'Haben Sie eine Stunde?'
- Leo Beenhakker

Patiënt

We hebben het al een tijdje niet meer over de KNVB. Ik vermoed omdat het te pijnlijk is. Als iets heel veel pijn doet raak je er voor je eigen bestwil snel over uitgepraat. Verdriet slurpt energie. De KNVB is een beetje als een dierbare vriend die een ziekte heeft opgelopen waarvan we allemaal weten dat die hem van binnenuit demonteert.

Door , in categorie: Column op . Tags: , , ,

It’s a honour to work for the @officialknvb with #dickadvocaat

Een bericht gedeeld door Ruud Gullit (@ruudgullitofficial_) op

We hebben het al een tijdje niet meer over de KNVB. Ik vermoed omdat het te pijnlijk is. Als iets heel veel pijn doet raak je er voor je eigen bestwil snel over uitgepraat. Verdriet slurpt energie. De KNVB is een beetje als een dierbare vriend die een ziekte heeft opgelopen waarvan we allemaal weten dat die hem van binnenuit demonteert. We proberen zoveel mogelijk óm die ziekte heen te praten. Dat is voor de terminale vriend zelf ook het prettigst.

Ook in dit geval vermoed ik dat het de KNVB uitstekend bevalt, die beleefde stilte. Ze hoeven niet meer de hele tijd desgevraagd te ontkennen dat hun hele organisatie tot een smeulende puinzooi is verworden, en dat is vast fijn. Want ook dát lijkt me vermoeiend: ontkennen dat er iets aan de hand is, terwijl achter je een brandend huis staat te verzakken. Er zijn, voor de duidelijkheid, twee soorten mensen die in staat zijn met droge ogen te ontkennen dat er iets aan de hand is terwijl achter hen een brandend huis staat te verzakken: politici (die op deze site niks te zoeken hebben) en voetbalmensen. Ik zeg “voetbalmensen” omdat het strekt van speler, tot coach, tot directeur. Ze beheersen de kunst allemaal even feilloos. “Ik heb veel aanknopingspunten gezien”, na een hopeloze kutwedstrijd. “Ik loop niet weg voor mijn verantwoordelijkheden”, na een weggegooid seizoen. “Het heeft geen zin om naar het verleden te kijken”, als je net je hele technische staf ontslagen hebt.

De KNVB heeft het afgelopen jaar deze kunst tot in de ragfijne puntjes geperfectioneerd. Daarvoor werd de ideale frontman aangetrokken: Hans van Breukelen. Van Breukelen is een innemende persoon met een oprechte missie, maar wordt niet gehinderd door al teveel zelfkennis. Hij stortte zich als een schoonspringer in een leeg zwembad en bleef daar maandenlang, rollend in zijn eigen bloed, ontkennen dat er iets mis was. Prachtige sprong. Heerlijk water. Niks aan de hand. Deze onsmakelijke beeldmetafoor is vooral bedoeld om de ellenlange lijst aan miskleunen even over te slaan. Die herinnert u zich nog wel. En anders googelt u het maar. Ik blijf niet bezig.

Afijn, voor de komst van Van Breukelen was het al een organisatorische puinhoop bij de KNVB. We waren een constructie ingemoffeld met twee coaches in successie waar niemand op zat te wachten, en derhalve mochten we niet naar het EK. De bodem leek bereikt, maar in de korte periode dat Van Breukelen er de scepter zwaaide wist hij van een overzichtelijk debacle een regelrechte ramp te maken. En dat alles met een stalen gezicht en een boel lulverhalen over beleid en filosofie. En daarom praatten we afgelopen jaar vrijwel dagelijks over de KNVB. De KNVB was weliswaar een doodzieke vriend, maar dan wel eentje die bleef ontkennen dat hij ziek was. En dat is uiteindelijk onverdraaglijk. En dus deed de KNVB een kleine maand geleden het enige wat ze kon doen. Uiteraard takelden ze eerst van Breukelen uit dat zwembad, en daarna gaven ze, in de vorm van Jean Paul Decossaux, Michael van Praag en Jan Dirk van der Zee, een interview. Een goudeerlijk interview. Ja, het was een puinhoop. Ja, ze hadden het allemaal op bizar amateuristische wijze aangepakt, inschattingsfouten gemaakt, verkeerd gegokt en keihard verloren. Daar was het dan, ineens. De keiharde realiteit. De waarheid, zonder opsmuk. En allemaal hielden we besmuikt onze mond en besloten we het over wat anders te hebben. Óm de ziekte heen praten. Al was het alleen maar om de patiënt zélf een beetje te ontzien.

En dat is nu de situatie. De KNVB ligt in een ziekenhuisbed en wij staan er zwijgend omheen. Af en toe komen er twee mannen in witte jassen langs. Dokter Advocaat en dokter Gullit. Ze spreken hun medeleven uit. En ze zeggen dat ze de patiënt niet genezen kunnen. Maar dat ze misschien nog wel iets hebben tegen de pijn.