'Haben Sie eine Stunde?'
- Leo Beenhakker

De furie van Sjaak Swart

Sjaak Swart verwerkt het voetbalweekend, en dat gaat hem niet makkelijk af. Een verhaal van Lucas de Waard, over woede, chocopops en Prince.

Door , in categorie: Satire Verhaal op . Tags: , , , ,


‘Gowferdowwe’, zegt Sjaak Swart als hij met zijn sokken in een plasje water gaat staan. Hij haalt zijn tandenborstel uit zijn mond en smijt hem in de wasbak.

‘Wat zeg je, schatje?’, murmelt Andrea vanuit de slaapkamer. Ze heeft haar slaapmaskertje nog op.

‘Niks, pop!’, roept Sjaak terug. Hij wurmt, zittend op de badrand, zijn natte sok uit en propt hem in de wasmand. Even twijfelt hij. Moet hij nu één schone sok pakken of een nieuw paar? Zijn andere sok is niet nat. Die is nog prima in orde, die sok. Maar ja, als hij nu één sok van een schoon paar pakt, slingert er een losse sok door de kledingkast. Heel het sokkensysteem door de war. Chagrijnig trekt hij zijn andere sok uit, gooit hem bij de was, en loopt terug de slaapkamer in.

‘Kutfeyenoord’, mompelt hij.

 

Aan de ontbijttafel luistert Sjaak naar de radio, terwijl hij chocopops in een kom giet. Hij hoort niet echt wat er gezegd wordt. Het gaat over het concert van een of andere rapper, die nu vergeleken wordt met Prince, of zoiets. Het kan hem niet boeien. Sjaak had met Prince al niet veel op. Nichterig gepiep. Geen muziek voor mannen. De poes van Gerben van de klaverjasclub, waar hij een weekje op past, springt op tafel en kijkt hem vragend aan.

‘Ze deden er niks aan, poes’, zegt Sjaak, die niet meer precies weet hoe de poes heet. ‘Ze lieten het gewoon lopen, die kakkerlakken.’

De poes miauwt. Sjaak knikt.

‘En nu doet iedereen alsof dat klere-PSV zo’n goed elftal heeft! Nou, ik kan je vertellen, die verdedigers zien het verschil nog niet tussen een bal en een bord poffertjes! En maar punten pakken!’  Sjaak zwaait met zijn armen. De chocopops vliegen door de lucht. ‘Kut!’, schreeuwt Sjaak. ‘Kut-chocopops! Kut-PSV!’

De poes rent naar de achterdeur in de hoop daar een kattenluik te vinden. Maar dat is er niet.

 

Lusteloos duwt Sjaak zijn supermarktkarretje langs de chips-schappen. Waarom zijn er tegenwoordig zoveel smaken chips? Zeven meter gefrituurde aardappelschijfjes met verschillende namen en kleurtjes; wat heeft een mens daar nou aan? Sjaak kan zich de tijd nog goed herinneren dat je met z’n drieën één rauwe aardappel at, en dat je zat te genieten nondeju, maar tegenwoordig… Paprikachips, kaaschips, ketchupchips, bolognesewokkels; de wereld is gek geworden.

‘Kunt u het vinden, mister Ajax?’, vraagt een vakkenvuller met hanenkam. Hij ziet eruit als een verdrietige kip, vindt Sjaak, maar hij probeert vriendelijk te lachen.

‘Ik zoek de parelcouscous’, zegt hij. De vakkenvuller kijkt schuldbewust naar zijn schoenen.

‘Die hebben we niet meer’, zegt hij. ‘Die is uit het assortiment gehaald.’

Slaak klemt zijn vingers om de stang van zijn karretje.

‘Boekeltje…’, sist hij voor zich uit. In zijn nek verschijnen wat rode vlekken. ‘Boekeltje moest een penalty geven, verdomme…’

‘Wat zegt u, mister Ajax?’, vraagt de kip. Sjaak schudt zijn hoofd.

‘Boekeltje ziet het zogenaamd niet.’ Hij vervolgt tandenknarsend zijn weg langs de chipsmuur. Er lijkt geen einde aan te komen.

 

Op de parkeerplaats wordt Sjaak aangeschoten door een man met een Ajaxsjaal.  ‘Mag ik een selfie?’

Sjaak forceert een grijns op zijn gezicht. De man slaat zijn arm om Sjaak heen, houdt zijn telefoon voor zich uit en drukt af.

‘Dankuwel meneer Swart’, zegt hij blij, en daarna brult hij: ‘Kampioeneh!’

Sjaak voelt een koudefront door zijn lijf trekken. Hij pakt de man bij zijn mouw en kijkt hem aan. ‘Wat zei je daar?’

‘Kampioeneh, meneer’, stamelt de man. Sjaak grijpt zijn kraag beet en schudt hem door elkaar.

‘Niet dus! Geen kampioeneh! Niks nooit geen kampioen! Omdat Feyenoord! En Boekeltje! Fucking Boekeltje!’ Hij smijt de man op de grond en begint boodschappen naar hem te gooien. De man krult zich op als een egel en laat het over zich heenkomen. Een verpakte broccoli, twee dozen chocopops, een pak karnemelk en een kilo vissticks verder stapt Sjaak in zijn auto en rijdt achteruit over de man heen. Met piepende banden verlaat hij het parkeerterrein. Pas bij het zevende stoplicht wat hij tegenkomt verdwijnen de rode vlekjes uit zijn gezichtsveld en weet hij zijn ademhaling te vertragen. Zwetend kijkt hij naar de overstekende voetgangers. Langzaam keert hij terug in zijn eigen lijf. Om zichzelf wat op te vrolijken zet hij de radio aan. Een man met hoge stem zingt: ‘Why do we scream at each other?’ Het is Prince. Sjaak bet zijn voorhoofd met een zakdoek. Voor hem schuifelen de voetgangers over het zebrapad, hoofd naar beneden, blik op de telefoon gericht. ‘This is what it sounds like,’ vervolgt Prince, ‘when doves cry.’ En hoewel Sjaak nog nooit een duif heeft zien huilen, vind hij het eigenlijk best een lekker liedje. Zo zie je maar, denkt hij terwijl het licht op groen springt en hij zachtjes gas geeft, dat ik op mijn oude dag toch een stuk milder geworden ben.