'Haben Sie eine Stunde?'
- Leo Beenhakker

Billie Simpson en de roedel

Poor Billie Simpson had geen beste avond tegen de Oranjeleeuwinnen. Met een penalty vanwege hands en een kopbal langs haar goalie tekende ze voor twee tegendoelpunten. Op het moment dat ze denkt dat het allemaal niet erger kan is daar Valerio, de geheimzinnige redder in nood die haar leven voorgoed zal veranderen.

Door , in categorie: Column Satire Verhaal op . Tags: , , , ,

Ze staat wat achteraf, terwijl de rest van haar team niet kan wachten tot de bus arriveert. Billie Simpson heet ze, en ik voel haar pijn. Natuurlijk, dit is niet haar beste avond – ze heeft gelukkigere momenten gekend – maar ze staat niet voor niets apart. Ik weet dat ik haar kan helpen, maar aarzel nog of ze er al aan toe is.

De meeste handtekeningenjagers slaan de Noord-Ierse ploeg over. Alleen Kirsty McGuinness kan zich verheugen in wat aandacht van meisjes die aan de hand van hun vaders en moeders zijn toegestroomd om het Nederlands elftal met 7 – 0 te zien winnen voor een publiek van meer dan dertigduizend man. Terwijl Kirsty naarstig krabbelt op foto’s, T-Shirts en wedstrijdprogramma’s, doet Billie nog een paar stappen terug, tot ze in de schaduw staat van een overhangende klimop.

Vanachter het stadion zie ik de touringcar naderen die het Noord-Ierse Team in mineur naar huis zal brengen. Het hele team, behalve Billie. Ik trek mijn kraag omhoog, de rand van mijn hoed tegen mijn spiegelbril en stap uit de rij toeschouwers. Met enkele ferme passen sta ik voor haar, de onfortuinlijkste verdedigster sinds mensenheugenis.

Come with me, Billie,’ roep ik boven het rumoer uit in haar oor. ‘Jij hoort hier niet.’

Billie knikt. ‘Oké,’ roept ze.

Ze legt haar hand in de mijne, precies op het moment dat de spelersbus ons aan het zicht van het publiek onttrekt. Het volgende moment zitten we in de kroeg.

What kinda place is this?’ wil ze weten.

Just a pub.’ Mensen draaien zich naar ons toe. Ze kijken naar Billie in haar Noord-Ierse trainingspak. Naar haar smalle gezicht, bleek en kwetsbaar alsof het is behandeld met waterstofperoxide. Twee mannen wijzen, een vrouw begint te lachen. Ik kijk hen aan, ze schudden verward hun hoofd en bemoeien zich weer met elkaar. Behalve de barman, die zich haast om twee pullen Guinness voor ons neer te zetten.

‘Wat voor pub?’

‘Gewoon een pub, Billie. Een pub waar niemand heeft gezien hoe je vanavond hands maakte. Een strafschop veroorzaakte. Met een kopbal je eigen keepster passeerde.’

Ze knijpt met haar ogen. Er verschijnt een rimpel tussen haar wenkbrauwen. ‘Zullen we ergens gaan zitten?’ vraagt ze. Haar stem klinkt gesmoord. ‘Een beetje uit het zicht, alsjeblieft?’

Een stel achterin de zaak maakt terstond plaats voor ons. Billie gaat zitten. Zegt dat dit de vreselijkste avond van haar leven is. ‘And that is including everything my father used to call me,’ voegt ze eraan toe.

Met de rug van mijn hand veeg ik een lok haar uit haar gezicht, achter haar oor.

‘Ik weet het, meisje. Het is niet eerlijk.’

Ze kijkt naar me op met grote, grijsblauwe ogen. Ze draagt geen make-up. Op foto’s van haar nationale elftal is ze vaak nauwelijks waar te nemen. Deze vrouw heeft het zeldzame vermogen om negentig minuten op tv te zijn, op te treden voor meer dan dertigduizend man, zonder dat iemand ooit op het idee komt een Wikipediapagina aan haar te wijden. Ze is gek op de bal, maar voetbal is niets voor haar.

