'Haben Sie eine Stunde?'
- Leo Beenhakker

De storm van Dennis Bergkamp

Donderdag 21 december is de dag van de val van Marcel Keizer en Hennie Spijkerman. Maar vooral van die van Dennis Bergkamp. Lucas de Waard schreef een grimmige liturgie.


Ergens in de kille winterwind galmt soms, als je goed luistert, de stem van Jack van Gelder na. De storm giert langs de hoeken van je huis, doet de luiken klapperen, en in het hart van die storm hoor je het, als je je oren spitst en je overgeeft aan de luchtstromen van het verleden: ‘Dennis Bergkamp! Dennis Bergkamp! Dennis Bergkamp!’ En wie zijn ogen dan tot spleetjes knijpt ziet tussen de sneeuwvlokken, de regendruppels, de rondvliegende bladeren door een voetballer. Hij danst. Hij draait. Hij caramboleert. Hij is de sierlijkste speler die je ooit hebt gezien. Dan neemt de storm het weer over en is hij weg. Het is weer gewoon 2017, 21 december, en kutweer. En via teletekst heb je zojuist vernomen dat Ajax Marcel Keizer, Hennie Spijkerman en Dennis Bergkamp op de keien heeft gesmeten.

Dennis Bergkamp. Dennis Bergkamp.

Ergens onderin een verhuisdoos heb ik een DVD liggen. De 100 mooiste goals van Dennis Bergkamp. Nummer honderd is al van een onwaarschijnlijke schoonheid. Dan heb je er nog negenennegentig te gaan. De blonde, zwijgzame danser maakte het meest bezongen doelpunt voor het Nederlands elftal aller tijden. Hij veranderde de clubcultuur bij Arsenal (van saai naar oogstrelend voetbal) en werd geëerd met een van de raarste standbeelden ooit. Bergkamp was een halfgod. Een opperwezen. In het lichaam van een bedremmelde kaasboer. Daarom was hij precies het soort held dat Nederland graag heeft.

De halfgod beëindigde zijn actieve loopbaan, want aan alles komt een eind. Hij werd assistent-trainer bij Ajax. Tevens nam hij plaats in het technisch hart. Die term alleen al zou argwaan moeten wekken. Een hart is niet technisch. Een hart is leven, liefde; het midden van alles dat belangrijk is. Het loopt op bloed, niet op diesel. Dennis Bergkamp besliste als lid van dat technisch hart over zijn eigen positie. Zo kon hij, bijvoorbeeld, zijn eigen positie behouden toen hij ruzie kreeg met de trainer die zojuist Ajax naar een Europacupfinale had gebracht. De trainer moest weg. Als opvolger wist Bergkamp nog wel iemand. Zijn allerminst gepokt en nog minder gemazelde vriend Marcel Keizer werd naar voren geschoven. Ineens vroegen we ons af: hebben we het al die tijd verkeerd gezien? Dachten we bescheidenheid te zien waar het doortraptheid betrof? Bergkamp sloeg uitwedstrijden over. Hield hij niet van. Zijn vriend Keizer maakte er met het eerste elftal een onnavolgbare puinhoop van, en toen uiteindelijk, vlak voor kerst, de situatie onhoudbaar bleek, kon Bergkamp eindelijk zijn eigen positie niet meer redden.

Voor de buitenwacht was hij al geruime tijd geleden met veel kabaal van zijn voetstuk gelazerd. Nu kon ook de binnenwacht er niet meer omheen.

Soms zou je willen dat helden wat vaker sterven in het harnas. Either you die a hero, or you live long enough to see yourself become the villain*. Dennis Bergkamp is definitief niet die man meer die ons deed knipperen met onze ogen omdat we niet geloofden wat we zagen. Niet meer de danser met een bal. Hij is voorbij.

Maar wie de kerstgedachte in zichzelf aanspreekt en zijn ogen sluit, hoort het nog. Héél in de verte, tussen onbarmhartig fluitende windvlagen door. Die hysterische, schorre stem van Jack van Gelder, joelend om het meest bizarre doelpunt dat hij ooit gezien heeft. “Dennis Bergkamp! Dennis Bergkamp!”

…. Dennis Bergkamp.

 

*uit: “The Dark Knight”