'Haben Sie eine Stunde?'
- Leo Beenhakker

De maatschappelijke stage van Ronaldo bij Fiat

Na lang beraad hebben de vakbonden samen met FIAT besloten dat de transfer van Cristiano Ronaldo naar Juventus tóch door mag gaan – onder voorwaarde dat CR7 deze zomer een maatschappelijke stage gaat lopen in de autofabriek. Martijn Neggers schreef erover.

Door , in categorie: De wisselbeker van Neggers en De Waard op . Tags: , ,

I
Ochtend. Half acht. Gianluca ‘zeg maar Coco’ Mostrelli, een wat lijvige puntlasser van een achterin de vijftig, leidt Ronaldo rond door het stukje van de fabriek waar de Juventusvedette zijn stage zal lopen. Coco is een beetje zenuwachtig. Hij zweet, en hoewel hij eigenlijk alle dagen zweet, hier, in de fabriek, is dit geen zweet van inspanning en van de hitte van zijn puntlasmachine, maar van jongensachtige zenuwen.

‘Well, signore Ronaldo,’ begint Coco in gebrekkig Engels, ‘hier is de deurplatenhal. Hier lassen we de twee stukken deurplaten op elkaar.’

‘Oké’, glimlacht Ronaldo en hij pakt even Coco’s schouder vast. Ronaldo kijkt om zich heen. De wat vettige, rokerige lucht in de fabriekshal is niet top voor zijn longen. Hij kucht een keer. Meteen kijkt Coco bezorgd op.

‘Scusiamo, signore Ronaldo’, verontschuldigt hij zich namens Fiat. Ronaldo knikt. Coco gebaart hem dat ze door moeten lopen.

‘Nou, die gozer daar, met die kale kop, dat is Luca, maar we noemen hem hier Babyboy.’

‘Babyboy?’

‘Omdat ie een kale kop heeft’, lacht Coco. Ronaldo snapt het grapje niet, maar probeert mee te lachen. En die kleine dikke, daar, dat is Luigi.’

Ronaldo knikt. Dan kijkt Luigi op van zijn werkzaamheden en wisselt één blik met de beste voetballer van de wereld. Dan draait hij zich weer om.

‘Luigi is misschien wel de beste buizenfitter van Turijn’, mompelt Coco trots.

‘Oké’, mompelt Ronaldo afwezig. Even zijn ze allebei stil, de superster en de puntlasser. Dan kucht Ronaldo nog een keer. ‘De ondergrond hier is niet supergoed voor mijn gewrichten’ verzucht hij.

‘Scusiamo’, antwoordt Coco zachtjes. Dan lopen ze samen naar de puntlasmachine. De rest van de ochtend last Coco deurplaten. Ze praten niet. Ze lachen niet. Coco last, Ronaldo kijkt. Terwijl hij het ene fiatportier na het andere voorbij ziet komen, denkt Ronaldo aan zijn laatste Champions Leaguefinale. Daarna denkt hij aan zijn standbeeld, in Portugal. Terwijl Coco zijn honderdveertiende laspunt zet, voelt Ronaldo aan zijn eigen kin. Eigenlijk zou hij zich even snel ergens moeten scheren.

II
Om klokslag twaalf uur gaat er een zoemer in de Turijnse fabriekshal.

‘Pranzo!’, roept Babyboy Luca.

‘Mangiamo, mangiamo!’ antwoordt Luigi, van achter zijn buizenstelling. Dan draait hij zich om, en kijkt hij recht in de ogen van Ronaldo, die opschrikt uit zijn overpeinzing. Luigi’s gezicht vertrekt. Hij was de aanwezigheid van de Portugese superster alweer vergeten – eigenlijk best wel fijn. Dan draait Coco zich om naar Cristiano Ronaldo. Terwijl hij zijn werkhandschoenen uittrekt, verontschuldigt hij zich voor het gedrag van zijn collega.

‘Neem het Luigi niet kwalijk. Hij is twee maanden geleden getrouwd, en zijn vrouw wilde heel graag op huwelijksreis, maar ja.’

‘Maar ja?’, probeert Ronaldo zo empathisch mogelijk door te vragen.

‘Nou ja, dat ging dus niet.’

‘Waar wilde hij heen dan?’

‘Cagliari.’

‘Maar dat is hier een halfuur vliegen vandaan.’

‘Ja, precies.’ Even weet Coco niet zo goed wat hij moet zeggen. Ronaldo gaat met zijn hand door zijn haar.

‘De vettige lucht hier in de fabriek is niet al te best voor je haren, hè?’ probeert Ronaldo de boel luchtig te houden. Dan kijkt hij naar Coco’s wat piekerige, plakkerige kapsel.

‘Klopt’, antwoordt Coco. ‘Maar het went.’

‘Ik heb het gevoel dat ik hier al een eeuwigheid ben’, verzucht de superster.

‘Ja’, glimlacht Coco, als een boer met kiespijn.

