'Haben Sie eine Stunde?'
- Leo Beenhakker

Breekbaar en vastberaden, als Gandhi

Op de laatste zaterdag van dit jaar werd de as van veteraan Ger uitgestrooid.

Door , in categorie: Column op .

De as was al uitgestrooid toen ik de kantine binnenkwam met de grootste pan die achterin de keuken te vinden is. Erwtensoep? vroeg een van de veteranen. Maar er zat niks in de pan. Het leek eerder een enorme urn. De oude vrienden zaten om de ronde tafel, hun vriend Ger had een plekje gekregen voor het clubhuis, bij een boom.

Ik miste de ceremonie omdat ik op die zaterdag alleen met mijn jongste zoon thuis was en die jongen slaapt aan het begin van de middag. Ik wachtte tot hij tegen drie uur genoeg geslapen had, maakte hem wakker en zei: We gaan fietsen en we nemen de pan mee. In de pan had ik ruim tien kilo paella gemaakt, voor kerst. Zo’n grote pan heb ik zelf niet dus toen ik die week ervoor de pan zag staan in het keukentje vroeg ik aan barman Ed of hij die pan soms nodig had. Hij niet, ik wel. Dus ik zette de pan op het rekje voorop mijn fiets, net als nu, met mijn zoontje in het zitje daarboven.

Die jongen moest even wennen, aan de drukte, aan het geluid, aan al die vriendelijke ooms die hem frietjes en chips gaven. Op een van de tafels lag een stapel kranten. De as van Ger werd uitgestrooid, dat stond op vrijdag al in de Volkskrant, en zaterdag gebeurde het echt. Nieuws dat nog moest gebeuren.

Op weg naar de club liet ik mijn jongste zoon het standbeeld van Ghandi zien, op de Chruchilllaan. Oude man, mager, broos, hij loopt met een stok en draagt een soort doek. Breekbaar. Maar ook vastberaden. Ik zei tegen mijn zoon: Straks kom je bij de veteranen en sommige van die mannen lopen ook zo, ze hebben kunstheupen, rotte knieën net als papa maar ze zijn er altijd, voor het voetballen maar vooral voor elkaar, en daarom gaan wij daar nu ook naartoe. We moeten daar naartoe. Vastberaden.

Mijn zoon wees naar Ghandi en even later in de kantine wees hij de medaille van mijn vastelaovesvriend aan, wees hij de schaal friet aan, wees hij biertjes aan. Met blonde charme. De veteranen herkenden de charme van die jongen. Het was alsof ze in de spiegel keken. Zo’n klein jong ventje dat alles aanwijst en zegt: Ooo.

Die alles mooi vindt en verwonderd is. Dat hebben onze oudste veteranen ook. Daar moet je oud voor worden, ervaring opbouwen, wijsheid in je lijf opslaan. Een van de veteranen knikte mijn zoon toe. Goed zo jongen. Maar hij dacht aan zijn oude vriend Gerrie wiens as nu buiten bij de boom ligt.

De dood bestaat niet bij deze voetbalclub. Het leven, dat ligt er bij deze voetbalclub altijd.






Edgars leesadvies