'Haben Sie eine Stunde?'
- Leo Beenhakker

Als Henk invalt, gebeurt er wat

Henk Veerman is de ultieme supersub. Maar zou de man-uit-Volendam niet beter gewoon eerste spits kunnen zijn, bij het kwakkelende Heerenveen? Gastschrijver Jeroen Demmendaal over een man met tijdloze jongensboekuitstraling.

Door , in categorie: Gastcolumns op . Tags: , , , , ,

Denkend aan Henk Veerman, zie ik weilanden en koeienvlaaien. Het is de wereld van Alfred Jodocus Kwak en Groot Waterland. Van de schippers van De Kameleon, Sietse en Hielke Klinkhamer, en de goedlachse boerenknecht Gerben Zonderland. Als ik Henk Veerman zie en hoor, begrijp ik bijna het navelstarende nationalisme van Pim, Geert, Joost en Thierry. Ik krijg bijna sympathie voor hun nostalgie naar een Nederland dat nooit bestaan heeft, de hunkering naar een land vol met Henken en Ingrids.

Natuurlijk, Veerman is – hoe kan het ook anders met die achternaam – een Volendammer in hart en nieren, maar mocht Henk geen Volendammer zijn, hij zou een geboren Fries zijn. Het is niet heel moeilijk voor te stellen dat Henk in zijn jeugd regelmatig een plaag was voor de lokale veldwachter, van het ene weiland naar het andere fierljepte en bijkluste bij de dorpssmid. Een uit de klei getrokken knul met een gouden hart. Of zoals C. Joh. Kievit het zou omschrijven: een bijzonder kind Griet, en dat is het.
Henk is geen product van een jeugdopleiding. Hij is niet van jongs af aan klaargestoomd voor een bestaan als profvoetballer. Tot aan het begin van dit decennium was Henk zondag- en zaterdagamateur in zijn geboortedorp, aanvankelijk als verdediger. Logisch: zoals een kort, licht ventje gemaakt is voor een loopbaan als jockey op de paardenrenbaan, zo is de boomlange Veerman op het eerste gezicht een gedroomde voorstopper en mandekker.

Zelfs toen hij de overstap had gemaakt naar de profs van FC Volendam, nu als midvoor, bleef Henk nog enige tijd werkzaam als schilder. Het ligt voor de hand dat Henk een succesvolle carrière opbouwde met de kwast: hij heeft geen trapje nodig om de laatste beetjes verf in een plafondhoek aan te brengen. Het is dat eerlijke, door hard werken gekenmerkte carrièreverloop dat ervoor zorgt dat Henk Veerman zo’n speciale verschijning is op de Nederlandse velden.

De Henk Veermannen van deze wereld zijn een uitstervend ras en een tegengif. Een tegengif voor het moderne Nederland en een tegengif voor het moderne voetbal. Henk Veerman ís die VOC-mentaliteit. Henk is overleven op scheepsbeschuit en de eeuwige strijd tegen scheurbuik. Een noeste werker die de waarden van de Republiek uitdraagt zonder franje.
Wanneer Henk zijn forse gestel weer eens lanceert en feilloos een indirecte vrije trap of een corner binnen kopt, of een bal vanaf de rand van de zestien hard tegen de touwen jaagt, blijft hij nuchter. Aan Henks lange lijf van 1 meter en 99 centimeter geen polonaise. Na het scoren gaat de arm even in de lucht, een wijsvinger wordt opgestoken naar niemand in het bijzonder en daarmee is het feest wel weer klaar.

Er is echter een probleem: zijn doelpunten vallen vrijwel altijd laat in een wedstrijd, omdat hij over het algemeen slechts een minuut of twintig mee mag doen. Bij FC Volendam scoorde Henk aan de lopende band als vaste spits; bij Heerenveen is hij een keer of vijf, zes per seizoen belangrijk als supersub wanneer eerste keus Reza Ghoochannejhad niet voldoet. Die dynamiek was de grote, vriendelijke reus deze zomer zat en er ontstonden kleine barstjes in zijn onverstoorbare houding. Henk wilde iedere wedstrijd spelen en er was interesse van andere clubs. “Ik zit in de bloei van mijn leven,” sprak Henk veelzeggend. Dat andere clubs hem wilden hebben lag voor de hand, vond hij: “Als ik inval gebeurt er wel wat.”

Laat het duidelijk zijn: ik zou Henk graag week in, week uit negentig minuten zien schitteren. Ik snap de frustratie van de niet spelende spits. Maar ik ben ook blij dat Heerenveen voet bij stuk hield en deze Ole Gunnar Solskjaer van de Lage Landen uiteindelijk niet heeft laten gaan. Immers, niemand is meer gemaakt om met Kroon Leverworst op zijn rug rond te lopen dan Henk Veerman.

Jeroen Demmendaal (1983) is schrijver en sportjournalist. De liefde dreef hem naar Göteborg, vanwaar hij desalniettemin zijn geliefde Telstar op de voet blijft volgen. Jeroen was ooit parlementair journalist voor NRC Handelsblad, schreef daarna voor de financiële sector en weet ook nog eens alles van autosport. Dat noemen wij een renaissancemens.






Edgars leesadvies