Ze pruilt. ‘Ik durf niet meer terug naar huis. Ik kan niet meer terug naar huis.’ Ze drinkt haar pul in een teug leeg.

‘Beter?’

Ze knikt.

‘Nog eentje?’

‘Ja graag.’

De barman zet subiet een tweede pul voor haar neer. Hij knikt naar me, als een man die niet begrijpt hoe hij hier zo plots aan ons tafeltje is terechtgekomen, met een pul bier op een dienblad.

Zeg…’ Ze kijkt me aan. Ik glimlach naar haar en bedenk me dat ik Valerio wel een leuke naam vind.

‘Valerio,’ zegt ze, ‘kan ik niet een paar dagen bij jou blijven?’ Ze neemt een slok van haar bier.

‘Natuurlijk,’ zeg ik. ‘Mi casa su casa, my dear.

Ze lacht, opgelucht. Witte tanden en mooi roze tandvlees. Ze zet de pul aan haar lippen en drinkt wat rest van haar bier achter elkaar op. Net iets te hard zet ze de pul op tafel. ‘O! Sorry,’ giechelt ze. Ze knijpt in mijn duim en zegt dat ze naar de wc moet. Als ze terugkomt wankelt ze op haar benen en valt in mijn armen.

 

Voorzichtig leg ik haar op bed in mijn gastenverblijf. Ze ruikt naar zweet en oude schaamte. Terwijl ik haar ontdoe van haar trainingsjack en broek mompelt ze wat over trots en schande. Ik stop haar in en wacht geduldig tot ze haar ogen opent.

‘Waar zijn we, Valerio?’

‘Je bent in mijn huis.’

Ze gaat rechtop zitten en kijkt om zich heen. ‘Sjezus. Is dit een huis? Het lijkt wel een paleis.’

‘Paleizen zijn ook huizen, maar dan met hogere stookkosten. Hoe voel je je?’

‘Veel beter nu.’ Ze kijkt naar haar blote armen en benen. ‘Wie heeft me uitgekleed? Jij?’

‘Ja. Ik hoop dat je me dat niet kwalijk neemt.’

Ze trekt haar hemdje strak. ‘Nee… Nee hoor.’ Weer kijkt ze om zich heen. ‘Wauw! Die honden! Zijn dat jouw honden?’

‘Ja. Houd je van honden?’

‘Ja! Superveel! Hoeveel zijn het er? En allemaal mijn lievelings! Dalmatiërs, teckels, herders, en die retrievers, ooo, wat zijn ze lief!’

Ik fluit op mijn vingers en de hele roedel komt aangedenderd. Een voor een springen de honden op het bed. Ze likken Billie van boven tot onder af. Ze kirt, ze gilt, ze aait, ze kraait en de honden kwispelen en bedelven haar onder hun warme, harige lijven. Ze laat zich languit achterovervallen, in de kussens.

‘Ik wou dat het leven altijd zo kon zijn,’ fluistert ze.

‘Dat weet ik,’ antwoord ik. ‘En dat kan ook.’

‘Echt?’

‘Hm-hm.’

‘O, echt! Ik wil niks liever!’

‘Goed dan. Ga liggen.’

Ze gooit het dekbed van zich af en sluit haar ogen. Ik glimlach, leg mijn hand op haar voorhoofd. Ze vertrouwt me, want ze weet dat ze hier hoort. Ik plaats mijn rechterhand over haar ogen terwijl mijn linkerhand van hoofd tot voeten over haar lichaam glijdt. Langzaam wordt haar huid rozer. Een glanzend, wit laagje dons wordt zichtbaar, met hier en daar een zwarte vlek. Haar neus groeit, tezamen met haar kaak en oren. Ik zie dat het pijn doet, maar ze blijft glimlachen. Als ze zich omdraait op vier poten heeft ze een mooie, volle vacht en zwiept haar staart tevoorschijn als een zweep.

‘Ga maar spelen, Billie,’ zeg ik tegen het kwispelende dier. En tegen de rest van de roedel: ‘Lief zijn voor haar! Altijd, lief zijn voor elkaar!’ Ik gooi een bal en de meute raast erachteraan, Billie luid blaffend voorop. Dan draai ik me om en ga de waterbakken verversen.