'Haben Sie eine Stunde?'
- Leo Beenhakker

Bekend van tv

Jean-Marie Pfaff is teleurgesteld in zijn carrière én zijn koffie.

Door , in categorie: Satire op . Tags: , ,

Een bericht dat is gedeeld door @yuzde51 op

Jean-Marie Pfaff had even niet opgelet, en pardoes gutste de donkerbruine koffie over het randje van het spierwitte kopje. Het was design, had de vrolijke winkelier met het ingewikkelde brilletje hem bezworen toen hij een half jaar eerder in het bescheiden centrum van Brasschaat op zoek was geweest naar een cadeautje voor zijn vrouw Carmen. “Dju”, mompelde hij. Liever dronk hij gewoon senseokoffie, maar de pads waren op, en nu Carmen er niet was moest hij zelf boodschappen doen. En eerlijkheid gebood te zeggen dat Jean-Marie al zo lang geen voet meer over de drempel van een Delhaize of Colruyt had gezet dat het idee met zo’n rammelend winkelwagentje langs de schappen te kletteren en dan een keuze te moeten maken tussen tientallen verschillende soorten koffiepads hem angst inboezemde. Carmen wist welke koffie hij lekker vond. Niet te sterk en met zo’n dun schuimlaagje erop dat net iets bitterder smaakte dan de koffie zelf. Als hij zelf pads moest gaan uitkiezen zou het vast en zeker drama en smerige koffie opleveren – alhoewel, nu was het ook chaos, met die enorme plens koffie op het aanrechtblad.

Jean-Maries keuken was er eentje van het soort dat ze in woonprogramma’s “modern klassiek” noemen. Een aanrechtblad van meters lang met gebroken-witte keukenkastjes met van die opstaande lijstjes die je ook in 19e-eeuwse herenhuizen aan de plafonds ziet hangen. De tegeltjes tegen de achterwand glanzen, en net naast de afzuigkap hangt een bordje van houten latjes waar in zwarte letters “Live, Laugh, Love” op is geschilderd. Carmen kocht het bij de Rivière Maison, een winkel waar Jean-Marie niet veel mee had, maar hij was de beroerdste niet: eens in de paar weken zette hij zijn vrouw af voor de dichtstbijzijnde vestiging en haalde haar een uurtje later weer op. Het aantal kleedjes, kussentjes en houten bordjes met spreuken in de witte bungalow was inmiddels ontelbaar.

De bungalow staat nu alweer acht jaar te koop op immoweb, waar consequent van een villa wordt gesproken. Natuurlijk is het witte bouwwerk strikt genomen een bungalow – het heeft maar één verdieping -, maar wanneer je ergens een paar miljoen voor wil vangen kun je het beste wat eufemismes gebruiken, zo had de makelaar hem geleerd. De eufemismes hadden nog niet geholpen: na twee jaar hadden ze de prijs al eens met een miljoen verlaagd, nog weer later was Jean-Marie schoorvoetend akkoord gegaan met nog een verlaging, dit keer tot onder de magische grens van één miljoen. En nu, na acht jaar, vroegen ze nog slechts zes ton voor het optrekje waar Jean-Marie zijn ziel en zaligheid in had gelegd. Hij snapte er niets van. Zes ton, dat betaalde je voor een aftands pandje in het centrum van Antwerpen, niet voor een majestueus paleis dat jarenlang wekelijks door miljoenen was gezien op televisie. Het bevestigde nog maar eens dat niemand hem serieus nam, zelfs de huizenmarkt niet.

Als Jean-Marie zich niet serieus genomen voelde – en dat was nogal eens – dan ging hij foeteren. Niemand kon zo goed klagen als Jean-Marie. Ooit deed hij dat voor de camera, steevast gehuld in een wit overhemd met de naam van een sponsor op het kraagje geborduurd. Inmiddels waren de cameramannen vertrokken uit zijn mansion en mopperde hij in zichzelf. Wanneer hij eenmaal begon, leek zijn leven binnen een paar onverstaanbare zinnen te veranderen in één grote teleurstelling. ‘Je hebt toch een prachtige carrière gehad als keeper?’ zeiden mensen vaak als hij in negativiteit verviel. Hij lachte het weg als een boer met kiespijn. Tuurlijk, prachtige tijden bij SK Beveren, een goede rit bij Bayern, maar laten we elkaar geen mietje noemen: Beveren was een veredelde amateurclub, en Bayern is geen Spanje. Later had hij met zijn reallifesoap miljoenen kijkers getrokken in binnen- en buitenland, maar in plaats van gezien te worden als een volwaardig tv-persoonlijkheid had hij het gevoel dat men hem zag als een soort clown, een figuur dat diende als volksvermaak, er werd gelachen om de namen van zijn kleinkinderen. En als je aan zijn kleinkinderen kwam, dan kwam je aan Jean-Marie. Keano, Liam, Kenji, Shania, Bruce: je bleef met je tengels van hen af. Het stak hem dat niemand hem en zijn familie ooit voor vol had aangezien. Wat heet: het maakte hem woest. Terwijl de koffie nog over de rand van het witte designkopje druppelt, zet hij de koffiekan met een klap terug op het aanrecht. Zes luttele tonnetjes voor zijn paleisje, zijn witgekalkte droomhuis, het was een loer die hij zich niet liet draaien. Na alle eerdere geintjes die het publiek met hem had uitgehaald was dit de druppel. Hij ging voor eens en altijd laten zien dat Jean-Marie Pfaff geen grap was. Geen clown. Geen Eddy Wally. De wereld zou hem nooit meer vergeten.

– wordt vervolgd –