'Haben Sie eine Stunde?'
- Leo Beenhakker

Bas Nijhuis en nooit meer kunstgras

Op een mooie zondagmiddag in Venlo was scheidsrechter Bas Nijhuis het opeens zat. Hij keurde het kunstgrasveld af. Hij was er klaar mee. Aan zijn lijf nooit meer polonaise.

Door , in categorie: Column Satire op . Tags: , , , ,

Vrijwel direct nadat Bas Nijhuis het pand van de KNVB had verlaten, stond er een vrolijk gestemde vent voor hem. Of nu ja, vrolijk…verander dat gerust in euforisch. Hij kende deze meneer niet, maar hij wist wel wat er ging komen. ‘Jezus man, Bas, topvent! Jij hebt gedaan wat die schijtlaarzen hierbinnen niet durven. Je bent voor het voetbal opgekomen, je bent een held!’. Bulderlachend liep de man verder, de draaideur door.

Ja, hij was de zoveelste die in de afgelopen drie dagen hem tot ‘held’ had uitgeroepen. Niet normaal wat hij allemaal aan steunbetuigingen had ontvangen sinds zondagmiddag: appjes, mailtjes, ouderwetse brieven en ansichtkaarten, slagroomtaarten, bloemen, liefdesverklaringen, gedichten…en okay, ook een paar doodsbedreigingen, maar daar was hij als scheidsrechter, hoe gek het ook klinkt, wel aan gewend. Het had hem in de ziel geraakt, de lof. Ook vrijwel alle tv-commentatoren hadden hem in een zeldzaam geval van eensgezindheid op het schild gehesen. Van VI via Rondo tot Studio Voetbal: Bas Nijhuis had in Venlo de kunstgrasmaffia onderuit de zak gegeven.

Dat mocht dan misschien allemaal zo zijn, maar na zijn gesprek bij de KNVB voelde Bas Nijhuis zich helemaal geen held. Hij was bijna geroyeerd door Dick van Egmond, die minkukel, die oempaloempa die zijn baantje alleen te danken had aan een gebrek aan iedere persoonlijkheid. Bas hoefde de komende maand niet op een wedstrijd te rekenen. Hij had zich als een ‘anarchist’ gedragen, hij had het blazoen van de KNVB besmeurd, de competitie in ‘gevaar’ (hij zei het echt) gebracht. Woedend waren ze, in Venlo. Hij mocht blij zijn als hij dit seizoen nog Tweede Divisie kon fluiten. Inderdaad, voornamelijk wedstrijden op kunstgras. Dat zou hem misschien wat minder noten op de zang geven. Ook Bas Nijhuis, nee, zéker Bas Nijhuis (zo sprak Van Egmond) was niet groter dan de bond, groter dan het voetbal.

In de auto terug naar Enschede dacht hij terug aan zondagmiddag. Hij realiseerde zich wat het moment was dat hij brak. Na zijn eigen warming-up keek hij nog wat naar de voetballers. Hij zag Oussama Assaidi een bal wegtrappen, en daarbij kwam voor de zoveelste keer een wolk aan rubberen korreltjes uit het veld tevoorschijn. Alsof er permanent een kolonie vliegende mieren huisde. Terwijl hij toekeek hoe Assaidi wat sprintjes trok, voelde hij zijn mond droog worden. Hij keek naar zijn handpalmen: nog voor de match was begonnen zaten die korreltjes al tegen zijn vel geplakt. Na de vorige keer in Venlo had hij thuis nóg een keer moeten douchen om die troep definitief van het lijf te krijgen.

Het was genoeg, besloot Bas. Hij floot. Hard. Omdat zoiets nooit gebeurd bij een warming-up, schrok iedereen zich een hoedje. Hij riep de coaches van beide ploegen bij zich, en de aanvoerders, plus zijn assistenten. ‘We spelen niet. Ik keur het veld af. Het is mooi geweest nu, ik ben er he-le-maal klaar mee.’ Daarna liep hij weg, onvermurwbaar. Er ontstond eerst een sfeer van ongeloof, daarna van lacherig ongeloof en toen van grote ophef. Twitter ontplofte. Hij kreeg Dick van Egmond aan de lijn, schuimbekkend. Hij dreigde zijn vierde man te sommeren te gaan fluiten, maar gelukkig steunde zijn team hem. Ook Gertjan Verbeek, nog maar net trainer van Twente, vond het een ‘klasse actie’. Aan de andere kant schoot Maurice Steijn uit zijn slof. Hij schold Bas de huid vol, wel een kwartier lang. Dat het een complot van Tukkers was, dat hij een debiel was, dat hij waarschijnlijk nooit meer zou fluiten en dat het sowieso zinloos was – de wedstijd zou gewoon met een andere scheids worden gefloten. Kon allemaal wel zijn, dacht Bas. Maar aan zijn lijf geen polonaise meer.

Terwijl hij zijn erf met de auto opdraaide, keek hij naar zijn dierenpark. De ezels en de varkens, de kippen en de waakhond, een exemplaar zo lief dat hij geen dief zou tegenhouden. Bas kon het hem niet kwalijk nemen. Hij dacht aan zijn bakkerijen en aan de geur van vers brood. Waarom deed hij dit nog? Waarom liet hij zich door Dick van Egmond de maat nemen? Hij keek op het scherm van zijn telefoon. Nog maar eens tientallen appjes: lof en uitnodigingen voor elke talkshow die er in Nederland gemaakt werd. Hij zou er niet op ingaan. Zijn statement was gemaakt.

Hoe het ook verder zou gaan – Bas Nijhuis wist een ding, of eigenlijk twee: hij zou nooit meer een wedstrijd op kunstgras fluiten, want hij ging stoppen. En hij wist zeker dat het tij zich nu zou gaan keren. Bas Nijhuis brak in Venlo: en met hem het kunstgras.