklaren.’

‘Wat dan?’

‘Nou ja, ik vroeg natuurlijk door. Wat er zo spectaculair aan was, behalve dat hij veertig jaar te oud is voor Barca. En toen zei hij dat hij niet zómaar naar Barcelona zou gaan, maar op het dak van een Boeing. Ik dacht: hier haalt iemand een geintje met me uit. Ik ben in elk geval hard gaan lachen en heb toen opgehangen.’

‘Een geintje? Sjezus, zou het? Dan ben ik er wel heel erg ingestonken.’

‘Hahaha!’ Neg ramt me opnieuw op mijn schouder. ‘Dat heb je dan vast dik verdiend, ouwe struikrover!’

Ik lach schaapachtig mee en merk dat ik me gek genoeg opgelucht voel als ik terugloop naar mijn plek om de telefoon op te nemen. ‘Redactie Team Edgar, met Tim?’

‘Spreek ik met Edgar? Mooi. Schiphol, hier. Wij hebben een probleempje. Er hangt hier een verwarde man aan een Ryan Airtoestel. Hij houdt de hele vlucht naar Barcelona op en hij weigert van het toestel af te komen. Hij zegt dat hij een afspraak heeft met jullie en dat jullie hier elk moment kunnen zijn. Kunt u mij uitleggen wat er aan de hand is?’

Ik kijk naar Neg. Die haalt zijn schouders op.

‘Mijnheer Edgar?’ dringt Schiphol aan.

‘Ja, sorry, ik ben er nog. Eh… Misschien kunt u tegen de verwarde man zeggen dat we hem graag willen interviewen voor ons boek.’

Neg beweegt wild met zijn armen en schudt van nee.

‘Maar dan moet hij wel nu komen,’ zeg ik. ‘Zegt u dat maar.’

Schiphol bedankt me vriendelijk en ik hang op.

‘Hoe kun je dat nou beloven?!’ buldert Neg.

‘Ja, hoor eens! Wat moest ik anders?’

‘Ja, eh… Geen idee, om eerlijk te zijn. Weet je wat, misschien moesten we deze week maar eens bijtijds beginnen met de vrijdagmiddagborrel. Whisky?’