III
Babyboy, Coco en Luigi eten hun brood op een klein binnenplaatsje, net buiten de fabriekshal waar ze werken. Ronaldo eet een salade, want zijn lichaam is belangrijk, en je bent wat je eet. Om hen heen gaan de machines door. Ronaldo luistert naar het gedreun, het gepuf en het gepiep van stalen armen en grijpklauwen. Dan zucht Babyboy een keer.

‘Die machines hebben nooit pauze.’

‘Die machines willen nooit op huwelijksreis’, mompelt Luigi.

Weer zwijgt iedereen. Coco eet een stuk brood met salami. Een klein beetje zenuwachtig legt hij aan Ronaldo uit dat zijn zwager worsten maakt, hier niet ver van Turijn, op het platteland.

‘Hij houdt ook varkens’, legt Coco uit. ‘In het begin had hij er drie tegelijk, maar de laatste jaren wil iedereen zijn worsten.’

‘Oh?’

‘Zeker. Hij is flink aan het uitbreiden. Ik heb nog nooit zoveel varkens tegelijk gezien.’

‘Ga daar dan werken’, moppert Luigi.

‘Misschien, ooit. Maar ik kan niet weg uit Turijn. Vanwege de kinderen.’

‘Coco is gescheiden, vier jaar geleden’, legt Babyboy uit aan Ronaldo.

‘Moest je dat nou zeggen?’

‘Zijn ex is er vandoor met een Zwitser. Mag jij raden wie er mag blijven betalen.’

‘Luca, alsjeblieft.’

‘Een paar keer per maand mag hij zijn kinderen zien’, gaat Babyboy onverstoorbaar door. ‘Maar dan moet hij wel in Turijn blijven wonen, want ze wil niet dat de kinderen aan een andere omgeving moeten wennen, en Trenitalia is ook niet meer wat het geweest is.’

Weer valt het gesprek stil. Er komt een vorkheftruck voorbij rijden, bestuurd door een jongen van zeventien in een Juventusshirtje. Ronaldo zwaait naar hem, maar de jongen reageert niet. Dan verzamelt Luigi eindelijk zijn moed.

‘Wat ga je nou eigenlijk precies verdienen, daar?’, bijt hij Ronaldo toe.

‘Ik ehh, nouja, ehh,’

‘Luigi!’ vermaant Coco zijn collega. Ronaldo veegt zijn voorhoofd af. Zijn vies geworden hand trekt een grijze streep.

‘Ik ehh, nouja,’ hakkelt Ronaldo verder. ‘Wat bedoel je? Per jaar? Per maand?’

‘Per maand.’

‘Ongeveer 2,5.’

‘2,5 wát?’

‘Miljoen’, mompelt Ronaldo zachtjes.

‘Ik versta je niet, sorry, wat harder alsjeblieft.’

‘Luigi!’, sputtert Coco tegen.

‘Nee, Coco, nu niet; ik wil het hem hard en duidelijk horen zeggen. 2,5 wát, Cristiano?’

‘Luigi, kom op…’ wordt nu ook de vedette van Juventus boos, maar Luigi houdt voet bij stuk.

‘2,5 wát!? Ik! Versta! Je! Niet!’

‘MILJOEN, LUIGI! IK GA TWEE-EN-EEN-HALF MILJOEN VERDIENEN! NOU BLIJ?!’

Terwijl Ronaldo voor de tweede keer Miljoen roept, slaat zijn stem een beetje over, vanwege de lucht waar hij al de hele ochtend in staat. Ronaldo zit erdoorheen. Het is te veel. Het is gewoon te veel voor een mens. Hij staat op en loopt weg. De binnenplaats af. De hal door. De fabriek uit. Zijn jas hangt nog altijd aan de stoel naast de puntlasmachine. Die laat hij hangen. Hij koopt wel een nieuwe. Onder geen voorwaarde zet hij nog een stap in die hal.

IV
Half acht in de avond. Uitgeput ligt Ronaldo op de bank in zijn nieuwe apartement in een rustige buitenwijk van Turijn. Net als Badr even staat te douchen, komt er een een berichtje binnen. Een appje van Marchionne, de topman van Fiat.

‘Ha, CR, ik hoorde dat het nog niet top gegaan was, vandaag. Kan gebeuren, stelletje lamzakken denken niet verder dan hun eigen probleempjes – maar onder de streep kunnen ze er zelf geen klote van.’

Ronaldo haalt een keer diep adem. Eindelijk iemand die hem begrijpt. Dan verschijnt er bovenin zijn whatsappschermpje weer een bericht: Marchionne is aan het typen.
Nieuw bericht.

‘Morgen begin je om half acht in Melfi. Je loopt de hele dag mee bij de lakstraat. Ik ben er ook niet blij mee, maar de vakbond heeft me in de tang. Nog twee weken. Je bent er bijna.’

Zachtjes begint Cristiano Ronaldo te huilen.